wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het zenuwstelsel

Total questions: 30

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Het centraal zenuwstelsel bestaat uit ...

a)

Hersenen

b)

Zenuwen

c)

Ruggenmerg en Hersenen

d)

Zenuwen en Ruggenmerg

2.

De hartslag wordt gecontroleerd door ...

a)

Het animaal zenuwstelsel

b)

Het perifeer zenuwstelsel

c)

Het autonoom zenuwstelsel

d)

Geen van bovenstaande

3.

Zenuwbundels bestaan uit zenuwvezels omgeven door bindweefselschede.

a)

Juist

b)

Fout

4.

Het zenuwstelsel en/of hormoonstelsel doen dienst als ...

(a)  

5.

Duid het correcte antwoord aan voor nr. 1 op de afbeelding.

a)

axon

b)

eindknopjes

c)

dendriet

d)

cellichaam

6.

Duid het correcte antwoord aan voor nr. 4 op de afbeelding.

a)

axon

b)

eindknopjes

c)

dendrieten

d)

cellichaam

7.

Wat is de functie van nr. 5 op de afbeelding?

a)

isoleren van het axon

b)

impulsgeleiding vertragen

c)

het neuron van zuurstof en voedingsstoffen voorzien

d)

het neuron beschermen tegen bacteriën

8.

Duid alle juiste stellingen aan.

a)

In een neuron is er altijd eenrichtingsverkeer

b)

De impulsgeleiding verloopt van eindknopjes naar dendrieten

c)

Het axon geleidt zenuwimpulsen van het cellichaam weg

d)

Dendrieten geven zenuwimpulsen door naar andere neuronen

9.

Wat is een synoniem voor motorische neuronen?

a)

schakelneuronen

b)

efferente neuronen

c)

afferente neuronen

d)

sensorische neuronen

10.

Je ziet drie soorten neuronen. Welk antwoord heeft alle drie de neuronen juist benoemd?

a)

1=efferent neuron 2= schakelneuron 3= motorisch neuron

b)

1=motorisch neuron 2=schakelneuron 3=sensorisch neuron

c)

1= sensorische neuron 2= schakelneuron 3=afferent neuron

d)

1= afferent neuron 2= schakelneuron 3= motorisch neuron

11.

De witte kleur van zenuwen en zenuwbundels wordt veroorzaakt door ...

a)

de voeding

b)

de myeline

c)

omgevingsfactoren

d)

de knopen van Ranvier

12.

Schakelneuronen komen nooit voor in het perifeer zenuwstelsel.

a)

Juist

b)

Fout

13.

Hoe noem je de ruimte tussen twee zenuwcellen of neuronen?

(a)  

14.

De impulsoverdracht tussen twee zenuwcellen is een elektrisch proces.

a)

Juist

b)

Fout

15.

Welke fase van de impulsgeleiding zie je op de linkerafbeelding?

a)

herstelfase

b)

actiefase

c)

rustfase

16.

Wat is de geladenheid intracellulair (binnen het celmembraan) tijdens de actiefase?

a)

positief

b)

negatief

c)

de geladenheid blijft onveranderlijk

17.

Bij welke fase van de impulsgeleiding staat het vraagteken?

(a)  

18.

De impulsoverdracht tussen twee neuronen is een chemisch proces.

a)

Juist

b)

Fout

19.

Neurotransmitters zijn ...

a)

een specifieke soort zenuwcellen

b)

chemische stoffen

c)

elektrische impulsen die de synaps kunnen oversteken

20.

Wat zijn de drie grote delen van de hersenen?

a)

middenhersenen, brug van Varol, verlengde merg

b)

grote hersenen, kleine hersenen, hersenstam

c)

grote hersenen, middenhersenen, kleine hersenen

d)

grote hersenen, tussenhersenen, kleine hersenen

21.

Welk deel van de hersenen maakt GEEN deel uit van de hersenstam?

a)

middenhersenen

b)

brug van Varol

c)

verlengde merg

d)

tussenhersenen

22.

Linker- en rechterhemisfeer worden verbonden door de ...

(a)  

23.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

24.

Wat voor type neuron is 5?

a)

Sensorisch neuron

b)

Motorisch neuron

c)

Schakelneuron

25.

Wat is geen onderdeel van het centraal zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Zenuwen

c)

Hersenstam

d)

Ruggenmerg

26.

Wat voor neuron is dit?

a)

Sensorisch neuron

b)

Motorisch neuron

c)

Schakelzenuwcel

27.
De letter P geeft aan:
a)
grote hersenen
b)
kleine hersenen
c)
hersenstam
d)
ruggenmerg
28.

Het verlengde merg is rechtstreeks verbonden met het ruggenmerg.

a)

Juist

b)

Fout

29.

Wat is het gele gedeelte op de afbeelding?

a)

voorhoofdslob

b)

wandlob

c)

slaaplob

d)

achterhoofdslob

30.

Linker- en rechterhemisfeer worden optisch gescheiden door ...

a)

de groef van Rolando

b)

de groef van Sylvius

c)

de hersenbalk

d)

de overlangse groef