wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 NL leefomgeving water par 2 en 3 klas havo 4

Total questions: 26

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Welk cijfer laat oorspronkelijke loop van deze rivier zien?

a)

1

b)

2

2.

Wat heeft hier plaatsgevonden?

a)

Verstening

b)

Vervlechting

c)

Kanalisatie

d)

Meander

3.

Het paarse stroomgebied is van de rivier de....

a)

Waal

b)

IJssel

c)

Nederrijn

d)

Maas

4.

Is dit een voorbeeld van een

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

5.

Is dit een voorbeeld van een

a)

Bovenloop

b)

Middenloop

c)

Benedenloop

6.

Wat laat deze grafiek zien?

a)

Regiem

b)

Debiet

c)

Regiem en debiet

d)

Piekafvoer

7.

Veel zeearmen zijn bij de uitvoering van de Deltawerken afgesloten. Geef de reden waarom de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde niet zijn afgesloten.

a)

deze vaarwegen belangrijk zijn voor de

scheepvaart / voor de toegankelijkheid van de havens van Rotterdam en Antwerpen.

b)

deze waterwegen belangrijk zijn voor de

zoetwatervoorziening van Rotterdam en Antwerpen.

c)

De deltawerken waren een kostbare investering. Om kosten te besparen is er gekozen om niet verder te gaan met het afsluiten van de zeearmen.

8.

Het Haringvliet en het Volkerak zijn afgesloten door middel van dammen. Sinds de afsluiting stroomt er … 1 … (meer / minder) rivierwater door de Nieuwe Waterweg. Daardoor neemt de kans op verzilting van de Nieuwe Waterweg … 2 … (af / toe). Wat moet er staan bij cijfer 1 en 2?

a)

1 = minder

2 = af

b)

1 = meer

2 = af

c)

1 = minder

2 = toe

d)

1 = meer

2 = toe

9.

Letter A is.....

a)

Uiterwaard

b)

Zomerdijk

c)

Zomerbed

d)

Winterbed

10.

Letter D is....

a)

Uiterwaard

b)

Zomerdijk

c)

Zomerbed

d)

Winterbed

11.

Letter B is....

a)

Zomerdijk

b)

Winterdijk

c)

Zomerbed

d)

Winterbed

12.

Dit is een.....

a)

Dwarsprofiel

b)

Lengteprofiel

c)

Topografische kaart

13.

Deze sluis ligt naast een......

a)

Waterscheiding

b)

Uiterwaard

c)

Verhang

d)

Stuw

14.

Het hoogteverschil tussen twee punten in een rivier noem je...

a)

Verhang

b)

Verval

c)

Regiem

d)

Debiet

15.

De maximale afvoer van een rivier vindt plaats in periode met veel neerslag en / of smeltwater. De rivier heeft dan zijn....

a)

Piekafvoer

b)

Verval

c)

Verhang

d)

Vertragingstijd

16.

Wat gaat hier niet goed?

a)

De vertragingstijd is te lang

b)

De vertragingstijd is te kort

c)

De temperatuurstijging is te snel

d)

De temperatuurstijging is te kort

17.

Geef het begrip.

De rand blauwe van dit gebied noemen we..

(a)  

18.

Deze plekken in de rivier de Maas zijn belangrijk. Wat liggen er op de plekken in de rivier?

a)

Kribben

b)

Dammen

c)

Verhangen

d)

Stuwen

19.

Dit is een kaart van de Gendtsche Waarden uit het jaar 1965 te zien. Dit is een uiterwaard aan de Waal bij Gendt in Gelderland. Ooit stonden hier vijf steenfabrieken. Inmiddels is een aantal steenfabrieken afgebroken. Waarom hier?

a)

Toegang tot de markt en verkoopgebied

b)

Vanwege de vervuiling werden deze fabrieken zover mogelijk vanaf bebouwd gebied geplaatst

c)

Er lag hier veel steen wat deze fabrieken als grondstof gebruikten.

d)

Er lag hier veel klei wat deze fabrieken als grondstof gebruikten.

20.

Is hier sprake van...

a)

Verhoging

b)

Verstening van het oppervlak

c)

Kanalisatie

d)

Verdroging

21.

Is hier sprake van...

a)

Verhoging

b)

Verstening van het oppervlak

c)

Kanalisatie

d)

Verdroging

22.

Is hier sprake van...

a)

Verhoging

b)

Verstening van het oppervlak

c)

Kanalisatie

d)

Verdroging

23.

Bij letter X is er een aannemelijk kans op...

a)

Verzilting

b)

Binnendringend zout

c)

Verstening van het oppervalk

d)

Zeespiegelstijging

24.

De juiste verdeling van het Rijn water is...

a)

A= 1/2

B= 2/2

C= 1/2

D= 2/2

b)

A= 2/3

B= 1/3

C= 1/3

D= 2/3

c)

A= 1/3

B= 2/3

C= 2/3

D= 1/3

25.

"Nederland krijgt een onregelmatig neerslagregiem." Daarmee wordt bedoelt....

a)

De winters worden gemiddeld natter en de kans op extreme neerslaghoeveelheden neemt toe. In de zomer zal het minder dagen regenen, maar de buien worden wel heviger.

b)

De winters worden gemiddeld droger en de kans op extreme neerslaghoeveelheden neemt toe. In de zomer zal het meer dagen regenen, maar de buien worden wel milder.

c)

De winters worden gemiddeld droger en de kans op extreme neerslaghoeveelheden neemt af. In de zomer zal het minder dagen regenen, maar de buien worden wel heviger.

d)

De winters worden gemiddeld natter en de kans op extreme neerslaghoeveelheden neemt af. In de zomer zal het meer dagen regenen, maar de buien worden wel rustiger.

26.
a)

Ik snap deze zin, maar vind het niet grappig.

b)

Ik snap deze zin niet, en vind het niet grappig.

c)

Ik snap deze zin niet, maar vind het wel grappig.

d)

Ik snap deze zin, en vind het ook grappig, sowieso zijn aardrijkskunde leraren de leukste mensen op aarde.