wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Offsetdruk

Total questions: 11

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Welke druktechniek is offsetdruk?

a)

Hoogdruk; de delen die gedrukt moeten worden liggen hoger dan de onbedrukte delen.

b)

Vlakdruk; de delen die gedrukt moeten worden liggen even hoog als de onbedrukte delen.

c)

Diepdruk; de delen die gedrukt moeten worden liggen lager dan de onbedrukte delen.

d)

Doordruk; de drukinkt wordt dóór de beelddrager op het te bedrukken materiaal overgebracht.

2.

Wat gebeurt er tijdens de "pre-press stage"? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

Digitale ontwerpen worden gecreëerd.

b)

Digitale bestanden worden opgesplitst per kleur.

c)

Beelden worden met een laser geëtst op aluminium platen.

d)

Het beeld wordt overgezet op een rubberdoek.

3.

Welk deel van de plaat wordt bevochtigd met water?

a)

De beeld-delen

b)

De niet-beeld delen

c)

Zowel de niet-beeld als de beeld-delen

4.

Na de bevochtiging wordt inkt doorgegeven aan de aluminiumplaat. Welk deel van de aluminiumplaat ontvangt deze inkt?

a)

De niet-beeld delen

b)

De beeld-delen

c)

Zowel de niet-beeld als de beeld-delen

5.

Hierna wordt de afbeelding overgezet naar een andere cilinder, die een zeer belangrijke functie vervult binnen de offsetdruk. Wat is deze cilinder zijn belangrijkste functie?

a)

Het papier doorgeven.

b)

De cilinder heeft een rubberdoek. Deze rubberdoek drukt het beeld uiteindelijk op het papier.

c)

Het papier gladstrijken.

d)

De inkt gelijkmatig verdelen over het papier.

6.

Wat is het gevolg van het overzetten van het beeld naar een rubberdoek?

a)

Het zorgt ervoor dat de inkt beter wordt opgenomen door het papier.

b)

Het zorgt ervoor dat de uiteindelijke druk duidelijker en scherper zal zijn.

c)

Het zorgt ervoor dat de inkt meer gelijkmatig wordt verdeeld over het papier.

d)

Het maakt het drukproces sneller en gemakkelijker.

7.

Vanwaar haalt 'offsetdruk' zijn naam?

a)

De tussenstap van het overzetten van het beeld naar de rubberdoek.

b)

Het gebruik van aluminium platen.

c)

Het gebruik van olie en water.

8.

Papier wordt ingeladen aan het begin van de printer en bedrukt. Wat verloopt hier tijdens het drukken anders als bij een traditionele inkjetprinter? Meerdere antwoorden zijn mogelijk.

a)

Er kunnen meerdere papieren tegelijkertijd worden bedrukt.

b)

Iedere kleur zal apart en opeenvolgend worden gedrukt op het papier (CMYK).

c)

Ieder papier zal meerdere kleurstations passeren.

d)

De rubberdoek zal het beeld op het papier drukken.

9.

Waarvoor staat de afkorting 'CMYK'?

a)

Cyaan, Marineblauw, Yellow (geel) en Koolzwart.

b)

Cyaan, Magenta, Yellow (geel) en Key (zwart)

c)

Crimson, Moss green, Yellow (geel) en Khaki.

10.

Alle bedrukte papieren komen na het drukken samen op een hoopje terecht en worden van elkaar gescheiden met een dun laagje poeder. Waarvoor dient dit poeder?

a)

De poeder zorgt ervoor dat het geprinte beeld kan drogen zonder dat het de papieren erboven of eronder markeert.

b)

De poeder zorgt ervoor dat de inkt sneller droogt.

c)

De poeder zorgt ervoor dat het geprinte beeld nog scherper wordt.

d)

De poeder zorgt voor meer optische kleurmenging.

11.

Waarom is offsetdruk meer geschikt voor grote oplages?

a)

Een offset printer werkt veel sneller, waardoor grote oplages ook sneller beschikbaar zullen zijn voor de klanten.

b)

De meeste kosten gaan naar de eerste opstelling van de drukmachine. Hierna zal de prijs per druk dalen, terwijl de hoeveelheid aan drukken omhoog gaat.

c)

De drukmachine kan meerdere papieren tegelijkertijd bedrukken.

d)

De hoge kwaliteit van de drukwerken spreekt voornamelijk de doelgroepen aan die grote oplages wensen.