Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 §2 De grote Oost-Japanse ramp 1 h/v

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Welke gevolgen van de tsunami in Japan waren er? (leerdoel 8)

a)

Huizen werden weggespoeld door de tsunami

b)

Schepen werden landinwaarts meegesleurd

c)

Een aardbeving, omdat twee aardplaten naar elkaar toe bewogen

d)

Kerncentrale in Fukushima oververhitte en ontplofte

e)

Een vulkaanuitbarsting

2.

Bij welke plaatbewegingen komen de zwaarste aardbevingen voor? (leerdoel 9)

a)

convergente bewegingen

b)

divergente bewegingen

c)

transversale bewegingen

3.

Maak de volgende zin af:

'Hoe dichterbij het ...(1)... hoe (...2...) de schokken zijn en hoe ...(3...) de schade is.' (leerdoel 9)

a)

1 = epicentrum, 2 = zwaarder, 3 = groter

b)

1 = epicentrum, 2 = lichter, 3 = kleiner

c)

1 = hypocentrum, 2 = lichter, 3 = groter

d)

1 = hypocentrum, 2 = lichter, 3 = kleiner

e)

1 = epicnetrum, 2 = zwaarder, 3 = lichter

4.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'Plaats diep in de aardkorst waar de aardbeving begint (aardbevingshaard)' (leerdoel 9a)

(a)  

5.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'Het punt waar de aardbeving aan de aardoppervlakte komt, direct boven het hypocentrum' (leerdoel 9a)

(a)  

6.

Hoe heet de schaal waarmee de kracht van een aardbeving wordt aangegeven? (leerdoel 10)

a)

Schaal van Linker

b)

Schaal van Rechter

c)

Schaal van Richter

d)

Schaal van subductie

7.

Hoe heten de wetenschappers die zich bezighouden met het bestuderen van aardbevingen? (leerdoel 10)

a)

seismograaf

b)

seismoloog

c)

geothermoloog

d)

geograaf

e)

geoloog

8.

Hoeveel zwaarder is een aardbeving met een kracht 4 op de schaal van Richter dan één met kracht 3? (leerdoel 11)

a)

1 x zwaarder

b)

10 x zwaarder

c)

100 x zwaarder

d)

20 x zwaarder

9.

Zet onderstaande gebeurtenissen in de juiste volgorde: (leerdoel 12)

1 = de beving veroorzaakt een golf over een lengte van 200 km.

2 = in ondiep water worden de golven afgeremd en nemen ze in hoogte toe

3 = onderzeese aardbeving

4 = het water komt met grote kracht op het strand aan

5 = in diep water kunnen de golven snelheden halen van 800 km/uur

a)

1 - 2 - 3 - 4 - 5

b)

3 - 5 - 1 - 4 - 2

c)

3 - 1 - 5 - 2 - 4

d)

3 - 4 - 2 - 1 - 5

e)

3 - 5 - 1 - 2 - 4

10.

Bij welke plaatbeweging ontstond de tsunami in Japan van 2011 (leerdoel 9 en 12)

a)
b)
c)
11.

Welk schaalniveau heeft bovenstaande afbeelding? (leerdoel 23)

a)

lokaal

b)

nationaal

c)

continentaal

d)

mondiaal

12.

Welk schaalniveau hoort bij bovenstaande afbeelding? (leerdoel 23)

a)

mondiale schaal

b)

continentale schaal

c)

nationale schaal

d)

lokale schaal

e)

schaal van Richter