wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Instroom 1 - Woorden & Zinnen

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat is het onderwerp van de zin?

Ahmad komt uit Afganistan.

a)

Ahmad

b)

Afganistan

c)

komt

d)

uit

2.

Wat is het onderwerp van de zin?

Woon jij in de stationstraat?

a)

Woon

b)

jij

c)

in

d)

stationstraat

3.

Wat is het onderwerp van de zin?

Mijn vader heet Alfred.

a)

Mijn vader

b)

heet

c)

Alfred

4.

Schrijf de zin correct:

Casper - in Amsterdam - woont - .

(a)  

5.

Schrijf de zin correct:

is - Johnson - mijn familienaam - .

(a)  

6.

Schrijf de zin correct:

naar zee - gaat - Anna - .

(a)  

7.

Wat is de persoonsvorm van het werkwoord in deze zin?

Vandaag gaat Peter naar de bakker.

a)

gaat

b)

Peter

c)

bakker

8.

Wat is de persoonsvorm van het werkwoord in deze zin?

De zon schijnt vandaag zeer fel.

a)

zeer fel

b)

zon

c)

schijnt

9.

Wat is de persoonsvorm van het werkwoord in deze zin?

Mark zingt een vrolijk liedje.

a)

zingt

b)

liedje

c)

Mark

10.

Wat is de persoonsvorm van het werkwoord in deze zin?

Peter drinkt vandaag veel koffie.

a)

Peter

b)

drinkt

c)

veel koffie