wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Monniken en Ridders

Total questions: 40

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een horige?

a)

Boer die werkt voor een heer in ruil voor bescherming.

b)

De vorst van een groot gebied die stukken gebied in leen geeft.

c)

Iemand die in kasteel woont.

d)

Een leenman

2.

Welk begrip wordt er op dit plaatje uitgelegd?

a)

Een vroonhof

b)

Autarkie

c)

Zelfvoorzienend

d)

Standenmaatschappij

3.

Welk begrip past het beste bij de afbeelding?

a)

zelfvoorzienend

b)

Vroonhof

c)

Hofstelsel

d)

de heer

4.

Wat is een agrarische samenleving?

a)

Samenleving waarin men leeft van de landbouw.

b)

Systeem waarbij horigen op het land van de heer werken en klusjes voor de heer doen in ruil voor bescherming tegen rovers.

c)

De hoeve van de heer.

d)

Waar de heer leeft.

5.

Uit welke standen bestond de maatschappij in de middeleeuwen?

a)

Rijke mensen, arme mensen en horigen

b)

Geestelijkheid, adel, boeren

c)

heksen, tovenaars en kruidenvrouwen.

d)

monniken, ridders en rijke mannen

6.

Welke stand is op de afbeelding te zien ?

a)

geestelijkheid

b)

edelen

c)

boeren

7.

Welke stand is op de afbeelding te zien?

a)

geestelijkheid

b)

adel

c)

boeren

8.

Welke stand is op de afbeelding te zien?

a)

geestelijkheid

b)

adel

c)

boeren

9.

Het tijdvak monniken en ridders valt in de periode:

a)

1000-1500 na Chr.

b)

500 v Chr. - 500 na Chr.

c)

500 - 1000 na Chr.

d)

1 - 500 na Chr.

10.

Wat is een Abt?

a)

Een belangrijke non

b)

Een monnik die het hoofd is van het klooster

c)

Een monnik met een belangrijke taak

d)

Een missionaris

11.

Een ander woord voor een missionaris is?

a)

Monnik

b)

Abt

c)

Zendeling

d)

Non

12.

Wat zijn de bezigheden van monniken en nonnen?

a)

Het geloof verspreiden.

b)

bidden

c)

Schrijven

d)

Zorg dragen voor zieken

13.

Welk geloof hadden de mensen in de middeleeuwen in West-Europa?

a)

Protestant (Christendom)

b)

Islam

c)

Jodendom

d)

Katholiek (christendom)

14.

Wat zijn kenmerken van een klooster?

a)

Hier wordt het woord van God verspreid.

b)

Hier bidden de nonnen en monniken.

c)

Hier schrijven de monniken hun boeken.

d)

Hier komt een zendeling zijn verhaal vertellen.

15.

Welke functie had Willibrord?

a)

een zendeling

b)

een monnik

c)

een geestelijke

d)

geen van allen

e)

Alle drie

16.

Juist of Onjuist:


Karel de Grote stelde het leenstelsel in zodat hij alle edelmannen tevreden kon houden. Als hij de edelmannen een stukje van zijn land gaf kwamen zij niet in opstand tegen Karel de Grote.

a)

JUIST

b)

ONJUIST

17.

Juist of Onjuist:


De Middeleeuwen waren gevaarlijk, omdat er na de val van het Romeinse Rijk allemaal kleine koninkrijken kwamen. De kleine koninkrijken vochten met elkaar om meer gebied en meer macht.

a)

JUIST

b)

ONJUIST

18.

Welk rijtje over het leenstelsel - van meest belangrijk naar minst belangrijk- is juist?

a)

Achterleenman - Leenheer - Leenman

b)

Leenheer - Achterleenman - Leenman

c)

Leenman - Leenheer - Achterleenman

d)

Leenheer - Leenman - Achterleenman

19.

Na de val van het West-Romeinse Rijk verdwenen veel Romeinse voorzieningen. Welke antwoord is onjuist?

a)

Romeinse Wegen worden niet meer onderhouden, dus reizen werd lastiger

b)

Het leenstelsel verdween dus werd besturen lastiger

c)

Er waren nog maar weinig mensen die konden lezen en schrijven

d)

Er ontstond ruilhandel, omdat er eigenlijk geen geld meer was

20.

Karel de Grote stelde het leenstelsel in omdat

a)

hij zo de Romeinen kon verslaan met een groot leger van ridders.

b)

hij zo alle edelmannen tevreden kon houden en die niet tegen hem in opstand kwamen

c)

er geen geld was voor betaling van ambtenaren, maar wel veel grond beschikbaar was.

d)

hij weinig gebieden had om te besturen en hij wel een groot rijk wilde

21.

Juist of Onjuist:


Het hofstelsel is een andere naam voor het leenstelsel

a)

JUIST

b)

ONJUIST

22.

Welk begrip hoort bij deze omschrijving:


Eigen gebied waarover een (land)heer de baas is.

a)

Domein

b)

Hofstelsel

c)

Koninkrijk

d)

Leenstelsel

23.

In welk rijtje staan de geestelijken van meest belangrijk naar minst belangrijk?

a)

Paus - Priester - Bisschop

b)

Bisschop - Paus - Monnik

c)

Paus - Bisschop - Priester

d)

Monnik - Paus - Bisschop

24.

Juist of Onjuist:


Karel de Grote (net als zijn opa Pepijn) wilde dat iedereen in zijn rijk christen werd, omdat dit zou zorgen voor meer eenheid in zijn rijk en omdat dit zijn rijk meer macht en aanzien gaf.

a)

JUIST

b)

ONJUIST

25.

Welke geestelijke leeft in een klooster?

a)

De paus

b)

Een bisschop

c)

Een monnik of non

d)

Een missionaris

26.

Welke geestelijke staat aan het hoofd van de Kerk (is leider van de Kerk)

a)

Bisschop

b)

Paus

c)

Priester

d)

Missionaris

27.

Wat past bij deze bron?

a)

Politieke oorzaak voor val Romeinse Rijk

b)

Sociaal gevolg van val Romeinse Rijk

c)

Economische oorzaak voor heropleving handel

d)

Politiek gevolg van heropleving handel

28.

Wat past bij deze bron?

a)

Politieke oorzaak voor val Romeinse Rijk

b)

Sociaal gevolg van val Romeinse Rijk

c)

Militaire oorzaak voor heropleving handel

d)

Cultureel gevolg van heropleving handel

29.

Wat past bij deze bron?

a)

Sociaal gevolg van val Romeinse Rijk

b)

Sociaal gevolg van heropleving handel

c)

Culturele oorzaak voor heropleving handel

d)

Politiek gevolg van heropleving handel

30.

Wat past bij deze bron?

a)

Drieslagstelsel

b)

Standenmaatschappij

c)

Domein

d)

Hofstelsel

31.

Wat past bij deze bron?

a)

Drieslagstelsel

b)

Standenmaatschappij

c)

Leenstelsel

d)

Frankische Rijk

32.

Wat past bij "boeren worden horigen, die onderdanig zijn aan hun heer"?

a)

Politieke oorzaak voor val Romeinse Rijk

b)

Sociaal gevolg van val Romeinse Rijk

c)

Economische oorzaak voor heropleving handel

d)

Politiek gevolg van heropleving handel

33.

Wat past bij "er komen verbeteringen in de landbouw, zoals ijzeren ploegen en het drieslagstelsel"?

a)

Economische oorzaak voor heropleving handel

b)

Economisch gevolg van heropleving handel

c)

Economische oorzaak voor machtsuitbreiding vorsten

d)

Economisch gevolg van machtsuitbreiding vorsten

34.

Wat past bij "volksverhuizingen zorgen voor het binnendringen van vijandige volkeren in het Romeinse Rijk"?

a)

Politieke oorzaak voor val Romeinse Rijk

b)

Sociaal gevolg van val Romeinse Rijk

c)

Militaire oorzaak voor heropleving handel

d)

Cultureel gevolg van heropleving handel

35.

Wat past bij "de Germaanse krijgsheer Odoaker zet de laatste Romeinse keizer in 476 n.Chr. af"?

a)

Politieke oorzaak voor val Romeinse Rijk

b)

Politiek gevolg van val Romeinse Rijk

c)

Economische oorzaak voor heropleving handel

d)

Politiek gevolg van heropleving handel

36.

Wat voor soort samenleving was het Romeinse Rijk?

a)

Landbouwstedelijke samenleving

b)

Landbouwsamenleving

c)

Nomadische samenleving

d)

Industriële samenleving

37.

Wat voor soort samenleving was er ten tijden van de Vroege Middeleeuwen?

a)

Landbouwstedelijke samenleving

b)

Landbouwsamenleving

c)

Nomadische samenleving

d)

Industriële samenleving

38.
In de tijd van monniken en ridders gingen boeren op domeinen wonen omdat...
a)
De mooiste huizen op het domein van de heer stonden
b)
Je op een domein zeker wist dat je altijd genoeg te eten had
c)
mensen dachten/hoopten dat het leven op een domein veiliger was.
d)
mensen het belangrijk vonden om bij elkaar te wonen
39.

Herendiensten zijn...

a)

Betaalde klusjes die de Heer voor de horigen moest doen

b)

Betaalde klusjes die horigen voor de heer moesten doen.

c)

Onbetaalde klusjes die de Heer voor de horigen moest doen

d)

Onbetaalde klusjes die horigen voor de heer moesten doen.

40.
Het systeem met horigen op een domein noemen we het...
a)
Leenstelsel
b)
Hofdomein
c)
Hofstelsel
d)
Leendomein