wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling H4, 5, 6 (Nederlands M3)

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Kies het juiste woord.

Marjo heet officieel/officiëel Marie-Josephine.

a)

officieel

b)

officiëel

2.

Kies het juiste woord:

Herre is gestruikeld over een loszittende tegel in het trotoir/trottoir.

a)

trotoir

b)

trottoir

3.

In de volgende zin is één woord verkeerd gespeld. Noteer de juiste spelling van dat woord.

De layout van de lijst met ingrediënten in het kooktijdschrift is niet zo overzichtelijk.

a)

layout

b)

laiy-out

c)

lay-out

d)

lajy-out

4.

In de volgende zin is één woord verkeerd gespeld. Noteer de juiste spelling van dat woord.

Jan vindt het iritant dat hij de truc met speelkaarten niet kan nadoen.

a)

iritant

b)

irritand

c)

irritant

d)

irritante

5.

Als een zelfstandig naamwoord eindigt op -ie, komt er in het meervoud -ën achter als de klemtoon wel/niet op -ie valt.

a)

wel

b)

niet

6.

Waarom is data's verkeerd gespeld?

a)

het moet dataas zijn

b)

het enkelvoud is datum

c)

data is al meervoud, daar hoeft geen 's' achter

7.

Waar of niet waar? De delen van een splitsbaar werkwoord schrijf je altijd aan elkaar.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

Carine (houden) afgelopen dinsdag (giechelen) haar presentatie voor Nederlands.

a)

houdde giechelent

b)

hield giechelendt

c)

hield giechelend

d)

hield giechelende

9.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

Luigi heeft pasta met pesto en (drogen) tomaten (bereiden).

a)

gedroogte bereid

b)

gedroogde bereid

c)

gedroogde bereidt

d)

gedroogde bereed

10.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

Met een vrolijk liedje heeft de peuterleidster het (jammeren) jongetje (sussen).

a)

jammerendde gesuzt

b)

jammerende gesusd

c)

jammerende gesust

d)

jammerende gesusdt

11.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

Job en Sara hebben een verslag (schrijven) over de door hen (beleven) avonturen in Spanje.

a)

geschrijft beleefde

b)

geschreven beleefdde

c)

geschreven beleven

d)

geschreven beleefd

12.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

Je mag nog niet lopen op de pas (bestraten) oprit.

a)

bestraaten

b)

bestraten

c)

bestraatte

d)

bestrate

13.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

Zo meteen (verkondigen) de meidengroep waarschijnlijk hun lang (verwachten) opheffing.

a)

verkondigdt verwachten

b)

verkondigt verwachtten

c)

verkondigd verwachte

d)

verkondigt verwachte

14.

Noteer de juiste vorm van de werkwoorden die tussen haakjes staan.

(Staan) aan het aanrecht hebben we vanmorgen snel (ontbijten).

a)

staant ontbijten

b)

staant ontbeten

c)

staandt ontbeten

d)

staand ontbeten

15.

Waar of niet waar? Het onvoltooid deelwoord kan op een d of een t eindigen.

a)

Waar

b)

Niet waar

16.

In de volgende zin is één woord verkeerd gespeld. Kies de juiste spelling van dat woord.

Susans vader kookt uitsluitend met biologiese ingrediënten uit zijn eigen moestuin.

a)

ingredienten

b)

biologische

c)

Susan's

17.

In de volgende zin is één woord verkeerd gespeld. Noteer de juiste spelling van dat woord.

Het trottoir in de Koolmeesstraat wordt in januarie opnieuw bestraat.

a)

word

b)

january

c)

bestraadt

d)

januari