wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

hevige strijd en koude oorlog

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer was de Eerste Wereldoorlog

a)

1924-1928

b)

1914-1918

c)

1904-1908

d)

1939-1945

2.

Aan welke kant stond Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog?

a)

Centralen

b)

Geallieerden

c)

Amerika

d)

Neutraal

3.

Waarom verklaarden Frankrijk en Verenigd Koninkrijk de oorlog aan Duitsland in september 1939?

a)

Duitsland viel Polen binnen

b)

Hitler werd gekozen tot leider van Duitsland

c)

Duitsland bouwde de berlijnse muur

d)

Duitsland viel Nederland binnen

4.

Welke kleur had de ster die Joden moesten dragen tijdens de Tweede Wereldoorlog?

a)

Blauw

b)

Rood

c)

Geel

d)

Groen

5.

Wat gebeurde er met de koningin toen de Duitsers Nederland hadden bezet in de Tweede Wereldoorlog?

a)

Vermoord

b)

Vluchten naar Verenigd Koninkrijk

c)

Bleef in Nederland

d)

Ging naar Duitsland

6.

Welke belangrijke gebeurtenis was er in de herfst van 1944?

(a)  

7.

Hoe wordt de 'koude' periode genoemd waarin de Nederlanders zeer weinig te eten hadden en ook geen brandstof voor de kachel.

(a)  

8.

Welke van deze landen behoorden tot de Geallieerden tijdens de Tweede Wereldoorlog? (meerdere antwoorden goed)

a)

Duitsland

b)

Nederland

c)

Verenigd Koninkrijk

d)

Oostenrijk-Hongarije

e)

Verenigde Staten

9.

De Sovjetunie was een..............?

a)

Communistisch land

b)

Kapitalistisch land

10.

Waarom bouwde de Sovjetunie de Berlijnse muur? (kies het beste antwoord)

a)

Zodat mensen niet meer van West naar Oost Berlijn konden

b)

Omdat ze het mooier vonden staan

c)

Zodat kinderen erop konden spelen

d)

Zodat mensen niet meer van Oost naar West Berlijn konden

11.

Wat/wie was het 'Ijzeren Gordijn'?

a)

Een oud douchegordijn

b)

De leider van Sovjetunie

c)

De grens tussen West en Oost-Europa

d)

de leider van Amerika

12.

Welke landen richten de Europese gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKKS) op in 1951?

a)

Frankrijk, Duitsland, Italië en de Benelux

b)

Engeland, Ierland en Wales

c)

Benelux en Amerika

d)

Duitsland, Polen en Rusland

13.

Hoeveel landen zitten er in de EU? (je mag er 2 vandaan zitten)

(a)  

14.

Binnen de EU hebben we vrij verkeer van

a)

Fietsen en Motors

b)

Geld en Werk

c)

Kolen en Staal

d)

Goederen en Personen

15.

Welke van deze landen behoren tot de EU?

a)

Kazachstan

b)

Wit-Rusland

c)

Malta

d)

Oekrainie

e)

Litouwen