Worksheetswerkwoordspelling - tt, vt, vd
Total questions: 10
Worksheet time: 7mins
Kan iemand mij vertellen, wat er volgende week op school tijdens de introductiedagen (gebeuren)
gebeurdde
gebeurde
is gebeurd
gebeurt
gebeurd
Vorig jaar (branden)
tijdens de Sinterklaasviering honderden lampjes.
heeft gebrand
brandden
branden
brande
brandde
Het was de bedoeling, dat je na de spreekbeurt de vragen uit je hoofd kon (beantwoorden)
beantwoordde
beantwoorde
beantwoorden
beantwoordt
Omdat je gisteren na het eten in het restaurant ziek (worden)
, heb je nu recht op een schadevergoeding, (vinden)
je ook niet?
werd - vind
werd - vond
werd - vindt
wordt - vind
Vorige week (betalen)
we met z’n allen de rekening, gelukkig betaalt mijn vader de rekening nu in z’n eentje.
betalen
betaalden
betaalt
betaalde
De kleine landen willen meer gaan samenwerken, zodat hun stem (horen)
blijft worden.
gehoort
gehoord
gehoordt
horend
We zijn benieuwd hoe de toestand op de beurs zich de komende tijd (ontwikkelen)
ontwikkelde
heeft ontwikkeld
ontwikkelt
had ontwikkelt
Dat ene peertje aan het plafond kon de ruimte niet goed (verlichten)
verlichten
verlichtten
verlichte
verlichtte
Mijn broer (vinden) een euro op straat. (tt)
vond
vindt
vind
gevonden
(vinden) je het een goed idee om samen naar de stad te (gaan)?
vond - gingen
vindt - gingen
vindt - gaat
vind - gaan
