NEW
Font size
WorksheetsOnderwerp zoeken
Total questions: 31
Worksheet time: 38mins
Ik houd van groep 6a
Ik
houd
van
groep 6a
De hond slaap in zijn mand.
mand
hond
De hond
slaapt
Wordt je zus morgen 10 jaar?
je zus
je
Wordt
jaar
Het lieve meisje een van het lekkere ijsje.
lekkere ijsje
lieve meisje
het lekkere ijsje
Het lieve meisje
Ik speel in de tuin.
speel
Ik
de tuin
in
Belt je mama naar papa?
naar
mama
papa
je mama
De turnmeester speelt een spel met de leerlingen.
een spel
de leerlingen
De turnmeester
speelt
Bloedt je broer aan zijn neus?
je
je broer
Bloedt
neus
Slapen de konijnen altijd in hun hol?
hol
de konijnen
hun hol
altijd
In de sloot zwemmen mooie vissen.
in de sloot
zwemmen
mooie vissen
in de sloot zwemmen
Heb jij een vis gevangen tijdens het klassenuitje?
klassenuitje
een vis
heb gevangen
jij
De papierbak moet nodig geleegd worden!
moet geleegd worden
moet
de papierbak
nodig
In de vakantie gaan wij met de trein naar Noorwegen.
naar Noorwegen
wij
gaan
in de vakantie
In de appeltaart zitten zes appels.
in de appeltaart
zes appels
zitten
in de appeltaart zitten
Op school werken de mannen hard aan een nieuwe kantine.
op school
werken
de mannen
aan de nieuwe kantine
In Friesland krijgen de scholen over vijf weken vakantie.
in Friesland
vakantie
krijgen
de scholen
Zullen we in Slagharen samen in een achtbaan?
zullen
we
in Slagharen
in een achtbaan
Harry Potter gaat voor het eerst naar Zweinstein.
De uil bezorgt een brief.
Eet professor Perkamentus graag snoep?
Harry Potter houdt van Hermelien, maar heeft een hekel aan Voldemort.
Volgens mij is het neefje van Harry een gemene pestkop.
Harry zwaait naar Ron en tovert een grote zak met salamanders uit zijn bureau.
Uitleg:
Een voegwoord plakt twee zinnen aan elkaar zodat het 1 hele lange zin wordt.
Voorbeelden van voegwoordjes zijn:
nadat, terwijl, totdat, voordat, omdat, en, maar, want.
We gaan niet naar buiten, zolang het regent.
Groep 5 gaat aan de weektaak, terwijl groep 6 gaat rekenen.
We plakken de blaadjes aan de steel nadat de bloem vast gemaakt is.
Doe je jas aan voordat je naar buiten gaat.
Het onderwerp vind je door te vragen: Wie (soms: Wat) + pv?
Juist
Onjuist
De persoonsvorm vind je door de zin in een andere tijd te zetten.
Juist
Onjuist
