wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

zenuwstelsel: stand van zaken V5

Total questions: 24

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Insecticiden uit de groep van neonicotinoïden blokkeren de acetylcholine- receptoren in het centrale zenuwstelsel van insecten.


Welk proces wordt hierdoor direct onmogelijk gemaakt?

a)

afgifte van neurotransmitters

b)

impulsgeleiding

c)

impulsoverdracht

d)

productie van neurotransmitters

2.

De signaalcascade in de smaakzintuigcel leidt uiteindelijk via een verhoging van de Ca2+-concentratie in het cytoplasma tot het ontstaan van impulsen in het aangrenzende neuron.


Hoe reageert het presynaptisch membraan op de verhoging van de Ca2+-concentratie?

a)

synthese van neurotransmitter

b)

exocytose van neurotransmitter

c)

opname van natrium ionen

d)

afgifte van natrium ionen

3.

De signaalcascade in de smaakzintuigcel leidt uiteindelijk via een verhoging van de Ca2+-concentratie in het cytoplasma tot het ontstaan van impulsen in het aangrenzende neuron.

Hoe reageert het postsynaptisch membraan hierop?

a)

depolarisatie

b)

repolarisatie

c)

hyperpolarisatie

4.

Insecticiden uit de groep van neonicotinoïden blokkeren de acetylcholine- receptoren in het centrale zenuwstelsel van insecten.


Welk proces wordt hierdoor direct onmogelijk gemaakt?

a)

afgifte van neurotransmitters

b)

impulsgeleiding

c)

impulsoverdracht

d)

productie van neurotransmitters

5.

Wat is de functie van de kleine hersenen

a)

Evenwicht houden

b)

bewuste gewaarwording van prikkels

c)

Coördinatie van bewegingen

6.

Wat is het verschil tussen een bewuste reactie en een onbewuste reactie (reflex)?

a)

Bij een reflex voel je eerst de pijn en daarna maak je de beweging

b)

Bij een reflex maak je eerst de beweging en daarna voel je pas de pijn

7.

Bij welk type zenuwcel ligt alleen het cellichaam in het centrale zenuwstelsel?

a)

Bij een schakelcel

b)

Bij een gevoelszenuwcel

c)

Bij een bewegingszenuwcel

d)

Bij geen van bovenstaande

8.

Bij welk type zenuwcel ligt alleen het cellichaam in het centrale zenuwstelsel?

a)

Bij een schakelcel

b)

Bij een gevoelszenuwcel

c)

Bij een bewegingszenuwcel

d)

Bij geen van bovenstaande

9.

Wat is de naam van onderdeel en 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?

a)

1 = celkern, 2 = prikkel

b)

1 = uitloper, 2 = impuls

c)

1 = uitloper, 2 = prikkel

d)

1 = cellichaam, 2 = impuls

10.

Hoe noemen we een elektrisch signaaltje dat van een zintuig af komt?

a)

Prikkel

b)

Neuron

c)

Impuls

d)

Bananen

11.

Wat voor type zenuw is 5?

a)

Gevoelszenuw

b)

Bewegingszenuw

12.

De hartslag wordt gecontroleerd door ...

a)

Het willekeurig zenuwstelsel

b)

Het perifeer zenuwstelsel

c)

Het autonoom zenuwstelsel

d)

Geen van bovenstaande

13.

De vliegenzwam is een opvallende paddenstoel. Het eten ervan kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen. De vliegenzwam bevat stoffen met een bedwelmende en hallucinogene werking. Een van deze stoffen is muscimol, dat als een neurotransmitter werkt.


In afbeelding 5 zie je delen van een aantal zenuwcellen. Vier plaatsen zijn met een cijfer aangegeven.

Welk cijfer geeft de plaats aan waar muscimol werkzaam is waardoor een bedwelmend effect in de hersenen ontstaat?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

14.

Freek besluit om geen alcohol meer te drinken. Daardoor kan hij ook zijn vrienden veilig naar huis brengen. Alcoholgebruik in het verkeer veroorzaakt veel dodelijke slachtoffers. Door een vertraagde reactiesnelheid en een verstoorde motoriek is een persoon die alcohol gedronken heeft, niet in staat om veilig aan het verkeer deel te nemen. Met een blaastest wordt bepaald of iemand te veel alcohol in zijn bloed heeft. Soms wordt een aangehouden persoon gevraagd over een rechte lijn te lopen.


In afbeelding 2 zijn drie delen van de hersenen met nummers aangegeven. Een dronken persoon kan niet goed over een rechte lijn lopen.


Met welk nummer wordt het deel van de hersenen aangegeven dat dan niet goed werkt?

a)

1

b)

2

c)

3

15.

Wat gebeurt er tijdens de depolarisatie in een zenuwceluitloper?

a)

er gaat Na+ de cel in

b)

er gaat Na+ de cel uit

c)

er gaat K+ de cel in

d)

er gaat K+ de cel uit

16.
Hoe noemen we een orgaan dat door een bepaald gedeelte van het zenuwstelsel wordt beïnvloed?
a)
Innervatie
b)
Dubbel orgaan
c)
Doelwit orgaan
d)
Dubbele innervatie
17.
Wat is innervatie?
a)
De voorziening van een orgaan met bloedvaten.
b)
De voorziening van een orgaan met spieren.
c)
De voorziening van een orgaan met zenuwen.
d)
De voorziening van een orgaan met pezen.
18.
Een invloed van buiten af op een organisme noemen we een:
a)
Impuls.
b)
Prikkel.
c)
Invloed.
d)
Reflex.
19.
Wat is NIET waar?
a)
De impulsfrequentie is altijd gelijk.
b)
De impulssterkte is altijd gelijk.
c)
De drempelwaarde ligt meestal rond -50 mV
d)
Eem natrium-kaliumpomp heeft ATP nodig om te kunnen werken.
20.
De grijze kleur van de (vlindervormige) stof in het ruggenmerg wordt veroorzaakt door:
a)
Uitlopers van motorische zenuwcellen.
b)
Uitlopers van sensorische zenuwcellen.
c)
Schakelcellen.
d)
Uitlopers van schakelcellen.
21.
De zenuwcellen met de langste axonen zijn meestal:
a)
Sensorische zenuwcellen.
b)
Motorische zenuwcellen.
c)
Schakelcellen.
d)
Neuronen.
22.
De secretie van darmsap door darmsapklieren wordt geregeld door het animale zenuwstelsel.
a)
Juist
b)
Onjuist
23.

Hoe heet de uitloper die de prikkel naar het cellichaam toe geleidt?

a)

Dendriet

b)

Neuriet

c)

Axon

d)

Synaps

24.

Bij het parasympatische zenuwstelsel zie je dat de adrenalineproductie door het bijniermerg

a)

Stijgt

b)

Daalt

c)

Gelijk blijft