wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HH Visite

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Wat zie je?

a)

de bakker

b)

de boot

c)

het boek

d)

de deur

2.

Wat zie je?

a)

het hand

b)

het haar

c)

het koekje

d)

de koning

3.

Wat zie je?

a)

het hand

b)

het haar

c)

het koekje

d)

de koning

4.

Wat zie je?

a)

de bakker

b)

de boot

c)

het boek

d)

de deur

5.

Wat zie je?

a)

de middag

b)

het boek

c)

de nacht

d)

het de zon

6.

Wat zie je?

a)

het kussen

b)

de bank

c)

het bed

d)

de bakker

7.

Wat zie je?

a)

de jongens

b)

de papegaai

c)

de hond

d)

de kat

e)

de stoel

8.

Wat zie je?

a)

de deur

b)

de man

c)

de opa

d)

het bezoek

9.

Wat zie je?

a)

de pen

b)

het boek

c)

de naam

d)

de tas

10.

Wat zie je?

a)

het kasteel

b)

de deur

c)

de koffer

d)

de kat

e)

de hond

11.

Wat zie je?

a)

de bank

b)

de zee

c)

de boot

d)

de bril

12.

Wat zie je?

a)

het meisje

b)

de bril

c)

het haar

d)

de stoel

13.

de bril

a)

het huis

b)

de deurbel

c)

het hotel

d)

het kasteel

14.

Wat zie je?

a)

het meisje

b)

de bril

c)

het haar

d)

de jongen

e)

het liedje

15.

Wat zie je?

a)

het hotel

b)

het kasteel

c)

de opa en oma

d)

de koffers

e)

de boot

16.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
17.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
18.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
19.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
20.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
21.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
22.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
23.

Max is...

a)

een vrouw

b)

een meisje

c)

een man

d)

een jongen

e)

een baby

24.

Mia is...

a)

een vrouw

b)

een meisje

c)

een man

d)

een jongen

e)

een baby

25.

Wim is...

a)

een vrouw

b)

een meisje

c)

een man

d)

een jongen

e)

een baby

26.

Manon is...

a)

een vrouw

b)

een meisje

c)

een man

d)

een jongen

e)

een baby

27.

Opa is...

a)

een vrouw

b)

een meisje

c)

een man

d)

een jongen

e)

een baby

28.

Pollie is...

a)

een papegaai

b)

een meisje

c)

een dier

d)

een jongen

e)

een baby

29.

Wat zie je?

a)

Een theepot

b)

Een koffiepot

c)

Een kopje thee

d)

Een kopje koffie

30.

De vriendin

a)
b)
c)
d)
31.

De moeder

a)
b)
c)
d)
32.

De ochtendzon

a)
b)
c)
d)
33.

De naam

a)
b)
c)
d)
34.

Wat hoor je?

a)
b)
c)
d)
35.

Het verhaal

a)
b)
c)
d)