wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2E2 Franse Revolutie 6.4

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip Verlichting?

a)

Denkstroming in de 18e eeuw die het gebruiken van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

b)

Denkstroming waarbij mensen op een bepaalde manier gingen denken dat ze zich erg verlicht voelden.

c)

Een nieuwe uitvinding in de 18e eeuw waarbij mensen niet meer kaarsen als verlichting hoefden te gebruiken, maar nu lampen konden gebruiken.

2.

Welke omschrijving van het absolutisme is juist?

a)

Manier van regeren waarbij de president alle macht van God heeft gekregen en daardoor het alleenrecht heeft

b)

Manier van regeren waarbij de ministers niets tegen de vorst kunnen inbrengen, omdat zo moet van de kerk

c)

Manier van regeren waarbij de vorst alle macht in handen heeft omdat God hem al die macht gegeven zou hebben

d)

Manier van regeren waarbij het parlement alle macht heeft en de koning niets te zeggen heeft

3.

Welk idee past bij de verlichting?

a)

Macht moet niet gegeven worden aan één persoon/groep

b)

Iedereen mag stemmen

c)

Slaven moeten beter worden behandeld

d)

De paus heeft altijd gelijk

4.

Wat is de Trias Politica?

a)

De scheiding der machten. De macht wordt verdeeld onder de koning, de regering en de bevolking.

b)

De scheiding der machten, staat voor de wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtgevende macht.

c)

Voorloper van de constitutionele monarchie.

d)

De politiek van een land verdeeld onder de hoogste macht, wetgevende macht en rechtelijke macht

5.

Welke eeuw noemen we de tijd van pruiken en revoluties?

a)

15e eeuw

b)

16e eeuw

c)

17e eeuw

d)

18e eeuw

6.

Wat is de juiste volgorde van de standen in de standenmaatschappij in Frankrijk in de 18e eeuw?

a)

1e stand adel, 2e stand geestelijkheid, 3e stand de burgers

b)

1e stand geestelijkheid, 2e stand adel, 3e stand boeren

c)

1e stand de burgers, 2e stand adel, 3e stand geestelijkheid

d)

1e stand geestelijkheid, 2e stand adel, 3e stand de boeren en burgers

7.

Welke privileges hadden de 1e en 2e stand?

a)

Zij konden meebeslissen met de koning en dat mocht de 3e stand niet

b)

Zij hoefden niet mee te regeren in het bestuur

c)

Zij hoefden geen belasting te betalen

8.

Waarom was het Franse volk ontevreden eind 18e eeuw? Er zijn drie antwoorden juist.

a)

Er was hongersnood door een vele mislukte oogsten

b)

De schatkist was leeg, Frankrijk was failliet

c)

Het volk wilde een grondwet

d)

Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie Antionette gaven veel geld uit en hadden een uitbundig luxe leven

9.
Welke stand kwam bijeen op de Kaatsbaan?
a)
de eerste stand
b)
de eerste en tweede stand
c)
de tweede en derde stand
d)
alleen de derde stand
10.
De Franse burgers grepen op 14 juli 1789 naar de wapens. Welk gebouw werd die dag door hen bestormd?
a)
Het paleis in Versailles.
b)
Het paleis in Parijs.
c)
De gevangenis in Versailles.
d)
De gevangenis in Parijs.
11.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
12.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte  leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
13.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

14.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

15.

Wat is de slogan van de Franse Revolutie? Deze is geinspireerd door de verlichting.

a)

Alle macht voor de koning!

b)

Vrijheid, gelijkheid en broederschap.

c)

De burgers bepalen alles!

d)

Memento Mori (gedenk te sterven).

16.

De Jacobijnen hebben radicalere ideeën dan de gematigde Girodijnen. Wat is een voorbeeld van een radicale opvatting?

a)

Herendiensten (klusjes) worden afgeschaft.

b)

De derde stand moest minder belasting betalen.

c)

De eerste en tweede stand moeten 10% belasting betalen.

17.

Wat is de directe aanleiding voor de Franse revolutie?

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

De misoogst van 1788.

c)

Een groep vrouwen protesteert bij de poorten van Versailles. De koning moet voortaan in Parijs wonen.

d)

De Verklaring van de rechten van de Mens en Burger wordt opgesteld.

18.

Wat zijn oorzaken van de Franse Revolutie? (Drie antwoorden zijn goed).

a)

Er was veel sprake van ongelijkheid in Frankrijk.

b)

Frankrijk had een lege staatskist.

c)

Lodewijk XVI had geen opvolger.

d)

Er was veel sprake van corruptie.

e)

Lodewijk XVI werd gezien als landverrader omdat zijn vrouw van Oostenrijkse afkomst was.