wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Alexander + Etrusken + de Romeinen (leerstof examen pasen)

Total questions: 105

Worksheet time: 53mins

Name
Class
Date
1.

Na de Peloponnesische oorlogen konden de Makedoniërs profiteren van de verzwakking van Griekenland. Wie exact profiteerde?

a)

Alexander de Grote

b)

Philippos II

c)

Julius Caesar

d)

Tarquinius Superbus

2.

Philippos II richt bond op waardoor Griekse poleis hem aanvaarden als nieuwe legeraanvoerder, de poleis zelf mochten onafhankelijk blijven. Hoe heette deze bond?

a)

Makedonische bond

b)

Griekse bond

c)

Atheense bond

d)

Korinthische bond

3.

Alexander de Grote, zoon van Philippos II, veroverde een gigantisch rijk. Tot waar in het oosten strekte zijn rijk uit?

a)

de Indus

b)

de Nijl

c)

China

d)

de Eufraat

4.

Het gebied van Alexander de Grote omvatte 3 continenten. Welk continent niet?

a)

Amerika

b)

Europa

c)

Azië

d)

Afrika

5.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad begon deze tocht?

a)

Gordion

b)

Issos

c)

Pergamum

d)

Gaugamela

6.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad hakte hij, volgens de overlevering, de spreekwoordelijke knoop door?

a)

Gordion

b)

Issos

c)

Pergamum

d)

Gaugamela

7.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad versloeg hij voor het eerst Darius (mooi schilderij van)?

a)

Gordion

b)

Issos

c)

Ammon

d)

Gaugamela

8.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad werd hij warm ontvangen en gekroond tot Farao?

a)

Ormoesz

b)

Issos

c)

Ammon

d)

Gaugamela

9.

Wat is de link tussen het begin van de leerstof van trimester 2 (Alexander) en het einde van de leerstof van trimester 1 (Peloponnesische oorlogen)? Met andere woorden, hoe ging ons 'verhaal' verder?

a)

Er is geen echte link

b)

Alexander was de eigenlijke winnaar van de Peloponnesische oorlogen

c)

De Makedoniërs profiteerden van het verzwakte Griekenland

d)

Het waren uiteraard de Romeinen

10.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad versloeg hij definitief Darius en de Perzen?

a)

Ormoesz

b)

Issos

c)

Ammon

d)

Gaugamela

11.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad nam hij wraak voor de verwoesting van Athene door de Perzen in het verleden?

a)

Ormoesz

b)

Alexandrië

c)

Ammon

d)

Persepolis

12.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. Hoe heet de stad die hij vernoemde naar zijn overleden paard?

a)

Ormoesz

b)

Alexandrië

c)

Bucephalia

d)

Persepolis

13.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. Waarom stoppen de veroveringen richting het oosten plots?

a)

Alexander sterft

b)

Alexander wordt ziek

c)

Alexander ontmoet de vrouw van zijn leven

d)

Alexander heeft een gebrekkige aardrijkskundige kennis

14.

De veroveringstocht van Alexander de Grote bevat veel interessante momenten. In welke stad sterft hij?

a)

Alexandrië

b)

Babylon

c)

Persepolis

d)

Ormoesz

15.

Wat is geen kenmerk van de Hellenistische kunst?

a)

abstract (niet realistisch)

b)

beweging

c)

emotie

d)

spieren

16.

Alexander probeerde de Hellenistische cultuur te verspreiden in zijn rijk op verschillende manieren. Wat was geen manier?

a)

Gemengde huwelijken tussen Grieken en Perzen

b)

Invoer van de Attische munt

c)

Oprichting van nieuwe steden met zijn naam

d)

Nieuwe taal in heel het rijk: Perzisch

17.

Het rijk van Alexander viel na zijn dood uiteen in 3 delen. Waarom 3?

a)

3 zonen als opvolger

b)

3 generaals die streden

c)

3 vrouwen die het overnamen

d)

3 verschillende volkeren die het overnamen

18.

Na de dood van Alexander was er één groot probleem. Welk probleem?

a)

Generaals die streden

b)

Vrouwen die het rijk wilden

c)

Zonen waren te jong

d)

Perzen kwamen terug

19.

Wie profiteerde van het verzwakte rijk van Alexander na zijn dood?

a)

De Etrusken

b)

De Grieken

c)

De Carthagers

d)

De Romeinen

20.

In de slag van Gaugamela tussen de Makedoniërs en de Perzen gebruikten de Makedoniërs 3 straffe tactieken. Welke tactiek gebruikten de Perzen van onderstaand rijtje?

a)

strijdwagens met messen aan wielen

b)

muizenval

c)

falanx

d)

hamer en aambeeld

21.

We zouden eventueel kunnen zeggen dat de hellenistische samenleving de voorloper was van, of toch een poging tot, een samenleving met één opvallend kenmerk. Welk kenmerk?

a)

mensen met Perzische kleren

b)

betalen met de Griekse munt

c)

multiculturaliteit

d)

veel mensen kort bij elkaar

22.

Waarom zagen we de Etrusken?

a)

kwamen voor de Romeinen

b)

handelden met Grieken en Feniciërs

c)

waren leermeesters van de Romeinen

d)

werd een zee naar hen vernoemd

23.

De Etrusken leefden op het zelfde moment rond de Middellandse Zee als verschillende andere volkeren. Welk begrip hoort hierbij?

a)

continuïteit

b)

discontinuïteit

c)

gelijktijdigheid

d)

momentopname

24.

Welke zee werd vernoemd naar de Etrusken?

a)

Ionische Zee

b)

Tyrrheense Zee

c)

Adriatische Zee

d)

Egeïsche Zee

25.

'De geschiedenis ligt niet vast'. Verklaar deze uitspraak aan de hand van je kennis over de Etrusken.

a)

Het is onduidelijk vanwaar de Etrusken afkomstig zijn

b)

Het is niet geweten wat de Etrusken aten

c)

We weten zo goed als niets van de Etrusken

d)

De Romeinen hebben alles verbrand van de Etrusken

26.

Welke uitspraak zegt meer over de economie van de Etrusken?

a)

ze ontginnen ijzererts

b)

villanova dorpjes groeien uit tot steden

c)

Etruskische vrouw heeft geen slechte plaats in samenleving

d)

Etrusken begroeven doden in necropolis

27.

Welke uitspraak zegt meer over de cultuur van de Etrusken?

a)

ze ontginnen ijzererts

b)

villanova dorpjes groeien uit tot steden

c)

Etruskische vrouw heeft geen slechte plaats in samenleving

d)

Etrusken begroeven doden in necropolis

28.

Welke uitspraak zegt meer over de sociale positie bij de Etrusken?

a)

ze ontginnen ijzererts

b)

villanova dorpjes groeien uit tot steden

c)

Etruskische vrouw heeft geen slechte plaats in samenleving

d)

Etrusken begroeven doden in necropolis

29.

Welke uitspraak zegt meer over de politiek bij de Etrusken?

a)

ze ontginnen ijzererts

b)

villanova dorpjes groeien uit tot steden

c)

Etruskische vrouw heeft geen slechte plaats in samenleving

d)

Etrusken begroeven doden in necropolis

30.

Welke uitspraak over de Etrusken maakt duidelijk dat domeinen elkaar beïnvloeden?

a)

Etrusken begroeven doden in necropolis met fresco's op muren

b)

Villanova dorpjes worden steden door rijkdom na handel

c)

Etruskische vrouw mag aanliggen bij een symposium

d)

De Etrusken leerden de Romeinen veel

31.

Wat namen de Romeinen niet over van de Etrusken?

a)

gladiatorenspelen

b)

mijlpaal

c)

riool

d)

al het boven genoemde werd overgenomen

32.

Op welke bronnen baseren we ons vooral voor info over de Etruskische samenleving?

a)

Tekstuele bronnen

b)

Archeologische bronnen

c)

Grafschilderingen

33.

Wat is het grootste probleem waardoor geschiedkundigen twijfelen over de informatie over de Etruskische samenleving?

a)

De Etrusken lieten niet ons veel na

b)

De Romeinen versmolten met de Etrusken

c)

De meeste archeologische bronnen zijn verwoest

d)

De meeste tekstuele bronnen hebben geen auteur

34.

Continuïteit of discontinuïteit: de Etrusken namen de goden van de Grieken over.

a)

Continuïteit

b)

discontinuïteit

35.

Continuïteit of discontinuïteit: de Etrusken deden aan ijzerertsontginning en handelden met de Grieken

a)

Continuïteit

b)

discontinuïteit

36.

Mythe, werkelijkheid of allebei: Rome ontstaat in 753 v.C.

a)

Mythe

b)

Werkelijkheid

c)

Allebei

37.

Mythe, werkelijkheid of allebei: Rome wordt 'stad' in 6de E v.C.

a)

Mythe

b)

Werkelijkheid

c)

Allebei

38.

Mythe, werkelijkheid of allebei: boeren zijn eerste inwoners van Rome

a)

Mythe

b)

Werkelijkheid

c)

Allebei

39.

Mythe, werkelijkheid of allebei: Romulus sticht Rome

a)

Mythe

b)

Werkelijkheid

c)

Allebei

40.

Mythe, werkelijkheid of allebei: Rome ligt in landstreek Latium

a)

Mythe

b)

Werkelijkheid

c)

Allebei

41.

Hoe komt het dat de stad Rome snel kon groeien?

a)

Gunstige ligging

b)

Veel inwoners

c)

Sterke leiders

d)

Sterk verleden

42.

Wie stond bovenaan de sociale piramide van de Romeinse familia?

a)

Familia pater

b)

Pater familia

c)

Pater familias

d)

Familias pater

43.

Patriciërs, plebejers of slaven: het zijn de 'gewone' burgers

a)

Patriciërs

b)

Plebejers

c)

Slaven

44.

Patriciërs, plebejers of slaven: het zijn krijgsgevangenen

a)

Patriciërs

b)

Plebejers

c)

Slaven

45.

Patriciërs, plebejers of slaven: ze zijn vrij, maar hebben oorspronkelijk geen politieke macht

a)

Patriciërs

b)

Plebejers

c)

Slaven

46.

Patriciërs, plebejers of slaven: ze bezitten alle gronden

a)

Patriciërs

b)

Plebejers

c)

Slaven

47.

Patriciërs, plebejers of slaven: ze vinden dat ze afstammen van Romulus en Remus

a)

Patriciërs

b)

Plebejers

c)

Slaven

48.

Patriciërs, plebejers of slaven: zitten in de senaat

a)

Patriciërs

b)

Plebejers

c)

Slaven

49.

Onder welke bestuursvorm verovert Rome het meest?

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

50.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: van ca. 27 v.C. - 1453 n.C.

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

51.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: alleenheerser met negatieve bijklank

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

52.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: volk moet meer inspraak krijgen

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

53.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: Octavianus was de eerste leider

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

54.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: de eerste leiders waren Etrusken

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

55.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: leiders werden consuls genoemd

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

56.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: Pax Romana gold even onder deze bestuursvorm

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

57.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: plebejers vechten om zelfde rechten als patriciërs

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

58.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: opvolger kon bepaald worden door bloedband, adoptie of het leger

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

59.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: 'Mare Nostrum' werd nagestreefd

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

60.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: leiders stierven in verdachte omstandigheden...

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

61.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: eerste triumviraat kreeg vorm

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

62.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: Tarquinius Superbus was niet populair

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

63.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: Caesar zag het laatste licht...

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

64.

Koninkrijk, republiek of keizerrijk in Rome: Marcus Antonius en Cleopatra verloren de zeeslag tegen Octavianus

a)

Koninkrijk

b)

Republiek

c)

Keizerrijk

65.

Welke van de volgende magistraten was niet het hele jaar aangesteld?

a)

Pontifex Maximus

b)

volkstribuun

c)

consul

d)

dictator

66.

Welke van de volgende magistraten had vetorecht zodat de plebejers meer inspraak hadden?

a)

Pontifex Maximus

b)

volkstribuun

c)

consul

d)

dictator

67.

Het eerste doel van Rome was de verovering van Italië. Tegen wie vochten ze in het noorden van Italië?

a)

Etrusken en Kelten

b)

Italische stammen

c)

Grieken

d)

Perzen

68.

Het eerste doel van Rome was de verovering van Italië. Tegen wie vochten ze in het zuiden van Italië?

a)

Etrusken en Kelten

b)

Italische stammen

c)

Grieken

d)

Perzen

69.

Het eerste doel van Rome was de verovering van Italië. Door de laatste strijd tegen de Grieken kennen wij een uitdrukking. Welke uitdrukking?

a)

De appel valt niet ver van de boom

b)

Een pyrrusoverwinning behalen (winnen, maar toch veel verliezen)

c)

Als 2 honden vechten om een been, loopt de 3de ermee heen

d)

De knoop doorhakken

70.

Het tweede doel van Rome was de verovering van de gebieden buiten Italië (alles rond Middellandse Zee). Welke oorlog voerde Rome in het Westen?

a)

Perzische oorlog

b)

Peloponnesische oorlog

c)

Punische oorlog

d)

Makedonische oorlog

71.

Het tweede doel van Rome was de verovering van de gebieden buiten Italië (alles rond Middellandse Zee). Welke oorlog voerde Rome in het Oosten?

a)

Perzische oorlog

b)

Peloponnesische oorlog

c)

Punische oorlog

d)

Makedonische oorlog

72.

Wat was de oorzaak van de Punische oorlogen?

a)

Rome en Carthago 'botsten op elkaar' in Sicilië

b)

Missie van Rome = 'Mare Nostrum'

c)

Rome en Carthago 'botsten op elkaar' in Sardinië

d)

Rome en Carthago 'botsten op elkaar' in Corsica

73.

Wat was de aanleiding van de Punische oorlogen?

a)

Rome en Carthago 'botsten op elkaar' in Sicilië

b)

Missie van Rome = 'Mare Nostrum'

c)

Rome en Carthago 'botsten op elkaar' in Sardinië

d)

Rome en Carthago 'botsten op elkaar' in Corsica

74.

Welk woord past er voor de volgende woorden


… Sicilië

... Iberia

… Afrika

a)

Mare

b)

Pax

c)

Provincia

d)

Romana

75.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome verovert Gallia

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

76.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome lijft Corsica in

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

77.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Hannibal wilt wraak nemen op Rome

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

78.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome verwoest de stad Carthago

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

79.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome vraagt zware herstelbetalingen aan Carthago

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

80.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: duizenden mensen en olifanten sterven in de Alpen

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

81.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Hannibal pleegt zelfmoord

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

82.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: de Kelten vallen de Carthagers lastig in de Alpen

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

83.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome bestudeert Carthaags schip, maakt vervolgens zelf schepen mét loopbruggen

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

84.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Ebro-verdrag wordt niet nageleefd

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

85.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome lijft noorden van Afrika in

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

86.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome verliest zwaar in de slag bij Cannae

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

87.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: er is geen echte winnaar, voor Rome mag de strijd even stoppen, voor Carthago moet de strijd even stoppen

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

88.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Hannibal maakt de verkeerde keuze...

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

89.

Eerste, tweede, derde Punische oorlog of alle drie: Rome zoekt 'excuses' om de strijd met Carthago aan te gaan

a)

Eerste Punische oorlog

b)

Tweede Punische oorlog

c)

Derde Punische oorlog

d)

Alle drie

90.

Wanneer Rome buitenlandse dreiging ondergaat, zijn er 3 mannen die hun kans zien om consul te worden. Welk begrip hoort hierbij?

a)

Mare Nostrum

b)

Pax Romana

c)

Triumviraat

d)

Vetorecht

91.

Wie zat er niet in het eerste triumviraat?

a)

Crassus

b)

Lepidus

c)

Pompeius

d)

Caesar

92.

Wie zat er niet in het tweede triumviraat?

a)

Cleopatra

b)

Marcus Antonius

c)

Lepidus

d)

Octavianus

93.

Wie van het eerste triumviraat vocht tegen Mithridates?

a)

Crassus

b)

Lepidus

c)

Pompeius

d)

Caesar

94.

Wie van het eerste triumviraat vocht tegen een slavenopstand?

a)

Crassus

b)

Lepidus

c)

Pompeius

d)

Caesar

95.

Wie van het eerste triumviraat verliet als eerste het toneel?

a)

Crassus

b)

Lepidus

c)

Pompeius

d)

Caesar

96.

Wie van het eerste triumviraat veroverde grote delen van Gallië (onze streken)?

a)

Crassus

b)

Lepidus

c)

Pompeius

d)

Caesar

97.

Wie kreeg er schrik na de veroveringen van Caesar?

a)

Volksvergadering

b)

Plebejers

c)

Pontifex Maximus

d)

Senaat

98.

Wat was het gevolg nadat Caesar met zijn leger de Rubicon (rivier) overstak?

a)

Hij werd staatsvijand nummer 1 van Rome

b)

Een deel van zijn leger verdronk in de rivier

c)

Hij werd in een valstrik geleid

d)

De senaat ontving hem met open armen

99.

Caesar sprak ooit de woorden uit 'alea iacta est'. Wat betekent dit?

a)

Het is tijd om aan te vallen

b)

Het lot is beslist

c)

Onze zee

d)

"Jakkes wat een smerige boel"

100.

Wie van het eerste triumviraat nam het uiteindelijk op tegen Caesar?

a)

Antonius

b)

Pompeius

c)

Lepidus

d)

Crassus

101.

Hoe stierf Caesar?

a)

Samenzwering van senaat

b)

Pompeius doodde hem

c)

Augustus liet hem vermoorden

d)

Hij pleegde zelfmoord

102.

Wie van het tweede triumviraat verliet als eerste het toneel?

a)

Crassus

b)

Lepidus

c)

Marcus Antonius

d)

Octavianus

103.

Octavianus maakte slechte reclame over Marcus Antonius in Rome. In welke slag verloor Antonius ook fysiek de strijd?

a)

Slag bij Cannae

b)

Slag bij Zuma

c)

Slag bij Actium

d)

Slag bij Saguntum

104.

Octavianus versloeg in de zeeslag niet enkel Marcus Antonius. Wie verloor samen met Antonius de strijd?

a)

Caesar

b)

Pompeius

c)

Augustus

d)

Cleopatra

105.

Wat was het gevolg nadat ook het tweede triumviraat op zijn einde kwam?

a)

Er volgde een derde triumviraat

b)

De Perzen verschenen weer op het toneel

c)

Rome werd langzaam aan een keizerrijk

d)

Er veranderde niet veel in Rome