Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefenen voor de toets vergelijkingen Stap 1: eenvoudig

Total questions: 15

Worksheet time: 4hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

x + 3 = 15 (Los eerst op op papier!)

<=> x = ...

a)

18

b)

12

c)

-12

d)

20

2.

-x - 2 = -2 (Los eerst op op papier!)

<=> x = ...

a)

x = 0

b)

x = 2

c)

x = 4

d)

x = -4

3.

4 - 5x = 19 (Los eerst op op papier!)

<=> ...

a)

x = -3

b)

x = -5

c)

x = 5

d)

x = 14

4.

-2x + 10 = -2 (Los eerst op op papier!)

<=> ...

a)

x = -12

b)

x = 6

c)

x = -6

d)

x =12

5.

 −x7\frac{-x}{7}   = -7    (Los eerst op op papier!)

<=>  ...

a)

x = 1

b)

x = -1

c)

x = 49

d)

x = -49

6.

Voor welke vergelijking is x =2 een juiste oplossing?

(Los eerst op op papier!)

a)

3 + x = 10

b)

11 + x = 13

c)

4x = 32

d)

5x =25

7.

 2x+5=4x−32x+5=4x-3  Wat is de oplossing van deze vergelijking  2x+5=4x-3

a)

x = 2

b)

x = 4

c)

x = -4

d)

x = 3

8.

 −5+x−2 = −11-5+x-2\ =\ -11  <=>  x = ...x\ =\ ... 

Los eerst op op papier! 

(a)  

9.

Los eerst op op papier!

a)

x = −54-\frac{5}{4}

b)

x = −45-\frac{4}{5}

c)

x = -20

d)

x = 20

10.

5x - 20 = 61 - 4x

a)

x = 9

b)

x = 41

c)

x = 81

d)

x = 5

11.

5x - 7 + 3x - 2x = 9x - 2

<=> ... (Los eerst op op papier!)

a)

x = −53-\frac{5}{3}

b)

x = 13\frac{1}{3}

c)

x = 3

d)

x = 5

12.

4 (x + 1 ) = 8

<=> ... (Los eerst op op papier!)

a)

x = 1

b)

x = 3

c)

x = 5

d)

x = 2

13.

 x+2=4x+2=4 

<=>  x=2x=2  Welke eigenschap wordt hier toegepast?

a)

Als je bij beide leden van een gelijkheid hetzelfde getal optelt, ontstaat opnieuw een gelijkheid.

b)

Als je bij beide leden van een gelijkheid hetzelfde getal aftrekt, ontstaat opnieuw een gelijkheid.

c)

Als je beide leden van een gelijkheid vermenigvuldigt met hetzelfde getal, ontstaat opnieuw een gelijkheid.

d)

Als je beide leden van een gelijkheid deelt door hetzelfde getal (≠0), ontstaat opnieuw een gelijkheid.

14.

 34x=3\frac{3}{4}x=3 

<=>  x=4x=4  Welke eigenschap wordt hier toegepast?

a)

Als je bij beide leden van een gelijkheid hetzelfde getal optelt, ontstaat opnieuw een gelijkheid.

b)

Als je bij beide leden van een gelijkheid hetzelfde getal aftrekt, ontstaat opnieuw een gelijkheid.

c)

Als je beide leden van een gelijkheid vermenigvuldigt met hetzelfde getal, ontstaat opnieuw een gelijkheid.

d)

Als je beide leden van een gelijkheid deelt door hetzelfde getal (≠0), ontstaat opnieuw een gelijkheid.

15.

Voor welke van onderstaande vergelijkingen is -3 de oplossing? (Meerdere antwoorden zijn mogelijk.)

a)

x−3=9x-3=9

b)

11=5−2x11=5-2x

c)

−4x=−7-4x=-7

d)

4x+9=−34x+9=-3