wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

fotosynthese en celademhaling

Total questions: 15

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Een onderzoeker plaatste een muntplant onder een stolp waarin een kaars had opgehouden te branden. Na 10 dagen stelt hij vast dat de kaars terug kan branden. Hoe verklaar je dat?

4 lines
2.

Alle pigmentmoleculen in de chloroplasten samen absorberen

a)

alle golflengten van het licht

b)

vooral het groen licht

c)

vooral het rode en het gele licht

d)

vooral het rode en/of het blauwe licht

3.

Welke stoffen zijn de eindproducten van de glycolyse? Selecteer de juiste stoffen.

a)

pyruvaat (pyrodruivenzuur)

b)

CO2

c)

ATP

d)

NADH

e)

FADH2

4.

Welke stoffen zijn eindproducten van de citroenzuurcyclus? Duid de juiste selectievakjes aan.

a)

H2O

b)

CO2

c)

ADP

d)

NADH

e)

FADH2

5.

De globale reactievergelijking van de fotosynthese. Wat kun je besluiten over de herkomst van O-atomen in het geproduceerde zuurstofgas?

a)

De O-atomen in O2 zijn afkomstig van H2O

b)

De O-atomen in O2 zijn afkomstig van CO2

c)

De O-atomen zijn afkomstig van O2 in de lucht

6.

Vul het juiste woord aan: de reactie waarbij waterstofprotonen (H+) reageren met NADP+ is een ...

(a)  

7.

Tijdens het fotosyntheseproces wordt CO2 gebruikt voor de synthese van sachariden

a)

ter hoogte van het thylakoidmembraan

b)

tijdens de Calvincyclus in het stroma

c)

tijdens de lichtreacties in het stroma

d)

tijdens de elektronentransportketen in het thylakoidmembraan

8.

De reactie waarbij een fosfaatgroep aanhecht aan een ADP-molecule noemen we

a)

oxidatie

b)

dissimilatie

c)

reductie

d)

fosforylatie

9.

Uit welke reactie vult fotosysteem II zijn elektronentekort weer aan? (1 woord!)

(a)  

10.

Antennechlorofyl en andere pigmenten dragen geabsorbeerde lichtenergie over aan chlorofyl in fotosysteem II

a)

via resonantie-energieoverdracht

b)

via fluorisentie

c)

in de vorm van warmte

d)

in de vorm van energierijke elektronen

11.

Planten

a)

doen overdag aan fotosynthese en ’s nachts aan aerobe celademhaling

b)

doen altijd aan aerobe celademhaling

c)

doen overdag aan fotosynthese en nooit aan aerobe celademhaling

d)

doen altijd aan aerobe celademhaling en aan fotosynthese

12.

Decarboxylatie in de celademhaling vindt plaats tijdens de

a)

glycolyse en de citroenzuurcyclus

b)

glycolyse en de eindoxidaties

c)

voorbereidende reactie van de citroenzuurcyclus en de citroenzuurcyclus

d)

citroenzuurcyclus en de eindoxidaties

13.

Hoeveel ATP, NADH en FADH2 wordt er gevormd tijdens één citroenzuurcyclus?

a)

1 ATP - 4 NADH - 1 FADH2

b)

34 ATP - 4 NADH - 1 FADH2

c)

1 ATP - 3 NADH - 1 FADH2

d)

1 ATP - 1 NADH - 1 FADH2

14.

De energie voor de oxidatieve fosforylatie is rechtstreeks afkomstig

a)

ATP

b)

NADH en FADH2

c)

NAD+ en FAD

d)

de terugstroom van protonen via ATP-synthase

15.

In welke fase wordt ingeademd O2 verbruikt?

a)

citroenzuurcyclus

b)

glycolyse

c)

glycolyse + citroenzuurcyclus + eindoxidaties

d)

eindoxidaties