wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2f 5.1 en 5.2 overhoring hoofdlijnen

Total questions: 22

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Vul aan: Krasnapolsky liet in 1884 een uitbouw aan zijn hotel maken met ....... .

a)

veel glas en staal

b)

elektrisch licht

c)

stoommachines

d)

olielampen

2.

Philips begon in Eindhoven een fabriek waarin (a)   gemaakt werden.

3.

In 1800 begon een nieuwe periode. Wat hoort hier allemaal bij? Vink de goede antwoorden aan.

a)

De Moderne Tijd brak aan

b)

Machinewerk werd vervangen door handwerk

c)

De oorzaak hiervan was de industriële revolutie

d)

De industriële revolutie bracht grote veranderingen

e)

De industriële revolutie was een korte omwenteling

4.

De industriële revolutie begon in 1750 in Groot-Brittannië. Wat hoort hier niet bij?

a)

De bevolking was verdubbeld

b)

De Britse landbouw produceerde meer

c)

Minder mensen waren op het land nodig

d)

Het begon hier omdat de vraag naar producten hier afnam

5.

In welke economische sector werden voor het eerst met succes stoommachines ingezet?

(a)  

6.

Wat heb je niet nodig nodig voor een goed werkende stoommachine?

a)

warmte

b)

water

c)

kunststof

d)

steenkool

e)

ijzer

7.

Door de toepassing van stoommachines waren steenkoolmijnen en machinefabrieken nodig. Wat voor fabrieken waren er hierdoor nog meer nodig?

(a)  

8.

Naar welke landen verspreidde de industriële revolutie zich na 1850?

a)

Duitsland

b)

De VS

c)

Japan

d)

Zuid-Afrika

e)

China

9.

Na 1850 kwam er een andere belangrijke energiebron bij. Welke?

(a)  

10.

Na 1850 werd ijzer vervangen door het sterkere:

(a)  

11.

Na 1850 kwamen er veel nieuwe industrieën. Wat past hier niet bij?

a)

chemische industrie

b)

watermolens

c)

voedingsindustrie

d)

laboratoria

12.

Welk nieuw samenlevingstype ontstond door de industriële revolutie?

(a)  

13.

H5.2 gaat over de sociale kwestie. Wat betekent kwestie eigenlijk? Geef antwoord met 1 woord.

(a)  

14.

De Nederlandse regering deed aanvankelijk niets tegen de negatieve gevolgen van kinderarbeid. Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Wat was geen reden waarom kinderarbeid zo'n probleem was?

a)

Het werk was ongezond

b)

Het werk was gevaarlijk

c)

Kinderen waren te speels

d)

Kinderen werkten vroeger helemaal nooit

16.

Wie kwam in 1874 met het beroemde Kinderwetje? Noem de volledige achternaam!

(a)  

17.

Eind 19de eeuw kwam kinderarbeid in Nederland steeds vaker voor. Wat past hierbij?

a)

De lonen stegen

b)

In de landbouw waren minder kinderen nodig

c)

Er kwamen minder fabrieken in Nederland

d)

Er kwam leerplicht

e)

Kinderarbeid werd volledig afgeschaft

18.

Wie gingen in Nederland de armoede door de industrie als eerste als een probleem zien? Noem de naam van de groep mensen om wie het gaat! Geef antwoord met 1 woord.

(a)  

19.

Waardoor viel armoede in de 19de eeuw meer op dan voeger?

a)

Doordat arbeiders versnipperd door de hele stad woonden

b)

Arbeiders gedroegen zich erg opvallend

c)

Doordat er grote arbeiderswijken ontstonden

d)

Er was nooit armoede, dus nu viel het erg op

20.

Organisaties van werknemers werden ook wel (a)   genoemd:

21.

Welk begrip past hierbij: wet voor zwakkere mensen:

(a)  

22.

Vul aan: Krasnapolsky liet in 1884 een uitbouw aan zijn hotel maken met ....... .

a)

veel glas en staal

b)

elektrisch licht

c)

stoommachines

d)

olielampen