wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3H H5.2 gewone SO

Total questions: 12

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Waarom wil een skateboarder harde wielen onder zijn board?

a)

Dat glijdt niet zo snel opzij

b)

Dat maakt het echte groove geluid

c)

Dat rolt sneller

d)

Dat breekt niet zo snel als stuitert

2.

De fietsband die je kunt oppompen is in 1888 uitgevonden. Noem 2 voordelen van zo'n band

a)

Luchtband zorgt ook voor beetje vering

b)

Luchtband kan lek gaan

c)

Luchtband moet je steeds op spanning houden

d)

Luchtband is van rubber en dat is stroef

3.

Arbeid reken je uit met de volgende formule:

a)

W = F . m

b)

W = F . s

c)

W = F / s

d)

W = F / t

4.

Piet overwint de veerkracht met 400 N en drukt daarbij de veer 20 cm om. Hoeveel Arbeid kost hem dat?

a)

80 J

b)

380 J

c)

420 J

d)

2000 J

5.

Een Trein op snelheid rolt heel lang uit als je de motor uitzet. Waardoor wordt de trein dan tenslotte vertraagd?

a)

De grote massa van de trein

b)

De rolweerstand met de rails

c)

De luchtweerstand

d)

De remblokken

6.

Een auto trekt snel op daar heeft hij 140.000 J voor nodig en 100 meter. Hoeveel kracht moet de motor opwekken?

a)

1.400 N

b)

1,4 M Newton

c)

140 N

d)

700 N

7.

Deze auto heeft een brandstofverbruik van 4 L / 100km. Hoeveel km rijdt je dan met 1 Liter brandstof?

a)

20 km

b)

kun je niet voorspellen

c)

25 km

d)

400 km

8.

Een dieselmotor heeft max. rendement van 43%. Hoeveel energie is er dan beschikbaar uit 5 L diesel, om te rijden?

a)

5 x 36 MJ x (100 - 43) /100 = 102,6 MJ

b)

5 x 36 MJ x 0,43 = 77,4 MJ

c)

5 x 24 MJ x 43/1000 = 5,2 MJ

d)

1/5 x 33 MJ x 0,043 = 0,28 MJ

9.

Sanne rijdt weg bij het verkeerslicht. Ze levert constant 30N. De tegenwerkende F is 5N. Hoeveel kJ Arbeid verricht ze na 400m.?

a)

400 / ( 30 - 5) = 16 J = 0,016 kJ

b)

30 /5 x 400 = 2.400 J = 2,4 kJ

c)

( 30 - 5 ) x 400 = 10.000 J = 10 kJ

d)

30 x 400 = 12.000 J = 12 kJ

10.

De viertakt motor kent 4 slagen. Welke slag levert de kracht om de wielen aan te drijven.

a)

De arbeidsslag

b)

De compressieslag

c)

De aanzuigslag

d)

De uitlaatslag

11.

Wat is een hybride auto?

a)

De aandrijftechniek is brandstof, elektrisch is een optie

b)

De auto remt elektrisch én versnelt met brandstof

c)

De auto rijdt snel met elektrisch én langzaam met brandstof

d)

De aandrijftechniek is én elektrisch én met brandstof

12.

Met welke 2 stoffen werkt een brandstofcel?

a)

waterstof en zuurstof

b)

waterstof en aardgas

c)

aardgas en zuurstof

d)

water en zuurstof