wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1hv Opstand en Republiek

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Karel V is

a)

heer der Nederlanden

b)

koning van Duitsland

c)

keizer van het Duits Rijk

d)

koning van Spanje

2.

Filips II is

a)

Luthers

b)

heer der Nederlanden

c)

Katholiek

d)

landvoogd

3.

In de Staten-Generaal onder Spaans bestuur

a)

Vergaderen de gewesten en de heer over de hoogte van de belastingen

b)

Vergaderen de gewesten over het bestuur van de Nederlanden

c)

Vergaderen de stadhouders en de heer over het weer

d)

Vergaderen de gewesten en de heer over oorlog en vrede

4.

De landvoogd(es) is

a)

de plaatsvervanger van de heer in een gewest

b)

de vrouw van de heer

c)

de plaatsvervanger van de heer in tijden van oorlog

d)

de plaatsvervanger van de heer in alle Nederlanden

5.

Willem van Oranje is

a)

stadhouder in dienst van de Spanjaarden

b)

stadhouder in dienst van de Opstandige gewesten

c)

voor godsdienstvrijheid

d)

voor een oorlog van alle Nederlanden tegen Spanje

6.

Oorzaken van de Opstand (die begint in 1568)

a)

Arme calvinisten zijn boos over de rijkdom van de katholieke kerk

b)

Nederlandse edelen zijn boos omdat Filips II naar Spanje verhuist

c)

Nederlandse edelen zijn boos vanwege de centralisatiepolitiek

d)

Calvinisten zijn boos vanwege de Bloedplakkaten

7.

De Beeldenstorm is een

a)

gevolg van de hagenpreken

b)

oorzaak van het Smeekschrift

c)

oorzaak van de hagenpreken

d)

gevolg van de komst van Alva

8.

De komst van Alva is een

a)

gevolg van de Beeldenstorm

b)

oorzaak van de vlucht van Willem van Oranje naar Dillenburg

c)

oorzaak van de Bloedraad/Raad van Beroerten

d)

gevolg van de inname van Den Briel door de Watergeuzen

9.

In het Plakkaat van Verlatinghe wordt

a)

Willem van Oranje benoemd tot koning

b)

Willem van Oranje vogelvrij verklaard

c)

Filips II als heer afgezworen

d)

Willem Alexander benoemd tot heer

10.

Als de Republiek in 1588 wordt opgericht

a)

horen de Zuidelijke Nederlanden bij Spanje

b)

horen alle 17 gewesten bij de Republiek

c)

horen alleen de Noordelijke 7 gewesten bij de Republiek

d)

is de Republiek nog steeds in opstand tegen Spanje

11.

De moedernegotie is

a)

de moeder van Willem van Oranje

b)

afsluiting van de Schelde bij Antwerpen

c)

de handel met Azie

d)

de handel met het Oostzeegebied

12.

Bij de stapelmarkt horen

a)

kooplieden

b)

pakhuizen

c)

handelskapitalisme

d)

handelsproducten

13.

De val van Antwerpen is een

a)

oorzaak van de economische bloei van de Republiek

b)

oorzaak van de opstand

c)

gevolg van de moedernegotie

d)

gevolg van de aanleg van de grachtengordel van Amsterdam

14.

De stadhouder in dienst van de Opstandige gewesten is

a)

loyaal aan Spanje

b)

legeraanvoerder van de Republiek

c)

raadpensionaris

d)

voorzitter van de Staten-Generaal

15.

De Staten-Generaal in de tijd van de Republiek

a)

bestuurt de generaliteitslanden (gebiedsuitbreiding Republiek)

b)

besluit over oorlogsvoering

c)

is gevestigd in Den-Haag

d)

is loyaal aan Spanje

16.

De grachtengordel in Amsterdam is

a)

aangelegd in de 15e eeuw

b)

gebouwd voor ambachtslieden

c)

gebouwd door Watergeuzen

d)

gebouwd voor rijke kooplieden

17.

Oorzaken van de Opstand (die begint in 1568)

a)

Arme calvinisten zijn boos over de rijkdom van de katholieke kerk

b)

Nederlandse edelen zijn boos omdat Filips II naar Spanje verhuist

c)

Nederlandse edelen zijn boos vanwege de centralisatiepolitiek

d)

Calvinisten zijn boos vanwege de Bloedplakkaten

18.

De culturele bloei van de Republiek zie je terug in

a)

17e eeuwse schilderijen

b)

17e eeuwse fietsen

c)

15e eeuwse schilderijen

d)

Joodse synagoge in Amsterdam

19.

Gewetensvrijheid in de Republiek betekent

a)

dat je mag geloven wat je wil

b)

dat je mag geloven wat je wil, je mag alleen niet openlijk katholiek zijn

c)

dat je katholiek moet zijn

d)

dat je calvinistisch moet zijn