wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Biologie klas 1 TL H6.5 de ogen

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

'Beschermt de ogen tegen vuil en fel licht'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

2.

'De ogen beschermen tegen uitdroging'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

3.

'De ogen beschermen tegen vliegjes en vuil'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

4.

'Zorgt ervoor dat zweet langs de ogen loopt en niet er in'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

5.

'Traanvocht over de ogen verspreiden'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

6.

'Overtollig traanvocht afvoeren naar neusholte'

Deze functie hoort bij:

a)

Wenkbrauwen

b)

Wimpers

c)

Oogleden

d)

Traanvocht

e)

Traanbuizen

7.

Wat is de functie van het harde oogvlies.

a)

Hierin liggen de zintuigcellen, waarin impulsen ontstaan

b)

Beschermen van het binnenste van het oog

c)

Het groter en kleiner maken van de pupil

d)

Het draaien van de oogbol in de gewenste richting

e)

Zorgt voor de voeding van het oog

8.

Wat is de functie van het vaatvlies.

a)

Hierin liggen de zintuigcellen, waarin impulsen ontstaan

b)

Beschermen van het binnenste van het oog

c)

Het groter en kleiner maken van de pupil

d)

Het draaien van de oogbol in de gewenste richting

e)

Zorgt voor de voeding van het oog

9.

In de iris zitten kringspieren en straalsgewijs lopende spieren, deze zorgen voor:.

a)

Hierin liggen de zintuigcellen, waarin impulsen ontstaan

b)

Beschermen van het binnenste van het oog

c)

Het groter en kleiner maken van de pupil

d)

Het draaien van de oogbol in de gewenste richting

e)

Zorgt voor de voeding van het oog

10.

De binnenste laag van de wand van het oog heet 'netvlies'

a)

Hierin liggen de zintuigcellen, waarin impulsen ontstaan

b)

Deze beschermt het binnenste van het oog

c)

Deze zorgt voor het groter en kleiner maken van de pupil

d)

Deze zorgt voor het draaien van de oogbol in de gewenste richting

e)

Deze zorgt voor de voeding van het oog

11.

Aan het harde oogvlies zitten 'oogspieren'.

a)

Hierin liggen de zintuigcellen, waarin impulsen ontstaan

b)

Deze beschermen van het binnenste van het oog

c)

Deze zorgen voor het groter en kleiner maken van de pupil

d)

Deze draaien van de oogbol in de gewenste richting

e)

Deze zorgen voor de voeding van het oog

12.

'De geleiachtige massa in een oog'

Deze omschrijving hoort bij:

a)

De iris

b)

De lens

c)

De blinde vlek

d)

Het hoornvlies

e)

Het glasachtig lichaam

13.

'Het doorzichtige deel aan de voorkant van het oog'

Deze omschrijving hoort bij:

a)

De iris

b)

De lens

c)

De blinde vlek

d)

Het hoornvlies

e)

Het glasachtig lichaam

14.

'De plaats van het netvlies waar de oogzenuw het oog verlaat'

Deze omschrijving hoort bij:

a)

De iris

b)

De lens

c)

De blinde vlek

d)

Het hoornvlies

e)

Het glasachtig lichaam

15.

'Dit deel zorgt ervoor dat je scherp kunt zien'

Deze omschrijving hoort bij:

a)

De iris

b)

De lens

c)

De blinde vlek

d)

Het hoornvlies

e)

Het glasachtig lichaam

16.

'Het gekleurde deel van het oog'

Deze omschrijving hoort bij:

a)

De iris

b)

De lens

c)

De blinde vlek

d)

Het hoornvlies

e)

Het glasachtig lichaam

17.

Wat is waar:

Als er fel licht je ogen binnen valt

a)

is de pupil klein en de Iris groot

b)

is de pupil klein en de iris klein

c)

is de pupil groot en de iris klein

d)

is de pupil groot en de iris groot

18.

Wat is waar:

Als er fel licht je ogen binnen valt;

a)

zijn de kringspieren van de iris samen getrokken en de straalsgewijs lopende spieren ontspannen

b)

zijn de kringspieren van de iris ontspannen en de straalsgewijs lopende spieren samen getrokken