wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Schakelingen 3 VMBOt

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De spanning over een weerstandje is 12V en de stroom erdoor is 0,2A. Wat is de waarde van dit weerstandje?

a)

2,4 Ω

b)

24 Ω

c)

6 Ω

d)

60 Ω

2.

Als je de weerstand in een stroomkring groter maakt, gaat er:

a)

Meer stroom lopen

b)

Minder stroom lopen

c)

Geen stroom meer lopen

d)

Er is geen verschil

3.

Door een weerstand van 1,0kΩ loopt 6mA. De spanning over deze weerstand is dan

a)

0,006mV

b)

1,7MV

c)

6,0V

d)

0,17V

4.

Bekijk de schuifweerstand uit de afbeelding. Als je de schuif naar links verschuift, dan

a)

Neemt de weerstand tussen terminal A en terminal B toe

b)

Neemt de weerstand tussen terminal A en terminal B af

c)

Gebeurt er niks, want je moet de aansluiting rechts onderin het plaatje gebruiken

5.

Een LDR geeft een lagere weerstand als

a)

er meer licht op valt

b)

minder licht op valt

c)

meer stroom door loopt

d)

de temperatuur stijgt

e)

de temperatuur daalt

6.

Een NTC...

a)

Geeft een hogere weerstand bij een hogere temperatuur

b)

Geeft een lagere weerstand bij een hogere temperatuur

c)

Geeft een hogere weerstand bij een hogere lichtsterkte

d)

Geeft een lagere weerstand bij een hogere lichtsterkte

7.

In de strijkbout uit de afbeelding is een bimetaal toegepast. Het bimetaal buigt naar boven toe als:

a)

De temperatuur van de strijkbout lager wordt

b)

De temperatuur van de strijkbout hoger wordt

c)

De strijkbout rechtop op zijn achterkant gezet wordt omdat deze niet gebruikt wordt

d)

De strijkbout horizontaal staat omdat deze gebruikt wordt

8.

Je gebruikt een NTC om de temperatuur te meten. Je hebt een ampèremeter aangesloten op de NTC. Als er minder stroom loopt door de NTC dan

a)

Is de temperatuur gestegen

b)

Is de temperatuur gedaald

c)

Is de temperatuur gedaald of gestegen - dat kun je niet zeggen

9.

Voor het geleiden van elektrische stroom wordt vaak koper gebruikt omdat het een lage weerstand heeft. Kun je koper aantrekken met een magneet?

a)

Ja

b)

Nee

10.

Wanneer wordt een spoel van koper magnetisch?

a)

Als er een elektrische stroom doorheen loopt

b)

Als je deze verhit tot boven het Curie-punt

c)

Als je deze laat trillen

d)

als je er een magneet tegenaan houdt

11.

Kijk naar de afbeelding van het relais hiernaast. Welk contact is het maakcontact?

a)

30

b)

85

c)

86

d)

87

e)

87a

12.

Bekijk de afbeelding met weerstandscodes. Wat is de weerstand van een weerstandje met de kleurcode bruin-zwart-zwart-oranje?

a)

3001 Ω

b)

300 kΩ

c)

100 kΩ

d)

10 kΩ

13.

In de afbeelding zie je twee schakelingen. Allebei de schakelingen hebben dezelfde spanningsbron. Waar branden de lampjes feller?

a)

In situatie 1.

b)

In situatie 2.

c)

In beide situaties branden de lampjes even fel

14.

Kijk naar de schakelingen in de afbeelding. Allebei de schakelingen hebben dezelfde spanningsbron. In welke schakeling branden de lampjes feller?

a)

In schakeling 1.

b)

In schakeling 2.

c)

Ze branden in beide schakelingen even fel.

15.

Een transistor heeft drie connectoren. Welke optie is juist:

a)

1 = collector, 2 = emitter & 3 = basis

b)

1 = collector, 2 = basis & 3 = emitter

c)

1 = emitter, 2 = basis & 3 = collector

d)

1 = basis, 2 = collector & 3 = emitter

e)

1 = basis, 2 = emitter & 3 = collector

16.

Een transistor gaat pas stroom geleiden als

a)

Er voldoende stroom loopt van de basis naar de emitter

b)

Er voldoende stroom loopt van de collector naar de emitter

c)

De temperatuur hoog genoeg is

d)

Er voldoende licht op de transistor valt

17.

Kijk naar de schakeling in de afbeelding. Wat gebeurt er als er méér licht valt op de LDR?

a)

Dan gaat de weerstand van de LDR omlaag en gaat het lampje aan

b)

Dan gaat de weerstand van de LDR omhoog en gaat het lampje aan

c)

Dan gaat de weerstand van de LDR omlaag en gaat het lampje uit

d)

Dan gaat de weerstand van de LDR omhoog en gaat het lampje uit

18.

Bekijk het schakelschema in de afbeelding. Wat voor meters staan er in nummer 1 en nummer 2?

a)

1 is ampèremeter, 2 is voltmeter

b)

1 is voltmeter, 2 is ampèremeter

c)

het zijn beide voltmeters

d)

het zijn beide ampèremeters