wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie klas 1 H6.1 reageren op je omgeving

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Om te kunnen waarnemen gebruik je je zintuigen.

Waar zitten je zintuigen?

a)

in je ogen, neus, oren, mond en zenuwen

b)

in je ogen, neus, oren, mond en huid

c)

in je ogen, neus, oren, mond en hersenen

d)

in je ogen, neus, oren, mond en spieren

2.

Waar in het lichaam vindt je de volgende zintuigen: warmte-, koude-, druk-, en tastzintuigen.

a)

in de spieren

b)

in de hersenen

c)

in de huid

d)

in je handen

3.

In de huid heb je tast- en drukzintuigen.

Welke van deze zintuigen bevindt zich het diepste in de huid?

a)

de tast zintuigen

b)

de druk zintuigen

4.

Bij welke zintuigen behoort deze omschrijving?

'Je kan waarnemen hoe voorwerpen aanvoelen. Dus onder anderen of ze glad of ruw zijn. '

a)

koude zintuigen

b)

warmte zintuigen

c)

drukzintuigen

d)

tastzintuigen

5.

Wat is een juiste omschrijving van impulsen?

a)

Dit is het opnemen van prikkels (door onze zintuigen) waardoor we kunnen waarnemen.

b)

Dit zijn een soort elektrische seintjes die door de zenuwen (vanuit de zintuigen) naar de hersen worden gezonden.

c)

Zintuigen geven impulsen/seintjes af naar de spieren om ze tot actie aan te zetten.

6.

Het zenuwstelsel bestaat o.a. uit het centrale zenuw stelsel. Waaruit bestaat het centrale zenuwstelsel?

a)

Hersenen en ruggenmerg

b)

Hersenen, ruggenmerg en zenuwen

c)

Ruggenmerg en zenuwen

d)

Hersenen en zenuwen

7.

Waar in je lichaam wordt je je bewust van de dingen die je waarneemt?

Zoals de geur van friet, of de kleur van het stoplicht.

a)

in je zintuigen: die in je ogen, oren, neus, mond en huid zitten.

b)

in je zenuwen

c)

in je spieren

d)

in je hersenen

8.

A) Je hersenen kunnen impulsen ontvangen (vanuit je zintuigen)

B) Je hersenen kunnen impulsen zenden ( naar al je lichaamsdelen)

a)

Alleen A is waar

b)

Alleen B is waar

c)

A en B zijn waar

d)

A en B zijn niet waar

9.

Waar in je lichaam kunnen pijnpunten voorkomen?

a)

In de huid en dieper gelegen organen

b)

Alleen in de huid

c)

In de huid en de spieren

10.

Welke beweringen zijn waar. (2 antwoorden)

De functies van het zenuwstelsel zijn:

a)

impulsen verwerken die van de zintuigen afkomen.

b)

de werking regelen van spieren en klieren

c)

de hersenen aansturen

d)

prikkels opvangen uit je omgeving