wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Recht en Wetgeving - 5 Kantoor - Verkoop

Total questions: 13

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Wat is recht ?

a)

Een geheel van LEEFREGELS of normen die uitgaan van de gemeenschap die moeten worden nageleefd door alle leden van die gemeenschap en afdwingbaar zijn met sancties

b)

Niet krom

c)

afspraken gemaakt tussen politiek en parlement

2.

WAAROM is er recht ?

a)

Om het samenleven mogelijk te maken zijn er regels nodig

b)

om boetes te kunnen uitschrijven

c)

omdat er ook krom is

3.

Om als persoon als geestelijk ‘bekwaam of competent’ te worden aanzien, moet je:

a)

jonger zijn dan 18 jaar

b)

voldoende in staat zijn om de gevolgen van je beslissingen en daden in te schatten

c)

Kundig zijn

4.

Je bent volgens de wet BEKWAAM vanaf de leeftijd van :

a)

12 jaar

b)

15 jaar

c)

18 jaar

d)

21 jaar

5.

De algemene regel is dat

a)

minderjarigen wel rechtsbekwaam maar niet handelingsbekwaam zijn.

b)

minderjarige niet rechtsbekwaam maar wel handelingsbekwaam zijn

c)

niet handelingsbekwaam en niet rechtsbekwaam zijn

6.

Een rechtshandeling is :

a)

handelingen die juridisch gevolgen met zich meebrengen

b)

handelingen die over recht gaan

c)

handelingen die over krom gaan

7.

Een voorbeeld van een rechtshandeling is

a)

trouwen

b)

tv kijken

c)

sporten

d)

samen eten met vrienden

8.

"ouderlijk gezag" wil zeggen

a)

tot de leeftijd van 18 jaar nemen je ouders alle beslissingen

b)

ouders zijn de baas over alles wat je doet

c)

wie oudst is, neemt alle beslissingen

9.

Tot de leeftijd van 18 jaar :

a)

zijn ouders aansprakelijk voor de schade die hun minderjarige kinderen door hun foutief of onzorgvuldig gedrag veroorzaken

b)

moet je thuis blijven wonen

c)

zijn kinderen aansprakelijk voor de schade die ze aanrichten

10.

Een koopovereenkomst is een overeenkomst :

a)

waarbij de ene partij, verkoper zich verbindt om een zaak te leveren en de andere partij, koper zich verbindt om daarvoor een prijs te betalen.

b)

waarbij de koper zich verbindt om een zaak te leveren en de verkoper zich verbindt een prijs te betalen

c)

waarbij de koper iets krijgt zonder er geld voor te betalen

11.

Om een koop geldig af te sluiten zijn er 3 voorwaarden vereist

a)

geldige toestemming, bekwaamheid, geldig voorwerp

b)

vrijheid, gelijkheid, broederschap

c)

correcte prijs, correct voorwerp, tijdige levering

12.

Wat zijn de verplichtingen van de verkoper

a)

de verkochte zaak leveren en de koper vrijwaren.

b)

de verkochte zaak leveren en de koopprijs betalen

c)

de koopprijs betalen en de koper vrijwaren

13.

De vijf bewijsmiddelen in het burgerlijk recht zijn

a)

eed, vermoedens, bekentenis, bewijs door getuigen, schriftelijk bewijs

b)

Jan, Piet, Joris, Korneel en bart

c)

eten, drinken, boterhammen, cola, bier