NEW
Font size
WorksheetsTest: omtrek van vlakke figuren
Total questions: 10
Worksheet time: 6mins
Hoe bereken je de omtrek van deze figuur ?
p=2πr
p= 2(b+s)
p=2(b+h)
p=4z
Hoe bereken je de omtrek van deze figuur ?
p=2πr
p= 2(b+s)
p=2(b+h)
p=4z
Hoe bereken je de omtrek van deze figuur ?
p=2πr
p= 2(b+s)
p=2(b+h)
p=4z
Hoe bereken je de omtrek van deze figuur ?
p=2πr
p= 2(b+s)
p=2(b+h)
p=4z
Herleid: 256cm = ... m
2,56
25,6
0,256
2560
Herleid: 4,58dam = ... cm
0,458
45,8
458
4580
De scouts van "den 2" wandelen 3875 m. Hoeveel km is dat ?
387,5
38,75
3,875
0,3875
Op de jaarbeurs in Gent staat "de langste toog". Je kan er 40 verschillende bieren proeven. De toog meet 0,495 hm. Hoeveel m is dat ?
4,95
49,5
495
0,0495
De vijver van buurman Jan heeft een straal van 6,5 m. Hij wil er een hekje rond plaatsen. Hoeveel m draad heeft hij nodig ? (gebruik je ZRM)
40,84
13,65
39,5
19,5
Een parallellogram heeft een omtrek van 16,80m. De basis meet 480 cm. Hoeveel m is de schuine zijde ?
3,6
360
720
7,2
