NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWoordenschat hoofdstuk 2
Total questions: 16
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Circa
a)
exact
b)
letterlijk
c)
ongeveer
2.
coach
a)
vaste begeleider
b)
voetballer
c)
directeur
3.
geëvacueerd
a)
quarantaine
b)
verplaatst voor de veiligheid
c)
permanent
4.
geschat
a)
ongeveer
b)
exact
c)
gegokt
5.
Hype
a)
beloning
b)
circa
c)
iets nieuws dat tijdelijk aandacht trekt
6.
letterlijk
a)
circa
b)
precies zoals hete er staat
c)
present
7.
de oprichting
a)
de opening, het begin
b)
steeds, voor altijd
c)
pas gebeurd
8.
de periode
a)
het begin
b)
het tijdperk
c)
de start
9.
permanent
a)
steeds, voor altijd
b)
zo nu en dan
c)
recent, nooit
10.
present
a)
aanwezig
b)
afwezig
c)
cadeau
11.
recent
a)
nu
b)
lang geleden
c)
pas gebeurd
12.
Salaris
a)
boete
b)
geld
c)
beloning
13.
sinds
a)
vanaf het tijdstip van
b)
nu
c)
recent
14.
voltooien
a)
afsluiten
b)
afmaken
c)
opstarten
15.
de vandalen
a)
timmermannen
b)
de vernielers
c)
de leerlingen
16.
voorkomen
a)
bij iemand op bezoek gaan
b)
zorgen dat iets niet gebeurt
c)
voor de klas staan
Reset
