wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

D4H4: Wat als? Modaliteit

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke modaliteit wordt in deze zin uitgedrukt?

"Ze moet dringend naar de tandarts gaan."

a)

werkelijksheidswaarde

b)

wenselijkheid

c)

gevoelswaarde

2.

Welke modaliteit wordt in deze zin uitgedrukt?

"Gelukkig had hij zijn identiteitskaart bij, zo kon hij zonder problemen voorbij de douane."

a)

werkelijkheidswaarde

b)

wenselijkheid

c)

gevoelswaarde

3.

Welke modaliteit wordt in deze zin uitgedrukt?

"Laten we hopen dat we snel weer op restaurant kunnen gaan!"

a)

werkelijkheidswaarde

b)

wenselijkheid

c)

gevoelswaarde

4.

Welke modaliteit wordt in deze zin uitgedrukt?

"Het is erg onduidelijk hoe de scholen midden mei zullen opstarten."

a)

werkelijkheidswaarde

b)

wenselijkheid

c)

gevoelswaarde

5.

Welke modaliteit wordt in deze zin uitgedrukt?

"Het heeft niet mogen zijn, ze was beter thuis gebleven, dan was dit alles niet gebeurd."

a)

werkelijkheidswaarde

b)

wenselijkheid

c)

gevoelswaarde

6.

Welke modaliteit wordt in deze zin uitgedrukt?

"Hoe is dit kunnen gebeuren? Hij moet wel dronken geweest zijn.

a)

werkelijkheidswaarde

b)

wenselijkheid

c)

gevoelswaarde

7.

Door welke woordsoort of -vorm wordt in deze zin modaliteit uitgedrukt?

"Ga hulp halen!"

a)

modaal hulpwerkwoord

b)

bijwoord of bijwoordelijke bepaling van modaliteit

c)

imperatief (gebiedende wijs)

d)

verleden tijd

8.

Door welke woordsoort of -vorm wordt in deze zin modaliteit uitgedrukt?

"Ik wil naar de kapper gaan."

a)

modaal hulpwekwoord

b)

bijwoord of bijwoordelijjke bepaling van modaliteit

c)

imperatief (gebiedende wijs)

d)

verleden tijd

9.

Door welke woordsoort of -vorm wordt in deze zin modaliteit uitgedrukt?

"Helaas zal ik niet aanwezig zijn op de jaarlijkse vergadering van onze vereniging."

a)

modaal hulpwerkwoord

b)

bijwoord of bijwoordelijke bepaling van modaliteit

c)

imperatief (gebiedende wijs)

d)

verleden tijd

10.

Door welke woordsoort of -vorm wordt in deze zin modaliteit uitgedrukt?

"Ze had beter een andere beslissing genomen."

a)

modaal werkwoord

b)

bijwoord of bijwoordelijke bepaling van modaliteit

c)

imperatief (gebiedende wijs)

d)

verleden tijd