wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling - tt, vt, vd

Total questions: 10

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Kan iemand mij vertellen, wat er volgende week op school tijdens de introductiedagen (gebeuren)

a)

gebeurdde

b)

gebeurde

c)

is gebeurd

d)

gebeurt

e)

gebeurd

2.

Vorig jaar (branden)

tijdens de Sinterklaasviering honderden lampjes.

a)

heeft gebrand

b)

brandden

c)

branden

d)

brande

e)

brandde

3.

Het was de bedoeling, dat je na de spreekbeurt de vragen uit je hoofd kon (beantwoorden)

a)

beantwoordde

b)

beantwoorde

c)

beantwoorden

d)

beantwoordt

4.

Omdat je gisteren na het eten in het restaurant ziek (worden)

, heb je nu recht op een schadevergoeding, (vinden)

je ook niet?

a)

werd - vind

b)

werd - vond

c)

werd - vindt

d)

wordt - vind

5.

Vorige week (betalen)

we met z’n allen de rekening, gelukkig betaalt mijn vader de rekening nu in z’n eentje.

a)

betalen

b)

betaalden

c)

betaalt

d)

betaalde

6.

De kleine landen willen meer gaan samenwerken, zodat hun stem (horen)

blijft worden.

a)

gehoort

b)

gehoord

c)

gehoordt

d)

horend

7.

We zijn benieuwd hoe de toestand op de beurs zich de komende tijd (ontwikkelen)

a)

ontwikkelde

b)

heeft ontwikkeld

c)

ontwikkelt

d)

had ontwikkelt

8.

Dat ene peertje aan het plafond kon de ruimte niet goed (verlichten)

a)

verlichten

b)

verlichtten

c)

verlichte

d)

verlichtte

9.

Mijn broer (vinden) een euro op straat. (tt)

a)

vond

b)

vindt

c)

vind

d)

gevonden

10.

(vinden) je het een goed idee om samen naar de stad te (gaan)?

a)

vond - gingen

b)

vindt - gingen

c)

vindt - gaat

d)

vind - gaan