wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V5 - Systeem Aarde Quiz

Total questions: 23

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
2.
Een lagedrukgebied ontstaat door:
a)
opwarming
b)
afkoeling
3.
Wind waait aan het aardoppervlak van:
a)
hoge druk naar lage druk
b)
lage druk naar hoge druk
4.
De wet van Buys Ballot geeft een verklaring voor:
a)
afwijkende neerslagpatronen
b)
afwijkende windrichtingen
c)
afwijkende drukgebieden
d)
afwijkende antwoorden
5.
Wanneer je op het noordelijk halfrond met de wind in je rug staat, dan heeft de wind een afwijking naar:
a)
rechts
b)
links
6.
Waarvoor staat ITCZ?
a)
Intertropische concentratiezone
b)
Intertropische convergentiezone
c)
Intertropische conclusiezone
d)
Geen flauw idee!
7.
De ITCZ bestaat uit een zone van:
a)
lage druk
b)
hoge druk
8.
De zon staat nooit loodrecht op een keerkring
a)
Waar
b)
Niet waar
9.

Wat is de juiste volgorde van luchtdrukgebieden? H=hoog, L=laag

a)

H

L

H

L (evenaar)

H

L

H

b)

L

H

L

H (evenaar)

L

H

L

10.

Welke uitspraak is juist:

I: Passaten veranderen elk half jaar van richting door het verschuiven van de ITCZ

II: Bij het passeren van de evenaar verandert de wind van richting.

a)

Beiden uitspraken zijn juist.

b)

Beiden uitspraken zijn onjuist.

c)

Uitspraak I is juist. Uitspraak II is onjuist

d)

Uitspraak I is onjuist. Uitspraak II is juist.

11.
Dalende lucht is.......?
a)
koude lucht
b)
droge lucht
c)
warme lucht
d)
vochtige lucht
12.

de winden tussen de 30 graden noorder/zuiderbreedte en de evenaar heten de:

a)

moessons

b)

westenwinden

c)

polaire winden

d)

passaten

13.

Bekijk de zuidwesten wind bij Singapore in juli, dit is een

a)

passaat

b)

moesson

14.
Stijgingsneerslag is:
a)
Neerslag die ontstaat bij opwarming van het aardoppervlak waarbij lucht gaat stijgen en er neerslag ontstaat. 
b)
Neerslag die ontstaat als een warmte en een kou front elkaar tegenkomen. 
c)
Neerslag die ontstaat als lucht omhoog wordt geduwd aan een kant van de berg. 
15.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaat kringloop

c)

Waterkringloop

d)

Waterwegen

16.

Welk gas zit het meeste in lucht?

a)

Zuurstof

b)

Koolstofdioxide

c)

Stikstof

17.

Tussen de 40 graden noorder- en 40 graden zuiderbreedte is er een:

a)

overschot op de stralingsbalans

b)

tekort op de stralingsbalans

18.

de evenaar ontvangt veel zonne-energie door (2 antwoorden aanvinken):

a)

de lange daglengte

b)

de loodrechte zonnestand

c)

de korte afstand van een zonnestraal door de atmosfeer

d)

de korte afstand tot de zon

e)

de grote omtrek van de aarde bij de evenaar

19.

dit oppervlak heeft het grootste albedo:

a)

zee-water

b)

asfalt

c)

ijs

d)

woestijn

20.

Bij de 'schoorstenen' of 'chimneys' bij IJsland zakt het zeewater de diepzee in doordat:

a)

het relatief zoet, warm en zwaar is

b)

het relatief zoet, warm en licht is

c)

het relatief zout, koud en licht is

d)

het relatief zout, koud en zwaar is

21.

Je ziet hier een grafiek van het ...-klimaat

a)

Cw

b)

Cs

c)

Cf

d)

BW

22.

De juiste volgorde van de atmosfeer (vanaf de grond) is:

a)

stratosfeer - mesosfeer - troposfeer

b)

mesosfeer - stratosfeer - troposfeer

c)

troposfeer - stratosfeer - mesosfeer

d)

troposfeer - mesosfeer - stratosfeer

23.

Welke twee eigenschappen van oceaanwater hebben effect op de dichtheid van het water?

a)

Locatie en neerslag

b)

Zoutgehalte en stroomsnelheid

c)

Stroomsnelheid en temperatuur

d)

Temperatuur en zoutgehalte