wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

[3AG] H4, par 2 - Leerdoelen

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Een homogene reeks moleculen, waarbij er in elk molecuul minimaal 1 OH-groep aanwezig is, behoren tot de ...
a)
Alkanen
b)
Alkenen
c)
Alkanolen
2.

Welk van de volgende molecuulformules is een geldig alkaan?

a)

C4H8

b)

C5H20

c)

C3H8

d)

C6H16

3.

Wat is de algemene formule van alkenen?

a)

CnH2n+2

b)

CnH2n

c)

CnH2n+1OH

d)

Hn+2C2n

e)

H2nCn+2OH

4.
welke uitspraak over isomerie is juist?
a)
Moleculen die dezelfde structuurformule hebben maar verschillende molecuulformules
b)
De formule hiervoor is CnH2n
c)
Moleculen die dezelfde molecuulformule hebben maar verschillende structuurformules
5.

Hoeveel isomeren zijn er mogelijk met de molecuulformule C6H14?

a)

2

b)

4

c)

5

6.

Waarom heb je bij C6H14 een 3-methylpentaanmolecuul en hexaanmolecuul?

a)

Omdat er bij de ene giftige stoffen in zitten

b)

Omdat er geen OH-groep in zit.

c)

Het zijn moleculen met dezelfde molecuulformule, alleen verschillende structuurformules

d)

Vanwege de homologe reeks

e)

Vanwege het aantal atomen

7.
Wat voor molecuul is C6H14?
a)
Vertakt molecuul
b)
Onvertakt molecuul
c)
Beide
8.
Wat is de covalentie van een zwavelatoom?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
9.
Welke groep behoort tot de alcoholen?
a)
De OH-groepen
b)
De NH-groepen
c)
De alkenen
10.
Hoeveel procent van alle stoffen die nu bekent zijn bevatten de atoomsoort koolstof?
a)
90%
b)
30%
c)
87%
d)
100%
e)
54%
11.

Wat is de algemene formule voor alkanolen

a)

CnH2n+2

b)

CnH2n+1OH

c)

CnH2n

12.

Waaruit kun je zien dat een molecuul niet plat is maar driedimensionaal?

a)

Alkenen

b)

Molecuulmodel

c)

Atoom

d)

Structuurmodel

e)

Atoommodel

13.

Wat is de algemene formule voor alkanen?

a)

CnH2n+1OH

b)

CnH2n+2

c)

CnH2n

d)

CnH2n+2OH

e)

CnH2n+3

14.

Wat betekent het als een stofnaam eindigt op -een

a)

Er zit zuurstof in

b)

De formule van de stof is CnH2n

c)

Het is een alkeen

15.
Waarom noemen we alkenen onverzadigd?
a)
Omdat het meer atomen bevat
b)
Omdat de stof onverzadigbaar is
c)
Omdat het enkele verbindingen met meer C- en H-atomen nodig heeft
d)
Omdat het een dubbele verbinding nodig heeft
e)
Omdat op de plaats van een dubbele binding zijn er twee H-atomen minder aanwezig dan in een alkaan molecuul met evenveel C-atomen.
16.
Wat is covalentie?
a)
Hetzelfde molecuul met verschillende structuren.
b)
Het aantal bindingen dat een atoom aan kan gaan en wil gaan.
c)
Een reeks waarbij er in elk molecuul minimaal 1 OH-groep aanwezig is.
d)
Een molecuul dat uit 1 atoomsoort bestaat
e)
Een molecuul dat uit 2 of meer atoomsoorten bestaat.
17.

Waarom klopt het alkeen CH2 niet?

a)

Het moet zijn CH4

b)

Je hebt minimaal 2 C-atomen nodig

c)

Er is geen OH-groep aanwezig

d)

Omdat de covalentie van koolstof 4 moet zijn

18.
Welke moleculen (uit H4, par 2) hebben de kenmerkende OH-groep in zich?
a)
Alchoholen en alkonolen
b)
Alkanen en alkenen
c)
koolwaterstoffen en alcoholen
19.
Wat is de definitie van isomerie?
a)
Het woord isomerie is afgeleid van het Latijnse woord insula, dat 'eiland' betekent. Het woord wordt niet alleen gebruikt voor afscherming van fysieke invloeden, zoals warmte, geluid en elektrische stroom, maar ook voor afscherming van persoonlijke, sociale, of politieke contacten.
b)
Isomerie is een verschijnsel waarbij twee verschilllende stoffen dezelfde molecuulformule hebben.
c)
Isomerie is een ander woord voor een oplopend patroon in de indexen van molecuulformules (homologe reeksen)
20.
Waarom mag je “5-methylpentaan” niet opschrijven?
a)
Omdat er dan niet genoeg H-atomen zijn.
b)
Omdat het dan een hexaan is. Dan moet je gewoon hexaan opschrijven.
c)
Omdat je dan inplaats van 5-methylpentaan, 1-methylpentaan moet schrijven.
d)
Omdat er bij een pentaan minimaal 5 C-atom en moeten voorkomen, dus het wordt 6-methylpentaan.