wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HC Steden en Burgers in de Lage Landen-Stedelijke netwerken

Total questions: 14

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Rond welke jaar vormden Vlaanderen en Brabant het economische zwaartepunt van de Nederlandse gewesten?

a)

1100

b)

1300

c)

1400

d)

1500

2.

Welke stad was in de 14e eeuw geen economisch zwaartepunt?

a)

Antwerpen

b)

Brugge

c)

Utrecht

d)

Amsterdam

3.

Welk kenmerkend aspect past het beste bij het onderwerp stedelijke netwerken?

a)

De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden

b)

De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarischurbane samenleving

c)

Het begin van staatsvorming en centralisatie

d)

Het begin van de Europese overzeese expansie

4.

Van welk groot rijk maken de Nederlandse gewesten in de 14e eeuw onderdeel uit?

a)

Heilig Roomse Rijk

b)

Heilig Duitse Rijk

c)

Spaanse Rijk

d)

Oostenrijk - Hongaarse Rijk

5.

Van welke groot handelsnetwerk maakte Brugge onderdeel uit in de 14e eeuw?

(a)  

6.

Brugge was het centrum van de ...

a)

Graanhandel

b)

Geldhandel

c)

Kaashandel

d)

Zilverhandel

7.

Welk begrip past bij de volgende omschrijving?

Een document waarin handelaren afspraken vastlegden over geld.

(a)  

8.

Wat zie je op de afbeelding?

(a)  

9.

Antwerpen werd in de 14e eeuw ook belangrijke handelsstad. Wat maakte Antwerpen zo aantrekkelijk voor de handel? Kies het beste antwoord.

a)

Antwerpen was goed toegankelijk voor grote zeeschepen en had een goede verbinding met het Europese achterland.

b)

Antwerpen was goed toegankelijk voor grote zeeschepen en had een bekende vismarkt.

c)

Antwerpen had een goede verbinding met het Europese achterland en was tolerant ten opzichte van buitenlandse handelaren.

d)

Antwerpen had een goede verbinding met het Europese achterland en was door de ligging verder landinwaarts relatief goed beschermd tegen onverwachte aanvallen van over zee.

10.

Ook Amsterdam werd in de tweede helft van de 14e eeuw een belangrijke handelsstad. Wat werd er voornamelijk uit het Oostzeegebied gehaald?

a)

Wijn

b)

Graan

c)

Vis

d)

Hout

11.

Hoe wordt de handel met het Oostzeegebied ook wel genoemd?

(a)  

12.

Waarom werd er door Amsterdam veel handel gedreven met het Oostzeegebied? Kies het beste antwoord.

a)

De Hollandse bodem was niet geschikt voor het verbouwen van het product wat men uit het Oostzeegebied haalde.

b)

De Hollanders hadden goede banden met de Scandinavische landen, dus handeldrijven was zo gemakkelijk.

c)

Antwerpen en Brugge waren voor Amsterdam concurrentie. Ze dreven dus liever handel met steden in Scandinavië aangezien deze steden de positie van Amsterdam minder bedreigde.

13.

Wat is geen innovatie die is ontwikkeld in de 14e eeuw en die de handel en productie stimuleerde?

a)

Aanleggen van nieuwe waterwegen

b)

Specialisatie

c)

Drieslagstelsel

d)

Uitvindingen in de scheepvaart

14.

De stof van deze week

a)

Begrijp ik goed en ik kan antwoord geven op de kernvragen.

b)

Begrijp ik voldoende, ik kan nog niet alle kernvragen beantwoorden.

c)

Begrijp ik matig, ik ken de belangrijke begrippen en ontwikkelingen nog niet goed genoeg.

d)

Onvoldoende, ik ken de belangrijke begrippen en ontwikkelingen nog niet.