wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

OBC k2 LOCKDOWN quiz! Nederlands

Total questions: 30

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het onderwerp in deze zin?


De mooie rode fiets van Jantje is vanmiddag gestolen .

a)

De mooie rode fiets

b)

De mooie rode fiets van Jantje

c)

Jantje

d)

fiets

2.

Wat is de PV in deze zin?


Iedereen draagt een steentje bij.

a)

bij

b)

steentje

c)

iedereen

d)

draagt

3.

Wat is het gezegde in deze zin?


Je moet een paar keer per week trainen voor een wedstrijd

a)

moet trainen

b)

moet

c)

trainen

d)

moet keer trainen

4.

Wat zijn de bijvoegelijke naamwoorden in deze zin?


De knalrode brandweerauto rijdt met gillende sirenes door de smalle straat.

a)

Knalrode en gillende

b)

Smalle en brandweerauto

c)

Knalrode en smalle

d)

Knalrode, gillende en smalle

5.

Wat zijn de lidwoorden in deze zin?


De goed betaalde voetballers van Ajax weten de laatste tijd het net niet te vinden.

a)

goed en betaalde

b)

Ajax

c)

de, de en het

d)

van en te

6.

Wat zijn de zelfstandige naamwoorden in deze zin?


De docent keurde ons voorstel voor het feest goed.

a)

docent, voorstel en feest

b)

docent en feest

c)

docent en voorstel

d)

voorstel en feest

7.

Wat is de PV in deze zin?


Volgende week zaterdag is de wedstrijd om het kampioenschap.

a)

is

b)

om

c)

de wedstrijd

d)

volgende

8.

Wat is het onderwerp in deze zin?


Shania heeft echt een hekel aan worteltjes.

a)

worteltjes

b)

hekel

c)

Shania

d)

heeft

9.

Wat zijn de lidwoorden in de volgende zin?


De Albert Heijn kan al het hamsteren maar moeilijk bij benen.

a)

de

b)

het

c)

de, het

d)

de, het, bij

10.

Wat zijn de bijvoegelijke naamwoorden in deze zin?


Veel hardwerkende studenten bieden een helpende hand aan.

a)

veel en hardwerkende

b)

veel , hardwerkende en helpende

c)

hardwerkende studenten

d)

studenten en helpende

11.

Kies de juiste spelling


Alleen de beste atleten/athleten kunnen een winnen.

a)

atleten

b)

athleten

12.

Kies de juiste spelling


Een boek kun je lenen in de mediateek/mediatheek.

a)

mediateek

b)

mediatheek

13.

Kies de juiste spelling.


Met een beetje fantasie/phantasie kom je de vakantie wel door.

a)

fantasie

b)

phantasie

14.

Kies de juiste spelling.


Er heerst een goede sfeer/spheer in de klas.

a)

sfeer

b)

spheer

15.

Kies de juiste spelling.


Dat is pas een leuke verrassing/verassing!

a)

verrassing

b)

verassing

16.

Kies de juiste spelling.


Doordat de scholen dicht zijn moeten alle leerlingen tuis/thuis blijven.

a)

tuis

b)

thuis

17.

Kies de juiste spelling.


Het tournee/toernee van Snollebollekes is definitief afgelast.

a)

tournee

b)

toernee

18.

Kies de juiste spelling.


Ron tweifelt/twijfelt over zijn outfit.

a)

tweifelt

b)

twijfelt

19.

Kies de juiste spelling.


De leerlingen deden enthousiast/entoesiast mee met de quiz.

a)

enthousiast

b)

entoesiast

20.

Kies de juiste spelling.


Deze vakantie is idiaal/ideaal om huiswerk bij te werken.

a)

idiaal

b)

ideaal

21.

Wat betekent het woord leerlingparticipatie?

a)

Leerlingen worden gescheiden van elkaar.

b)

Het meedoen van leerlingen binnen de school.

c)

Leerlingen krijgen hulp binnen de school.

d)

Leerlingen krijgen geen hulp binnen de school

22.

Wat betekent exportverbod?

a)

Je mag geen producten verkopen aan het buitenland

b)

Je mag niet in een land komen wonen

c)

Je mag geen producten aan een land verkopen

d)

Je mag geen geld van een ander land lenen

23.

Wat betekent gestimuleerd? (meerdere antwoorden zijn goed)

a)

iets bevorderen

b)

iets laten bewegen

c)

iets afremmen

d)

Iets beter laten verlopen

24.

wat betekent vanuit jouw oogpunt?

a)

jouw manier van kijken

b)

jouw manier van praten

c)

jouw manier van denken

d)

jouw manier van bewegen

25.

wat betekent stand?

a)

Een winkeltje

b)

Een kraampje

c)

Een aanrecht

d)

Een bureau

26.

Wat betekent gehalveerd

a)

Iets door de helft doen, zodat het meer wordt

b)

Iets door de helft doen, zodat het minder wordt

c)

iets knippen in een hoek

d)

iets verbeteren

27.

Wat betekent zorgvuldig

a)

ongeveer

b)

beleefd

c)

bijna

d)

nauwkeurig

28.

Wat betekent secretaris?

a)

iemand die in het bestuur verslagen maakt en dingen regelt

b)

Iemand die in het bestuur oplet waar het geld heen gaat

c)

Iemand die in het bestuur keuzes maakt

d)

Iemand die in het bestuur mensen aantrekt voor bepaalde functies

29.

Wat betekent terecht kunnen?

a)

Ergens geholpen kunnen worden

b)

Ergens heen gaan

c)

Ergens kunnen werken

d)

Ergens kunnen helpen

30.

Wat betekent Workshops

a)

Een lange studie

b)

Een grote school

c)

Een kleine knutsel schuur

d)

Een korte Cursus