wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toets TC klas 1 - grammatica, zinsdelen, LV, MV, o,wwg

Total questions: 35

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

In Nederland wordt vaker gepind door alle mensen uit het land.

Wat is het gezegde uit de zin?

a)

wordt

b)

door alle mensen

c)

wordt gepind

d)

gepind

2.

Gisteren heb ik de deur om tien uur gesloten

wat is het lijdend voorwerp in de zin

a)

ik

b)

de deur

c)

tien uur

d)

heb gesloten

3.

Ik was geraakt door die opmerking over mijn overleden hondje.

Wat is het gezegde van deze zin

a)

was geraakt

b)

was

c)

Ik

d)

door die opmerking

4.

De meester wierp tijdens de wedstrijd de handdoek in de ring

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin

a)

De meester

b)

de wedstrijd

c)

werd

d)

de handdoek

5.

Heb je de kratjes opgestapeld en aan je moeder gegeven?

wat is het meewerkend voorwerp in deze zin?

a)

de kratjes

b)

heb opgestapeld

c)

je moeder

d)

gegeven

6.

De docent had alle fouten doorgestreept.

verdeel de zin in stukjes

a)

de docent - had - alle - fouten - doorgestreept

b)

de - docent - had - alle fouten - doorgestreept

c)

de docent - had - alle fouten - doorgestreept

d)

de - docent - had - alle fouten doorgestreept

7.

Heb je haar een kaartje gestuurd?

wat is het meewerkend voorwerp uit de zin

a)

heb gestuurd

b)

je

c)

haar

d)

gestuurd

8.

Op het feest heeft hij met haar gedanst.

verdeel in stukjes

a)

op - het - feest - heeft - hij - met haar - gedanst

b)

op het feest - heeft - hij - met haar - gedanst

c)

op het feest - heeft hij - met - haar - gedanst

d)

op - het feest - heeft - hij - met haar - gedanst

9.

De stallen worden binnenkort gesloopt.

wat is het onderwerp in deze zin?

a)

De stallen

b)

worden

c)

binnenkort

d)

worden gesloopt

10.

Maud heeft dit weekend goed gevoetbald.

wat is het gezegde in deze zin?

a)

Maud

b)

heeft, goed

c)

heeft gevoetbald

d)

dit weekend

11.

Yasmine heeft haar haar blauw gemaakt.

wat is het lijdend voorwerp in deze zin?

a)

Yasmine

b)

heeft

c)

haar haar

d)

blauw

12.

Vorige week heb ik met mijn oma in 's-Hertogenbosch. gegeten.

wat is het onderwerp in deze zin?

a)

Vorige week

b)

heb gegeten

c)

ik

d)

mijn oma

13.

Morgen hebben we met zijn allen lekker weekend

wat is het lijdend voorwerp uit de zin?

a)

Morgen

b)

we

c)

met zijn allen

d)

lekker weekend

14.

Is het onderstreepte woord een persoonsvorm, een gezegde of een voltooid deelwoord?


Jasmijn herkanst morgen haar toets van Nederlands.

a)

persoonsvorm

b)

voltooid deelwoord

c)

gezegde

15.

Is het onderstreepte woord een voltooid deelwoord, een gezegde of een persoonsvorm?


De N279 is een aantal jaren geleden verbreed.

a)

voltooid deelwoord

b)

persoonsvorm

c)

gezegde

16.

Wat is het lijdend voorwerp in


De kinderen gaan een taart bakken

a)

de kinderen

b)

gaan

c)

een taart

d)

bakken

17.

De docent had alle fouten doorgestreept.

wat is het onderwerp in deze zin?

a)

had

b)

alle fouten

c)

doorgestreept

d)

De docent

18.

Deze muziek uit de vorige eeuw klinkt modern. Wat is juist?

a)

Deze muziek = lijdend voorwerp

b)

Deze muziek = onderwerp

c)

Klinkt modern = werkwoordelijk gezegde

d)

Deze muziek uit de vorige eeuw = onderwerp

19.

Een voltooid deelwoord begint altijd met 'be' of 'ge'.

a)

Inderdaad!

b)

Nee hoor, niet altijd.

20.

Wat is het meewerkend voorwerp in de zin


Morgen kopen we voor oma en mama een bos bloemen

a)

morgen

b)

we

c)

oma en mama

d)

een bos bloemen

21.

wat is de juiste zinsverdeling


we gaan morgen samen naar de stad.

a)

we - gaan - morgen - samen - naar - de stad

b)

we - gaan - morgen - samen naar de stad

c)

we gaan - morgen - samen - naar de stad

d)

we - gaan - morgen - samen - naar de stad

22.

Oma laat de hond een plas doen.

Wat is het lijdend voorwerp in de zin?

a)

Oma

b)

laat

c)

de hond

d)

laat doen

23.

Hoe heet het onderstreepte stukje uit de zin


Ik ga bij oma logeren

a)

O

b)

PV

c)

LV

d)

Gezegde

24.

Hoe heet het onderstreepte stukje uit de zin


Jan en Marieke gaan samen met oma naar de dierentuin.

a)

O

b)

PV

c)

LV

d)

Gezegde

25.

Mijn moeder geeft mijn juf bloemen en een kaart.

Wat is het lijdend voorwerp in de zin?

a)

mijn moeder

b)

geeft

c)

mijn juf

d)

bloemen en een kaart

26.

Wat is het onderstreepte stukje uit de zin


Mama koopt een nieuwe pyjama voor Bas

a)

O

b)

PV

c)

MV

d)

LV

27.

Wat is het onderstreepte stukje uit de zin


De voetballers geven de ballen en knuffels aan zieke kinderen.

a)

O

b)

PV

c)

MV

d)

LV

28.

Vorige week heeft de bruid haar wenkbrauw geverfd.


Het onderstreepte deel is....

a)

het gezegde

b)

het onderwerp

c)

het meewerkend voorwerp

29.

Na het optreden mochten de toneelspelers veel applaus in ontvangst nemen.

Het onderstreepte deel is.....

a)

het gezegde

b)

het onderwerp

c)

het lijdend voorwerp

d)

het meewerkend voorwerp

30.

De kok goot een lekker sausje over het vlees


het onderstreepte deel is....

a)

het gezegde

b)

het onderwerp

c)

het lijdend voorwerp

d)

de persoonsvorm

31.

In een vraagzin is het eerste woord altijd de persoonsvorm.

a)

waar

b)

niet waar

32.

noem de telwoorden in de zin


Ik heb twee honden, drie katten en een konijn

a)

twee

b)

drie

c)

een

33.

vink aan wat het moet zijn -

HV 2 x aanvinken dus HTW of RTW en bepaald of onbepaald,

M 1x aanvinken, mag ook 2 als je die weet.


De eerste schooldag was op 12 september

a)

eerste is een hoofdtelwoord 12 een rangtelwoord

b)

eerste is een rangtelwoord en 12 een hoofdtelwoord

c)

eerste is een bepaald rangtelwoord

d)

eerste is een bepaald hoofdtelwoord

34.

vink aan wat het moet zijn -

HV 2 x aanvinken dus HTW of RTW en bepaald of onbepaald,

M 1x aanvinken, mag ook 2 als je die weet.


Dit is nou de zoveelste keer dat ik het moet melden

a)

zoveelste is een rangtelwoord

b)

zoveelste is een hoofdtelwoord

c)

zoveelste is een onbepaald rangtelwoord

d)

zoveelste is een onbepaald hoofdtelwoord

35.

vink aan wat het moet zijn -

HV 2 x aanvinken dus HTW of RTW en bepaald of onbepaald,

M 1x aanvinken, mag ook 2 als je die weet.


Sommige kinderen gaan terug naar school, enkelen gaan naar huis.

a)

sommigen en enkelen zijn rangtelwoorden

b)

sommigen en enkelen zijn hoofdtelwoorden

c)

sommigen en enkelen zijn bepaalde rangtelwoorden

d)

sommigen en enkelen zijn onbepaalde rangtelwoorden

e)

sommigen en enkelen zijn onbepaalde hoofdtelwoorden