WorksheetsLibre Service Havo2 U2 App 1&2
Total questions: 33
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
l’équipe (f)
a)
het team
b)
de keeper
c)
de overwinning
2.
la victoire
a)
de wedstrijd
b)
de overwinning
c)
het stadion
3.
le champion / la championne
a)
de winnaar
b)
de kampioen
c)
de champignon
4.
le stade
a)
de wijk
b)
de stad
c)
het stadion
5.
l’arbitre (m/f)
a)
de trainer
b)
de rechter
c)
de scheidsrechter
6.
faire du vélo
a)
fietsen
b)
een fiets repareren
c)
een fiets kopen
7.
nager
a)
zwemmen
b)
verslaan
c)
verliezen
8.
perdre
a)
verslaan
b)
verliezen
c)
winnen
9.
battre
a)
verslaan
b)
verliezen
c)
zwemmen
10.
le tournoi
a)
het toernooi
b)
de ronde
c)
de tour
11.
l’entraineur (m)
a)
de toeschouwer
b)
de scheidsrechter
c)
de trainer
12.
les loisirs (ml)
a)
de wedstrijden
b)
de grappen
c)
de vrijetijdsbesteding
13.
le jeu de société
a)
het gezelschapsspel
b)
de samenleving
c)
de videospellen
14.
bricoler
a)
winnen
b)
knutselen
c)
verliezen
15.
le joueur / la joueuse
a)
de kampioen
b)
de scheidsrechter
c)
de speler
16.
raconter
a)
ontmoeten
b)
vertellen
c)
tellen
17.
haut
a)
hoog
b)
heet
c)
hard
18.
faire partie de
a)
verdelen van
b)
deel uitmaken van
c)
feest vieren bij
19.
participer à
a)
deelnemen aan
b)
spelen in
c)
maken van
20.
l’expérience (f)
a)
de oefening
b)
de ervaring
c)
de uitzending
21.
inoubliable
a)
onvergefelijk
b)
onvergetelijk
c)
onvergelijkbaar
22.
espérer
a)
spellen
b)
hopen
c)
zwemmen
23.
je m’entraine (s’entrainer)
a)
ik train (trainen)
b)
ik erger mij (zich ergeren)
c)
ik irriteer mij (zich irriteren)
24.
les études (f)
a)
de school
b)
de studie
c)
de opleiding
25.
l’avenir (m)
a)
de toekomst
b)
het verleden
c)
de wedstrijd
26.
réussir
a)
winnen
b)
slagen
c)
verslaan
27.
conseiller
a)
vangen
b)
gooien
c)
aanraden
28.
attraper
a)
vangen
b)
gooien
c)
slagen
29.
lancer
a)
gooien
b)
winnen
c)
maken
30.
car
a)
want
b)
dus
c)
maar
31.
c’est-à-dire
a)
dat wil zeggen
b)
dat is een dier
c)
dat is waar
32.
l’adversaire (m)
a)
de scheidsrechter
b)
de kampioen
c)
de tegenstander
33.
courir
a)
gooien
b)
aanraden
c)
rennen
100 %
