wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H4 Voortplanting 2 MAVO

Total questions: 46

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.

Aan de geslachtskenmerken kun je herkennen of iemand tot het mannelijke of tot het vrouwelijke geslacht behoort.

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

Primaire geslachtskenmerken ontstaan in de puberteit

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Een homoseksueel voelt zich seksueel aangetrokken tot personen van het andere geslacht.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Hormonen spelen een rol bij het ontstaan van secundaire geslachtskenmerken

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

In de afbeelding is een primair geslachtskenmerk van een man te zien.

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

In de afbeelding zie je een androgyne persoon

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een man schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.


Met welk nummer is de prostaat aangegeven?

a)

Met nummer 1

b)

Met nummer 2

c)

Met nummer 3

d)

Met nummer 4

8.

In welk(e) van de genummerde organen van de afbeelding worden zaadcellen tijdelijk opgeslagen?

a)

Alleen in orgaan 1

b)

Alleen in orgaan 5

c)

Alleen in orgaan 6

d)

In de organen 1 en 5

e)

In de organen 5 en 6

9.

Enkele delen van het voortplantingsstelsel van een man zijn:

  1. de bijballen
  2. de prostaat
  3. de teelballen
  4. de zaadblaasjes


Welk deel produceert of welke delen produceren een bestanddeel van sperma?

a)

Alleen deel 3

b)

Alleen de delen 2 en 4

c)

De delen 1, 3 en 4

d)

De delen 2, 3 en 6

10.

In de afbeelding zie je een aantal organen van het voortplantingsstelsel van een man getekend. In de afbeelding zijn twee pijlen getekend.

Over de afbeelding worden vier beweringen gedaan.


  1. Urine kan worden vervoerd in de richting van pijl 1.
  2. Urine kan worden vervoerd in de richting an pijl 2.
  3. Zaadcellen kunnen worden vervoerd in de richting van pijl 1.
  4. Zaadcellen kunnen worden vervoerd in de richting van pijl 2.


Welke van deze beweringen is onjuist?

a)

Bewering 1

b)

Bewering 2

c)

Bewering 3

d)

Bewering 4

11.

Bij een zaadlozing komt sperma met schokken uit de penis.

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Alleen bij geslachtsgemeenschap kan een zaadlozing plaatsvinden.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Het lekkere gevoel bij een zaadlozing wordt orgasme genoemd.

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend. Enkele delen zijn genummerd.


In welke van de genummerde delen komen zaadcellen bij geslachtsgemeenschap het eerst terecht?

a)

In deel 1

b)

In deel 2

c)

In deel 3

d)

In deel 4

15.

Tara zegt dat de functie van de eileiders is het tijdelijk opslaan van eicellen.

Sajoeka zegt dat bij de meeste vrouwen de clitoris gevoeliger is voor seksuele prikkels dan de vagina.


Wie heeft (hebben) gelijk?

a)

Tara en Sajoeka hebben geen van beiden gelijk

b)

Alleen Tara heeft gelijk

c)

Alleen Sajoeka heeft gelijk

d)

Tara en Sajoeka hebben allebei gelijk

16.

In welk deel of in welke delen van het voortplantingsstelsel van een vrouw vindt de ontwikkeling van een embryo plaats?

a)

In de baarmoeder

b)

In de eierstokken

c)

In de eileiders

d)

In de vagina

17.

In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een vrouw schematisch getekend.


Wat is de functie van deel P?

a)

Dit deel prodceert slijm waardoor de toegang van de vagina glad wordt.

b)

Dit deel vangt prikkels op die leiden tot een orgasme.

c)

In dit deel vindt bevruchting plaats.

d)

In dit deel vindt de ontikkeling van eicellen plaats.

18.

Welke letter in de afbeelding geeft de plaats van het maagdenvlies aan?

a)

De letter Q

b)

De letter R

c)

De letter S

d)

De letter T

19.

Van een vrouw wordt achtereenvolgens vier keer de dikte van haar baarmoederslijmvlies gemeten met tussenpozen van een week. in de afbeeldinng zie je de dikte van haar baarmoederslijmvlies weergegeven in een staafdiagram.


Tussen welke van de gemeten tijdstippen vindt de menstruatie plaats?

a)

Tussen tijdstip 1 en 2

b)

Tussen tijdstip 2 en 3

c)

Tussen tijdstip 3 en 4

20.

In de afbeelding is een menstruatiecyclus weergegeven die 28 dagen duurt. De letters P, Q en R geven bepaalde perioden in deze cyclus aan. In het binnenste deel van de afbeelding is schematisch de verandering in het baarmoederslijmvlies getekend.


In welke periode vindt gemiddeld de ovulatie plaats?

a)

In periode P

b)

In periode Q

c)

In periode R

21.

In de afbeelding is te zien dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd.

Waarvoor dient deze opbouw?

a)

Om bevruchting mogelijk te maken

b)

Om innesting mogelijk te maken

c)

Om menstruatie mogelijk te maken

22.

Vera laat in de maand mei een rontgenfoto maken om te onderzoek of haar eileiders verstopt zijn. Het onderzoek kan maar in een bepaalde periode van de menstruatiecyclus worden gedaan, namelijk nadat de mentruatie over is en voordat de ovulatie optreedt. Vera heeft een regelmatige menstruatiecyclus van 28 dagen. Ze verwacht dat haar volgende menstruatie begint op 1 mei.

In de afbeelding is de kalender van de maand mei afgebeeld. Ze kan bij het afsprakenbureau kiezen uit drie data om een rontenfoto te laten maken. In de afbeelding zijn deze dagen op de kalender met een kruisje aangegeven.


Welke datum is voor Vera de beste dag voor een afspraak?

a)

10 mei

b)

15 mei

c)

30 mei

23.

Als een eicel niet wordt bevrucht, gaat deze te gronde.

Waar en wanneer gebeurt dit?

a)

In een eileider, tussen ovulatie en menstruatie

b)

In een eileider, tijdens de menstruatie

c)

In de baarmoeder, tussen ovulatie en menstruatie

24.

Vinden bij een zwangere vrouw menstruaties plaats? En ovulaties?

a)

Er vinden geen menstruaties en geen ovulaties plaats

b)

Er vinden wel menstruaties plaats, maar een ovulaties

c)

Er vinden wel ovulaties plaats, maar een menstruaties

d)

Er vinden zowel menstruaties als ovulaties plaats

25.

In de afbeelding zijn de veranderingen in het baarmoederslijmvlies van een zwangere vrouw gedurende 6 weken schematisch weergegeven. Er zijn drie perioden, P, Q en R aangegeven.


In welke periode heeft bevruchting plaatsgevonden?

a)

In periode P

b)

In periode Q

c)

In periode R

26.

In welke periode heeft innesteling plaatsgevonden?

a)

In periode P

b)

In periode Q

c)

In periode R

27.

De bouw van de voortplantingsorganen van zoogdieren is vergelijkbaar met die van de mens. Ook bij zoogdieren brengt het mannetje via zijn penis sperma in de vagina van het vrouwtje. Bij zoogdieren noem je dit de paring. Als twee vleermuizen hebben gepaard, kunnen de zaadcellen maandenlang worden opgeslagen in de baarmoeder van het vrouwtje. In de wintermaanden komen paringen maar zelden voor. De meeste vrouwtjes krijgen maar 1 jong per jaar. In de afbeelding zie je wanneer gebeurtenissen plaatsvinden die te maken hebben met de voortplanting van vleermuizen in Nederland.


Twee vleermuizen paren in het begin van oktober Wanneer kan als gevolg van deze paring een bevruchting plaatsvinden volgende de afbeelding?

a)

Binnen een dag na de paring

b)

Ongeveer twee weken na de paring

c)

Ongeveer een half jaar na de paring

d)

Ongeveer een jaar na de paring

28.

Bij coitus interruptus hebben man en vrouw geen geslachtsgemeenschap in de dagen rond de menstruatie.

a)

Juist

b)

Onjuist

29.

De pil biedt bescherming tegen ziekteverwekkers.

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Wanneer de morning-afterpil drie dagen na de geslachtsgemeenschap wordt geslikt, is deze methode niet meer betrouwbaar.

a)

Juist

b)

Onjuist

31.

Een overtijdbehandeling is een zuigcurettage in een vroeg stadium van de zwangerschap.

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

Als een zwangere vrouw te laat is voor een abortuspil, kan ze naar de dokter voor een morningafterpil.

a)

Juist

b)

Onjuist

33.

Periodieke onthouding is een betrouwbare manier van geboorteregeling.

a)

Juist

b)

Onjuist

34.

In de afbeelding zie je een doorsnede van een zangere koe schematisch weergegeven. De namen en functies van de voortplantingsorganen van een koe komen overeen met die van een mens. Het ongeboren kalf heet ook embryo.


Het bloed van het embryo geeft afvalstoffen af aan het bloed van de moeder. Op welk van de genummerde plaatsen in de afbeelding gebeurt dit?

a)

Op plaats 1

b)

Op plaats 3

c)

Op plaats 6

35.

In deel 5 van de afbeelding komen bloedvaten voor. In welke richting stroomt het bloed door deze bloedvaten?

a)

Alleen naar het embryo toe

b)

Alleen van het embryo weg

c)

Zowel naar het embryo toe als van het embryo weg

36.

Hieronder staan 3 beweringen over de betekenis van het vruchtwater voor het embryo.


  1. Door het vruchtwater wordt het embryo beschermd tegen schokken.
  2. Uit het vruchtwater neemt het embryo de benodigde zuurstof op.
  3. In het vruchtwater kan het embryo zich gemakkelijk bewegen.


Welke van deze beweringen zijn juist?

a)

De beweringen 1 en 2

b)

De beweringen 1 en 3

c)

De beweringen 2 en 3

37.

Bij de geboorte van een kind kunnen de volgende drie fasen worden onderscheiden: de nageboorte, de ontsluiting en de uitdrijving.

Wat is de juiste volgorde van deze fasen?

a)

Nageboorte - ontsluiting - uitdrijving

b)

Ontsluiting - uitdrijving - nageboorte

c)

Uitdrijving - ontsluiting - nageboorte

d)

Nageboorte - uitdrijving - ontsluiting

38.

Tijdens welke fase verlaat de placenta het moederlichaam?

(a)  

39.

Hoe noem je de buikkrampen die een vrouw voelt, als de baarmoederwand zich samentrekt voordat een kind wordt geboren?

(a)  

40.

In de afbeelding is een fase van de geboorte te zien.

Welke fase is dit?

(a)  

41.

Iemand kan besmet zijn met chlamydia zonder ziekteverschijnselen te vertonen.

a)

Juist

b)

Onjuist

42.

Bloedverlies uit de vagina buiten de menstruatieperiode om kan wijzen op een chlamydiabesmetting.

a)

Juist

b)

Onjuist

43.

Chlamydia is te genezen door behandeling met een antibioticum.

a)

Juist

b)

Onjuist

44.

Een onbehandelde chlamydia kan leiden tot onvruchtbaarheid bij vrouwen.

a)

Juist

b)

Onjuist

45.

Aan de hand van bepaalde ziekteverschijnselen kan een arts aids vaststellen.

a)

Juist

b)

Onjuist

46.

Als een seropositieve persoon geen ziekteverschijnselen vertoont, kan deze persoon toch anderen met het aidsvirus besmetten.

a)

Juist

b)

Onjuist