wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M1C onderwerp en pv tt

Total questions: 30

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Haal de persoonsvorm uit de volgende zin:

Bij vraag 2 t/m 10 moet je de persoonsvorm uit de zin halen.

a)

moet

b)

bij

c)

je

d)

halen

2.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Zou je mij het zout even aan willen geven?

a)

zou

b)

willen

c)

geven

d)

je

3.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Waardoor werd deze ramp eigenlijk veroorzaakt?

a)

waarom

b)

werd

c)

deze ramp

d)

veroorzaakt

4.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Wie stopt al die spullen steeds in de koelkast?

a)

wie

b)

stopt

c)

al die spullen

d)

in de koelkast

5.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Hij had mij willen bellen gisteren.

a)

hij

b)

had

c)

willen

d)

bellen

6.

Stop alle berichten over het online onderwijs!

a)

stop

b)

alle berichten

c)

over

d)

het online onderwijs

7.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Wie heeft jou zo goed geholpen afgelopen week?

a)

wie

b)

heeft

c)

geholpen

d)

afgelopen

8.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Hij had mij een nieuwe pen gegeven met verschillende kleuren.

a)

hij

b)

had

c)

gegeven

d)

kleuren

9.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Het aangepaste onderwerp paste wel goed bij de omstandigheden.

a)

aangepaste

b)

aangepaste onderwerp

c)

paste

d)

omstandigheden

10.

Haal de persoonsvorm uit de zin:

Waarom heb jij zoveel moeite gedaan voor deze opdracht?

a)

waarom

b)

heb

c)

jij

d)

gedaan

11.

Haal het onderwerp uit de zin:

Bij de volgende vragen 12 t/m 21 moet je het onderwerp uit de zin halen.

a)

je

b)

moet

c)

het onderwerp

d)

bij de volgende vragen

12.

Haal het onderwerp uit de zin:

Waarom bepaalt de docent van de eerste klas jouw keuzes?

a)

waarom

b)

de docent

c)

de docent van de eerste klas

d)

jouw keuzes

13.

Haal het onderwerp uit de zin:

In de bijbel staan de Tien geboden.

a)

in de bijbel

b)

bijbel

c)

de Tien geboden

d)

staan

14.

Haal het onderwerp uit de zin:

Wanneer staan de volgende opdrachten gepland in Its learning?

a)

wanneer

b)

staan

c)

de volgende opdrachten

d)

in Its learning

15.

Haal het onderwerp uit de zin:

In het huis aan de gracht zitten nog vijf studenten te leren.

a)

het huis aan de gracht

b)

zitten

c)

de gracht

d)

vijf studenten

16.

Haal het onderwerp uit de zin:

De muziek van de buurman staat echt heel erg hard.

a)

de muziek

b)

de buurman

c)

de muziek van de buurman

d)

hard

17.

Haal het onderwerp uit de zin:

Door de jongen wordt de bal in het net geschopt.

a)

door de jongen

b)

de jongen

c)

de bal

d)

in het net

18.

Haal het onderwerp uit de zin:

De opgaven van de vorige keer worden door de docent nagekeken.

a)

de opgaven

b)

de opgaven van de vorige keer

c)

door de docent

d)

de docent

19.

Haal het onderwerp uit de zin:

Het rode bolletje in de hoek laat mij de resultaten zien.

a)

het rode bolletje

b)

in de hoek

c)

het rode bolletje in de hoek

d)

mij

20.

Haal het onderwerp uit de zin:

Voor de laatste keer wordt dit festival door hem georganiseerd.

a)

voor de laatste keer

b)

dit festival

c)

door hem

d)

hem

21.

Haal het onderwerp uit de zin:

Het katje klom op de muur met de klimop

a)

klom

b)

het katje

c)

op de muur

d)

op de muur met klimop

22.

Kies bij de volgende opgaven de goede schrijfwijze. Het gaat om de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd.

a)

Ik vind deze opgaven te lang duren.

b)

Ik vindt deze opgaven te lang duren.

c)

Ik vint deze opgaven te lang duren.

23.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

Waarom verteld hij dat verhaal?

b)

Waarom verteldt hij dat verhaal?

c)

Waarom vertelt hij dat verhaal?

24.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

Wie beantwoord die brief van de directeur?

b)

Wie beantwoordt die brief van de directeur?

c)

Wie beantwoort die brief van de directeur?

25.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

De krant 7Days verschijnd één keer per week op vrijdag.

b)

De krant 7Days verschijnt één keer per week op vrijdag.

c)

De krant 7Days verschijndt één keer per week op vrijdag.

26.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

Zijn lieve gedrag verbaast mij steeds weer.

b)

Zijn lieve gedrag verbaasd mij steeds weer.

c)

Zijn lieve gedrag verbaasdt mij steeds weer.

27.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

Vind jij deze opgave makkelijk?

b)

Vindt jij deze opgave makkelijk?

c)

Vint jij deze opgave makkelijk?

28.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

De leerling bepaalt het aantal punten.

b)

De leerling bepaald het aantal punten.

c)

De leerling bepaaldt het aantal punten.

29.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

Beantwoord je oom de brief nog?

b)

Beantwoordt je oom de brief nog?

c)

Beantwoort je oom de brief nog?

30.

Kies de goede schrijfwijze van de persoonsvorm:

a)

Het onhandige meisje struikelt over de stoeptegel.

b)

Het onhandige meisje struikeld over de stoeptegel.

c)

Het onhandige meisje struikeldt over de stoeptegel.