wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ontwikkeling pasgeborene en baby

Total questions: 14

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Als een paard 64 chromosomen in iedere cel heeft, hoeveel chromosomen heeft een zaadcel van dat paard dan?

a)

64

b)

128

c)

32

d)

16

2.

Wat is bevruchting?

a)

de eicel en de zaadcellen treffen elkaar

b)

de kern van de eicel smelt samen met de kern van de zaadcel

c)

de eicel nestelt zich in het baarmoederslijmvlies

d)

de spermacel zwemt naar de eicel toe

3.

Wat is de duur van de zwangerschap?

a)

35 weken

b)

39 weken

c)

40 weken

d)

28 weken

4.

Na 12 weken zwangerschap wordt een embryo een foetus.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.
Roken is minder erg dan drinken tijdens een zwangerschap.
a)
Onzin, beide zijn ontzettend schadelijk voor een ongeboren kind.
b)
Klopt.
6.

Er zijn verschillende fase bij de bevalling.

1 Uitdrijving.

2 Ontsluiting.

3 Weeën.

Wat is de juiste volgorde tijdens een bevalling?

a)

1 - 2 - 3

b)

2- 3 - 1

c)

3 - 2 - 1

d)

3 - 1 - 2

7.

Welk van onderstaande uitspraken over de APGAR test is onwaar?

a)

De G staat voor grimace (bewegingen in het gelaat)

b)

De verloskundige bepaalt de score altijd 2 keer

c)

Krachtig huilen geeft 2 punten voor Activity (spierspanning)

d)

een score lager dan 3 is zeer onrustwekkend

8.

Welke uitspraak over volgende drie stellingen over de fysieke ontwikkeling van de baby is juist?

A) het gemiddelde geboortegewicht bedraagt ongeveer 3.4 kilo en de lengte gemiddeld 50.5

B) de pasgeborene slaapt ongeveer 12u per dag

C) Pas na een paar weken zal de ademhaling regelmatiger worden, de hartslag kalmer en de lichaamstemperatuur constant

a)

Alle drie de stellingen zijn juist

b)

Alle drie de stellingen zijn onjuist

c)

Stellingen A en C zijn juist

d)

Stellingen C en B zijn onjuist

9.

Welke afbeelding toont de Moro reflex?

a)
b)
c)
d)
10.

Waarover gaat het in volgend fragment?

In verschillende studies bij een groot aantal culturen werd gevonden dat het begint rond 8 a 9 maanden, een piek bereikt tussen 12 en 15 maanden en daarna afneemt. Het neemt af wanneer een kind leert dat ouders terugkomen en dat huilen hen niet belet om te vertrekken. Kinderen die door veel verschillende volwassenen opgevoed worden, vertonen het meestal minder.

a)

vreemdenangst

b)

scheidingsangst

c)

onveilige hechting

11.

Akkoord of niet akkoord? Het begrip objectpermanentie kan in verband worden gebracht met deze scheidingsangst.

a)

Akkoord, een kind leert namelijk dat objecten blijven bestaan ook als ze uit het zicht zijn

b)

Niet akkoord, het begrip objectpermantie heeft betrekking op voorwerpen niet op mensen.

c)

Niet akkoord, het begrip scheidingsangst kan in verband gebracht worden met hechtingsgedrag.

d)

Akkoord, want knuffels kunnen de ouders vervangen tijdens hun afwezigheid

12.

Gehechtheid kan onderzocht worden met:

a)

het strange situation experiment

b)

het visual cliff experiment

13.

Taalontwikkeling: zet in de juiste volgorde:

A) brabbelen

B) huilen

C) Vocaliseren

a)

A) B) C)

b)

C) B) A)

c)

B) C) A)

d)

B) A) C)

14.

Welk speelgoed is geschikt voor een baby jonger dan 12 maanden? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)
b)
c)
d)
e)