Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

methodologisch werken in de leefgroep

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Dit is de wetenschappelijke studie van de processen die zich in een groep afspelen.

a)

groepsdynamica

b)

cohesie

c)

coöperatieve werking

d)

groepsdoel

2.

Kris is opvoeder in een internaat verbonden aan een school voor buitengewoon secundair onderwijs. De verbondenheid in leefgroep 2 (16- tot 21-jarige meisjes met een licht verstandelijke handicap) is groot. Als begeleider is het de laatste tijd echter niet meer leuk in deze groep. Cynthia (17 jaar) neemt alle beslissingen in en voor de groep en er begint een sfeer te ontstaan die tegen de opvoeders is gekeerd.

a)

Begeleider is de informele leider

b)

Begeleider heeft een democratische stijl

c)

Cynthia is de informele leider

d)

Cynthia is de formele leider

3.

Ludo is directeur van een nieuwe lagere school die in september zal openen. Er moet nog veel gebeuren. Alle leerkrachten en de directie houden een vergadering over het nieuwe schoolreglement. Ludo deelt de leerkrachten op in groepjes en geeft elk groepje de opdracht om na te denken over één aspect van het reglement. Eén van de leerkrachten stelt voor om in elk groepje zowel jonge als ervaren leerkrachten te zetten. Ludo zegt kordaat dat de groepjes al opgesteld zijn en dat hij niet van plan is deze nog te veranderen.

a)

Ludo is een democratische leider

b)

Ludo is een laissez-faire leider

c)

Ludo is een autoritaire leider

4.

Welk kenmerk hoort niet thuis bij een democratische leider?

a)

groepsdiscussies worden gestimuleerd

b)

er is een gezonde afstand tussen leider en deelnemers

c)

er is veel autonomie voor de deelnemers

d)

resultaten worden niet opgevolgd door leider

5.

Duid de relatiegerichte functie aan

a)

samenvatten

b)

meningen opvragen

c)

groepsleden stimuleren

d)

taken verdelen

6.

Als een begeleider onvoldoende zijn taken opneemt en zijn leiderschapsfuncties ...

a)

dan ontstaan van informele leiders

b)

is er niets bijzonders aan de hand

c)

is de sfeer binnen de groep positief (zowel taak als relatie)

d)

dan ontstaan er formele groepsdoelen

7.

Het doel van een groep zorgt voor groepscohesie

a)

waar

b)

niet waar

8.

Als de formele en informele doelen verschillend zijn ontstaan er ALTIJD egoïstische en anti-sociale doelen

a)

waar

b)

niet waar

9.

Als de groepscohesie zeer groot is dan heeft dit negatieve gevolgen voor de goede werking van de groep.

a)

waar

b)

niet waar

10.

Het verschijnsel waarbij we binnen een groep mechanismen zien die de eenvormigheid van de groep verhogen.

a)

groepsdruk

b)

groepscohesie

c)

groepsdoel

d)

groepsnorm

11.

De regels die al dan niet uitgesproken worden in verband met onderling contact tussen leden van een groep, is de

a)

taaknorm

b)

omgangsnorm

c)

groepsnorm

12.

Een groepsdoel heeft invloed op een groep. Deze invloed uit zich NIET in ...

a)

het organiseren van de activiteiten

b)

het door 1 iemand opleggen van regels

c)

de bijdragen van individuele deelnemers waarderen

d)

het ontstaan van een bepaalde machtsstructuur of hiërarchie in de groep

13.

“Wanneer niet alle leiderschapsfuncties vervuld worden, ontstaan er soms informele leiders. Dit kan kansen bieden, maar ook gevaren.”

a)

waar

b)

niet waar