wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pro krant week 15, april 2020

Total questions: 14

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Hoe vaak kom jij per dag buiten?

a)

Als het moet om boodschappen te doen.

b)

Wanneer ik zelf zin heb.

c)

Ik blijf altijd binnen

d)

Ik mag de tuin in / het balkon op.

2.

Hoe bevalt het thuisblijven tot nu toe?

a)

Ik vind het geweldig

b)

Ik mis mijn vrienden

c)

Ik mis school

d)

Ik word helemaal gek thuis

3.

Bekijk de foto bij de eerste tekst wat zie je?

a)

Mensen die naar hun familie in het ziekenhuis zwaaien

b)

Mensen die raar aan het doen zijn

c)

Mensen die naar vreemden zwaaien

d)

Mensen die aan het werk zijn

4.

Wie staat er aan het raam te zwaaien?

a)

Een oude man

b)

Een oude vrouw

c)

Een verpleegster

d)

Je vader of moeder

5.

Hoeveel alinea's heeft deze eerste tekst?

a)

2

b)

3

c)

4

d)

5

e)

6

6.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

a)

Mensen, dieren, planten, dingen, namen

b)

Zegt iets over een zelfstandig naamwoord

7.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de zin: De oude man ligt in bed.

a)

man

b)

oude

c)

ligt

d)

bed

8.

Typ hieronder een aantal steekwoorden waar alinea 2 ( Minder) over gaat.

(a)  

9.

Tekst 2: thuisblijven bij mooi weer

Wat deden veel Nederlanders het afgelopen weekend?

a)

Op een terras zitten

b)

Thuis blijven

c)

Naar het strand gaan

10.

Tekst 2: Wat deden toch veel Nederlanders?

a)

Wandelen in natuurgebieden en bij drielandenpunt in Vaals

b)

Een rondje op de kermis

c)

Naar het pretpark

d)

Naar sportwedstrijden

11.

Bleef jij afgelopen week thuis?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Voor het grootste gedeelte wel

12.

Tekst 2: Zoek in het artikel het woord maar. In welke alinea staat deze?

a)

alinea 1

b)

alinea 2

c)

alinea 3

d)

alinea 4

13.

Is maar en signaalwoord of verwijswoord?

a)

signaalwoord

b)

verwijswoord

14.

Lees de eerste 4 regels, welke regel vind jij het beste?

(a)