Worksheetsvoorzetsels
Total questions: 11
Worksheet time: 4mins
Benoem de voorzetsels.
De oma van Jantje heeft koekjes gebakken voor haar verjaardag.
van , oma
de, haar
van, voor
voor, de
Benoem de voorzetsels.
Het kleine meisje had de pop achter de bank in de kamer verstopt.
het, de, de, de
achter, in
achter
in
Benoem de voorzetsels.
Moeder keek tevergeefs onder alle stoelen en tafels.
tevergeefs
alle, en
onder
moeder
Benoem de voorzetsels.
Ze vond wel vijf knikkers tussen de kussens op de bank.
wel
vijf, tussen
de, de
tussen, op
Benoem de voorzetsels.
Hier had Karlijn al veel vaker naar gezocht.
Hier
al
vaker
naar
Benoem de voorzetsels.
Kees was via de bank naar de stoel geklommen. Toen zijn de knikkers uit zijn broekzak gevallen.
via
naar, uit
via, naar, uit
via, naar
Benoem de voorzetsels.
Door al het geklauter van de kinderen is het meubilair een beetje versleten.
Door, het
Door, van
al, het, het, een
beetje
Benoem de voorzetsels.
Je mag niet op de bank klauteren met je schoenen aan.
niet
op
op, aan
schoenen
Benoem de voorzetsels.
Tijdens het eten zit ik naast de jarige.
Tijdens
het
naast
Tijdens, naast
Benoem de voorzetsels.
Iedereen zong, behalve oom Jan, want hij zingt echt te vals.
Iedereen, behalve
behalve
behalve, te
echt, te
Benoem de voorzetsels.
Mijn oom liep wel in de polonaise van binnen naar buiten.
in, van
binnen, buiten
in, van, naar
in, van, binnen, naar, buiten
