wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Sensor hfd. 5 De Onderzeeboot

Total questions: 35

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Drijven betekend

a)

Liggen op een vloeistof

b)

In een vloeistof omlaag bewegen

c)

In een vloeistof blijven op een bepaalde diepte

2.

Zinken betekend

a)

Liggen op een vloeistof

b)

In een vloeistof omlaag bewegen

c)

In een vloeistof blijven op een bepaalde diepte

3.

Zweven betekend

a)

Liggen op een vloeistof

b)

In een vloeistof omlaag bewegen

c)

In een vloeistof blijven op een bepaalde diepte

4.

Wat is massa?

a)

Een maat voor de hoeveelheid materiaal waaruit iets bestaat.

b)

Hoe hard de aarde trekt aan het materiaal.

c)

Het gewicht van een materiaal.

5.

Hoe bereken je het gewicht?

a)

massa x de kracht waarmee de aarde trekt

b)

massa x gewicht

c)

de kracht waarmee de aarde aan jou trekt x 10

6.

Wat is de eenheid van gewicht?

a)

Kilogram

b)

Newton

c)

Grammen

d)

Massa

7.

Jij hebt een massa van 55 kg. Wat is dan je gewicht?

a)

550

b)

55

c)

5500

d)

5,5

8.

Wat is zwaartekracht

a)

De aantrekkingskracht van de aarde

b)

De aantrekkingskracht van onszelf

c)

De aantrekkingskracht van de maan

d)

De aantrekkingskracht van de zon

9.

De kracht waarmee het water terug drukt, heet de .................

a)

opwaartse kracht

b)

zwaartekracht

c)

omhoogwaartse kracht

d)

waterkracht

10.

De wet van Archimedes luidt: De (a)   is even groot als het gewicht van de hoeveelheid water die door een voorwerp weggedrukt wordt.

11.

De formule voor het berekenen van het volume =

a)

V = l x b x h

b)

V = y x z

c)

V = h x z

d)

V = l x h

12.

Stap 2 van de onderdompelmethode is:

a)

doe water tot een bepaalde hoogte in de maatcilinder

b)

lees de stand van het water af

c)

dompel het voorwerp onder in het water

d)

bereken het volume

13.

stap 5 van de onderdompelmethode is

a)

doe water tot een bepaalde hoogte in de maatcilinder

b)

lees de stand van het water af

c)

dompel het voorwerp in het water

d)

bereken het volume

14.

Hoeveel liter is 3 kubieke dm? ( dm3 )

a)

3 L

b)

0,3 L

c)

0,03 L

d)

30 L

15.

Wat is dichtheid?

a)

wat de massa is van 1 cm3 van een bepaalde stof.

b)

wat de massa is van 1 kubieke meter van een bepaalde stof.

c)

wat het gewicht is van 1 cm3 van een bepaalde stof.

d)

wat het gewicht is van 1 kubieke meter van een bepaalde stof.

16.

De eenheid van dichtheid is

a)

kg/m3

b)

g/cm3

c)

kg/cm3

d)

g/m3

17.

De formule voor dichtheid is

a)

dichtheid = massa : volume

b)

dichtheid = volume : massa

c)

dichtheid = massa x volume

18.

Goud heeft een heel hoge dichtheid

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Kurk heeft een best wel lage dichtheid

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Een groter volume blijft eerder drijven

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Wat is betekenis van druk?

a)

De kracht die door een voorwerp wordt uitgeoefend op een oppervlakte.

b)

De kracht die een voorwerp uitoefend op een ander voorwerp.

c)

De kracht waarmee alles op de aarde blijft hangen.

22.

De formule voor druk is:

a)

Druk = zwaartekracht : oppervlakte

b)

Druk = oppervlakte : zwaartekracht

c)

Druk = oppervlakte x zwaartekracht

23.

De formule voor druk is

a)

p = F / A

b)

p = A / F

c)

p = F x A

24.

Bar is de eenheid van welk soort druk?

a)

Waterdruk

b)

Luchtdruk

c)

Aardedruk

d)

Mensendruk

25.

De druk van 20 meter water is (a)   bar

26.

hectopascal hoort bij welke druk?

a)

Waterdruk

b)

Luchtdruk

c)

Aardedruk

d)

Mensendruk

27.

De afkorting van hectopascal is

a)

hPa

b)

HPA

c)

Hpa

d)

HpA

28.

Welk onderdeel van een onderzeeboot zie je hier?

a)

Ballasttanks

b)

Scheepsschroef

c)

Binnenkamer

d)

Luchtruim

29.

Als de ballasttank vol zit met water, is de zwaartekracht groter dan de opwaartse kracht. Hierdoor (a)   de boot.

30.

Als de ballasttank vol zit met lucht, is de zwaartekracht kleiner dan de opwaartse kracht. Hierdoor (a)   de boot.

31.

Wat zie je hier?

a)

Ballasttank

b)

Scheepsschroef

c)

Stuur

d)

Waterrad

32.

Hoe heet de buis waaruit de waterstraal naar buiten komt en waarmee de richting kan worden aangepast?

a)

Straalbuis

b)

Pisbuis

c)

Richtingsbuis

33.

Waarmee komen militaire onderzeeërs vooruit omdat ze heel stil moeten zijn?

a)

Ballasttanks

b)

Waterjet

c)

Motor

d)

Scheepsschroef

34.

Hoe heten de dingen waarmee een boot naar links of rechts kan?

a)

Sturen

b)

Vinnen

c)

Roeren

35.

Hoe heten roeren om met de boot een beetje omhoog of omlaag te kunnen?

a)

hoogteroeren

b)

laagteroeren

c)

wisselroeren

d)

vinnen