wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Elektriciteit leerlingvragen OB

Total questions: 23

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Wat is de eenheid van spanning?
a)
Ampere
b)
Volt
c)
Ohm
d)
Coulomb
2.
Waar staat "U'' voor
a)
stroom
b)
spanning
c)
volt
d)
Ohm
e)
Al deze bovenstaande opties
3.
Hoe tel je de stroom op bij een parallelschakeling
a)
I tot= I1+ I2 +I3
b)
I tot= I1 = I2 = I3
c)
U tot = U1 + U2 + U3
d)
U tot = U1 = U2 = U3
e)
Folkerts moet president worden?!
4.
welke grootheid hoort bij Ohm?
a)
Stroom
b)
Weerstand
c)
Spanning
d)
Lading
5.
stel je hebt een spanning van 15 V en een stroom van 3,0 A. hoe groot is de weerstand?
a)
5
b)
5 Ω
c)
5,0 Ω
d)
5
6.
welke formule gebruiken we om stroom te bereken
a)
p=UxI
b)
I=U:R
c)
I=UxR
d)
I=P:R
7.
Als je met wat voor soort doek over een pvc-buis wrijft wordt die elektrisch geladen?
a)
katoenen doek
b)
wollen doek
c)
linnen doek
d)
polyester doek
8.
Welke formule gerbuik je om vermogen te berekenen?
a)
U= R x I
b)
Eel= P x t
c)
P= R x I
d)
P= R x I x I
9.
Hoeveel volt bedraagt de netspanning
a)
220
b)
240
c)
230
d)
210
e)
225
10.

Waar is P de afkorting van?

a)

energie

b)

Ampere

c)

vermogen

d)

Joule

e)

Watt

11.
Welke grootheid hoort bij coulomb?
a)
vermogen
b)
stroom
c)
weerstand
d)
lading
e)
spanning
12.
Wat is de weerstand?
a)
Geeft energie aan een lading
b)
Hoeveel lading er per seconde langs komt
c)
Hoeveel volt je nodig hebt voor een stroom van 1 Ampère
d)
De hoeveelheid elektrische energie die per seconde wordt gebruikt
e)
De totale hoeveelheid elektrische energie
13.
met welke formule kan je NIET de Stroom berekenen?
a)
R = U : I
b)
Eel = P x t
c)
P = U x I
d)
Je kan Stroom met geen een berekenen
e)
Je kan Stroom met allemaal berekenen
14.
P= U x I kun je ook schrijven als:
a)
U= I:P
b)
P= U:I
c)
P= R x I2(in het kwadraat)
d)
P= I:R
15.

Welke formule moet je gebruiken om soortelijke weerstand te berekenen

a)

π x r²

b)

ρ x I / A

c)

Ω x m

d)

U / I

16.
Welk symbool hoort bij vermogen?
a)
I
b)
U
c)
A
d)
P
e)
Ω
17.
in welke letter drukken we spanning uit
a)
U
b)
P
c)
R
d)
A
e)
V
18.
Hoe bereken je de totale stroom in een serie schakeling?
a)
i1 + i3 = i2 + i4
b)
i1 + i2 + i3 + i4
c)
i1 = i2 = i3 = i4
d)
i1 + i2 = i3 + i4
19.
Waar is A de eenheid van?
a)
Ampére
b)
Watt
c)
Joule
d)
coulomb
e)
lading
20.
in welke eenheid drukken we spanning uit
a)
u
b)
v
c)
r
d)
a
21.
Wat is de eenheid van I(hoofdletter i)?
a)
Volt
b)
Ampère
c)
Stroom
d)
Ohm
e)
Spanning
22.
wat is de formule op vermogen te berekenen
a)
p=UxR
b)
p=RxIxI
c)
R=UxI
d)
P=RxI
23.

hoe bereken je de totale weerstand in een serieschakeling?

a)

Utot

b)

U1+U2+U3+...

c)

R1+R2+R3+....

d)

I1+I2+I3+...

e)

geen van bovenstaande