wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pluriforme samenleving

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is cultuur?

a)

gemeenschappelijke tradities

b)

regels in een land

c)

alle waarden, normen, voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen die mensen binnen een groep of samenleving met elkaar delen

d)

alle waarden, normen, voorstellingen, uitdrukkingsvormen opvattingen die mensen van elkaar onderscheiden

2.

Cultuur bestaat uit materiële- en immateriële aspecten.

De afbeelding is een voorbeeld van:

a)

een materieel aspect, omdat je op de afbeelding verschillen materialen ziet.

b)

een materieel aspect, omdat het gaat om zichtbare aspecten van cultuur

c)

een immaterieel aspect, omdat het gaat om de normen van cultuur

d)

een immaterieel, omdat het gaat om tastbare zaken van cultuur

3.

Drinkgedrag kan aangeboren zijn

Drankmisbruik is vaak aangeleerd, maar kan ook genetisch bepaald zijn.

Bron: Trouw van 2 okt. 2006


De bovengenoemde zienswijze heeft betrekking op een bekend debat namelijk:

a)

het biologischdebat

b)

het nurture-socialdebat

c)

het culture-naturedebat

d)

het nature-nurturedebat

4.

Welk kenmerk van een pluriforme samenleving is onjuist?

a)

Een samenleving die bestaat uit grote culturele diversiteit

b)

De cultuurgroepen leven deels naast en deels met elkaar

c)

gemeenschappelijke cultuurkenmerken vormen samen de dominante Nederlandse cultuur.

d)

Er is een grondwet

5.

Maxima en haar kinderen zijn:

a)

autochtonen, omdat zij deel uitmaken van de Nederlandse dominante cultuur.

b)

autochtonen, omdat zij net als hun ouders en voorouders geboren en getogen zijn in Nederland.

c)

allochtonen, omdat ze niet blond zijn en ze hebben geen blauwe ogen.

d)

allochtonen, omdat tenminste één van de ouders in het buitenland geboren is.

6.

De Nederlandse taal, Koningsdag, vrouwenemancipatie, beschuit met muisjes, in een kring zitten als je jarig bent en iedereen feliciteren, softdrugs zijn cultuur uitingen die horen bij:

a)

de subcultuur

b)

de tegencultuur

c)

de dominante cultuur

d)

de alternatieve cultuur

7.

Jongeren, Surinamers, skaters, islamieten zijn voorbeelden van:

a)

een subcultuur

b)

een tegencultuur

c)

een dominante cultuur

d)

een alternatieve cultuur

8.

tekst

Dit paasweekeinde zijn 1800 mensen beboet voor het overtreden van de ‘coronaregels’. Kort gezegd houdt dit in dat men met drie of meer personen bij elkaar kwam en daarbij geen 1,5 meter afstand hield. Een boete die hiervoor wordt opgelegd bedraagt bij 13 t/m 17-jarigen €95,00 en bij volwassenen €390,00. Deze boete is eigenlijk geen ‘échte’ boete, zoals wanneer u een keer door rood rijdt, maar het betreft een strafbeschikking. Een strafbeschikking voor het overtreden van de coronaregels kan grote gevolgen hebben voor uw toekomst, nu deze op uw justitiële documentatie (strafblad) komt te staan.


De bovengenoemde tekst geeft aan dat cultuur:

a)

bepaald wordt door maatschappelijke ontwikkelingen

b)

afgedwongen wordt

c)

tijd en plaats gebonden is

d)

groepen mensen in de samenleving kan benadelen

9.

Hoe wordt cultuur overgedragen?

a)

door druk vanuit de omgeving

b)

door overleg

c)

door socialisatie

d)

door de media

10.

Wat wordt met socialisatie bedoeld?

a)

Het eigen maken van de cultuurkenmerken

b)

Het proces waarbij iemand de waarden, normen en andere cultuurkenmerken van zijn samenleving of groep aanleert.

c)

Hiervan is sprake als de omgeving controleert of jij je aan de regels houdt.

d)

Ouders die regels overdragen.

11.

Instellingen, organisaties, mensen die collectieve gedragspatronen overdragen worden:

a)

sociale instituties genoemd

b)

cultuur overdragers genoemd

c)

strikt opgevolgd

d)

identiteitsontwikkelaars genoemd

12.

Er zijn verschillende manier om cultuurkenmerken over te dragen( dus hoe socialisatie plaatsvindt). Welke manier is onjuist?

a)

Imitatie

b)

Sociale controle

c)

Informatie overdracht

d)

Internalisatie

13.

Sociale controle:

a)

is de manier waarop mensen andere mensen stimuleren of dwingen zich aan de geldende normen te houden.

b)

is de manier waarop de overheid je dwingt om regels op te volgen.

c)

is controle van je vrienden die er op toezien dat jij je aan de regels houdt.

d)

controle op social media.

14.

De afbeelding is een voorbeeld van:

a)

een formele negatieve sanctie

b)

een formele positieve sanctie

c)

een informele negatieve sanctie

d)

een informele positieve sanctie

15.

Welk begrip kan je het beste toepassen op de bovenstaande foto?

a)

internaliatie, omdat hij nog jong is en veel moet leren

b)

internalisatie, omdat het gaat om een aangeboren eigenschap.

c)

Internalisatie, omdat hij trouw is aan zijn groep

d)

Internalisatie, want de jongen gedraagt zich automatisch zoals de men van hem verwacht.