NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsNask VWO 1 Thema 5 Elektriciteit B2
Total questions: 12
Worksheet time: 12mins
Name
Class
Date
1.
Welke eenheid hoort bij spanning?
a)
Ampère
b)
Watt
c)
Wattuur
d)
Volt
2.
Hoeveel batterijen zijn er nodig om een spanning te maken van 9 Volt?
(een batterij geeft ongeveer 1,5 Volt
a)
4
b)
5
c)
6
d)
9
3.
16 kV =
a)
16000 V
b)
160 V
c)
0,16 V
d)
0,0016 V
4.
Welke spanning geeft de Voltmeter aan?
a)
1,25 V
b)
1,5V
c)
12,5 V
d)
15 V
5.
De spanning die een stopcontact in je huis geeft is....
a)
12 V
b)
24 V
c)
110 V
d)
230 V
6.
Welke grootheid geeft aan hoeveel deeltjes er per seconde voorbijkomen?
a)
Stroomsterkte
b)
Spanning
c)
Weerstand
d)
Vermogen
7.
Een platte batterij bestaat uit:
a)
4 AAA batterijen
b)
3 AA batterijen
c)
6 knoopcel batterijen
d)
2 blok batterijen
8.
Het licht op je fiets werkt op elektriciteit. Om elektriciteit te krijgen heb je een spanningsbron nodig.Welk antwoord bevat alleen maar spanningsbronnen?
a)
Batterij, spaarlamp, generator
b)
Kachel, gloeilamp, batterij
c)
Dynamo, generator, batterij
d)
Oven, spaarlamp, dynamo
9.
Wat doet een transformator?
a)
Die veranderd de stroom.
b)
Die neemt een andere vorm aan.
c)
Die veranderd het uiterlijk.
d)
Die verlaagd de spanning.
10.
Als je batterijen in zaklamp serie schakelt, mag je hun spanningen ...
a)
optellen
b)
aftrekken
c)
delen
d)
vermenigvuldigen
11.
Welke grootheid geeft aan hoeveel elektrische energie elk deeltje meeneemt?
a)
Spanning
b)
Stroomsterkte
c)
Weerstand
d)
Vermogen
12.
Welke spanning geeft de Voltmeter aan?
a)
2,55 V
b)
12,8 V
c)
25,5 V
Reset
