wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten klas 1 hv/academie

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de belangrijkste taken van de wortel? Meerdere antwoorden aanvinken!

a)

Opnemen water en mineralen

b)

Verankering

c)

Opslag van reservestoffen

d)

Voedsel voor de mens

2.

Met welk deel van de wortel worden water en mineralen opgenomen?

a)

Wortelharen

b)

Bijwortel

c)

Hoofdwortel

d)

Zijwortel

3.

Hoe heet de buitenste laag cellen van de wortel?

a)

Opperhuid

b)

Endodermis

c)

Wortelharen

d)

Vaatbundels

4.

Wat is de taak van de houtvaten?

a)

Transport van water en mineralen naar boven

b)

Transport van water en mineralen naar beneden

c)

Transport van bouwstoffen naar boven

d)

Transport van bouwstoffen naar beneden

5.

Welk type weefsel is aangegeven met nummer 1?

a)

Schorsweefsel

b)

Mergweefsel

c)

Vaatbundels

d)

Opperhuid

6.

Wat is een knol?

a)

Een wortel

b)

Een stengel

c)

Een blad

d)

Een bol

7.

Op welke manier zorgt de stengel van kruidachtige planten voor stevigheid?

a)

Vooral door water

b)

Vooral door celwanden

c)

Door water en celwanden

d)

Door gebruik te maken van andere planten

8.

Hoe noem je nummer 3?

a)

lid

b)

knoop

c)

okselknop

d)

tak

9.

Met welk nummer is een okselknop aangegeven?

a)

10

b)

1

c)

3

d)

5

10.

Met welke nummer is zomerhout aangegeven?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

Met alle nummers

11.

Wat gebeurt er overdag bij de gaswisseling van een plant?

a)

De plant neemt zuurstof op en geeft koolstofdioxide af

b)

De plant neemt koolstofdioxide op en geeft zuurstof af

c)

De plant neemt zuurstof en koolstofdioxide op

d)

De plant geeft zuurstof en koolstofdioxide af

12.

Wat is het palissadeparenchym?

a)

De opperhuid van een blad

b)

Een laag met langgerekte cellen, dicht tegen elkaar aan

c)

Een laag met cellen met ruimtes ertussen

d)

Een vaatbundel

13.

Met welk nummer zijn de houtvaten aangegeven?

a)

8

b)

9

c)

10

d)

6

14.

Met welk nummer zijn de meeldraden aangegeven?

a)

4

b)

6

c)

1

d)

8

15.

Bij welk nummer worden de zaden gevormd?

a)

2

b)

4

c)

6

d)

5

16.

Wat is bestuiving?

a)

Stuifmeelkorrels komen op de stamper

b)

Stuifmeelkorrels komen op de stamper van dezelfde soort plant

c)

Stuifmeelkorrels komen op dezelfde soort plant

d)

Stuifmeelkorrels en eicellen versmelten tot een zaad

17.

Welke stoffen zijn nodig voor fotosynthese?

a)

koolstofdioxide en water

b)

koolstofdioxide en zuurstof

c)

zuurstof en water

d)

glucose en zuurstof

18.

Wat is fotosynthese?

a)

Een plant gebruikt licht om glucose te maken

b)

Een plant gebruikt licht om glucose af te breken

c)

Een plant maakt licht om glucose te bouwen

d)

Een plant bouwt glucose uit water en zuurstof