wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 Cursus 5.1 Voor de oorlog begrippen

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Eerste wereldoorlog, van wanneer tot wanneer duurde deze oorlog?

a)

1917 - 1919

b)

1945 - 1949

c)

1914 - 1918

d)

1940 - 1945

2.

Hoe noem je de landen die tijdens WO1 en WO 2 samenwerkten tegen de Duitsers?

a)

VN veiligheidsraad

b)

Centralen

c)

Gemiddelden

d)

Geallieerden

3.

Economische crisis:

a)

Als er minder producten worden verkocht en de werkeloosheid toeneemt, gaat het slecht met de economie.

b)

Als er meer producten worden verkocht en de werkeloosheid afneemt, gaat het goed met de economie.

c)

Als producten worden afgevoerd en mensen geen werk zoeken dan komt de economie te vervallen.

d)

Een economische crisis bestaat niet.

4.

Als het over de hele wereld slecht gaat met de economie dan is dat:

a)

Een feestje

b)

Een wereldcrisis

c)

Een probleem omdat mensen dan meer eten moeten kopen.

d)

Een economisch landelijk probleem.

5.

Werkeloosheid

a)

Iedereen die een baan zoekt

b)

Een baan hebben

c)

Als je aan het solliciteren bent

d)

Als mensen geen baan hebben

6.

NSDAP

a)

Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij

b)

Nationaal Sociale Democratische Asociale Partij

c)

Nationaal Socialistische Democratische Ambachtelijke Partij

d)

Normale Secundaire Demontabele Algemene Politiek

7.

Groep mensen met dezelfde ideeën over hoe een land bestuurd moet worden.

a)

Vereniging

b)

Politieke Partij

c)

Vakbond

d)

Democratie

8.

Nationaal Socialisten

a)

Socialistische mensen

b)

Alle sociale mensen in een land.

c)

Leden van de APSND

d)

Leden van de NSDAP

9.

Waar is Nazi een afkorting van?

a)

Natie

b)

Nationaal

c)

Nationaal Socialisten

d)

Natie Socialisten

10.

Wat is een dictatuur?

a)

Een land dat door één persoon of een klein groepje mensen bestuurd wordt.

b)

Een land met een absoluut vorst aan het hoofd.

c)

Een land waar mensen vrij mogen kiezen en stemrecht hebben.

d)

Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

11.

Wat was de tijd van de wereldoorlogen?

a)

Historische periode die duurde in de 19e eeuw

b)

Negende tijdvak van 1800 - 1900

c)

Negende historische tijdvak dat duurde van 1900 tot 1950

d)

De tijd waarin alle oorlogen voorbij waren.

12.

Oorlog waaraan landen op de hele wereld meedoen

a)

Algemene oorlog

b)

Wereldoorlog

c)

Wereldwijde oorlog

d)

Oorlog voor iedereen