wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 Goed gebekt! 25 maart 2020

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

De docent is tevreden over de verbeterde attitude van die leerling.

a)

Oplettendheid

b)

Resultaten

c)

Houding

2.

Manchester United is een befaamde voetbalclub.

a)

Slechte

b)

Beroemde, bekende

c)

Uitstekende

3.

Die snob nodigen wij graag uit.

a)

Iemand die zich beter voordoet dan hij is.

b)

Een persoon die bijzonder onbetrouwbaar blijkt te zijn.

c)

Een persoon die plotseling over veel geld beschikt.

4.

De ceremonie vindt om 15.00 uur plaats.

a)

Plechtige handeling

b)

Opening

c)

Verkiezing

5.

Je moet in je brieven zo min mogelijk clichés gebruiken.

a)

Moeilijke woorden

b)

Technische woorden

c)

Veelgebruikte (afgezaagde) formuleringen

6.

Maak jij die collage voor de schoolkrant?

a)

Lijst gerangschikt op datum

b)

Samenvoeging van verschillende dingen tot een geheel

c)

Verhaal met veel diepgang

7.

Van het profiel van haar hoofd is een tekening gemaakt.

a)

De voorkant

b)

Het bovenste deel

c)

Het zijaanzicht

8.

U treft de specificatie in de bijlage aan.

a)

Toelichting met alle onderdelen apart vermeld

b)

Conclusie

c)

Beknopt overzicht

9.

Ik weet niet wat daar de beste remedie voor is.

a)

Oplossing

b)

Kleur

c)

Kleding

10.

Ik ontving een circulaire over het ophalen van huisvuil.

a)

Afwijzing

b)

Verzoek

c)

Brief aan een bepaalde groep mensen

11.

De situatie was nogal chaotisch.

a)

veranderlijk

b)

buitengewoon

c)

wanordelijk

12.

Ik vind dat dubieus.

a)

buitengewoon

b)

twijfelachtig

c)

doeltreffend

13.

We zijn het er unaniem mee eens.

a)

eenstemmig

b)

twijfelachtig

c)

veranderlijk

14.

Benzinekosten zijn variabel.

a)

veranderlijk

b)

buitengewoon

c)

twijfelachtig

15.

Een arrogant persoon.

a)

toegeeflijk

b)

verwaand

c)

veranderlijk

16.

Die handelaar is corrupt.

a)

verwaand

b)

doeltreffend

c)

omkoper

17.

Die actie was fenomenaal.

a)

buitengewoon

b)

rampzalig

c)

twijfelachtig

18.

De gevolgen zijn desastreus.

a)

eenstemmig

b)

veranderlijk

c)

rampzalig

19.

Die maatregelen zijn effectief.

a)

rampzalig

b)

doeltreffend

c)

wanordelijk

20.

Hij stelt zich coulant op.

a)

verwaand

b)

veranderlijk

c)

toegeeflijk

21.

Bij de pakken...

a)

neerleggen

b)

neerzitten

c)

lopen

22.

Gedane zaken ... geen keer.

a)

nemen

b)

zien

c)

kennen

23.

Het onderspit...

a)

hangen

b)

voeren

c)

delven

24.

Het bijltje erbij ...

a)

neerleggen

b)

neerzitten

c)

voelen

25.

Zich het vuur uit de sloffen ...

a)

voeren

b)

lopen

c)

nemen

26.

Iets over het hoofd...

a)

voelen

b)

voeren

c)

zien

27.

Iets in zijn schild...

a)

voelen

b)

voeren

c)

zien

28.

Iets aan de grote klok ...

a)

delven

b)

voeren

c)

hangen

29.

Iets van a tot z ...

a)

nemen

b)

neerleggen

c)

kennen

30.

Iemand aan de tand ...

a)

hangen

b)

lopen

c)

voelen