wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Modificaties en mutaties

Total questions: 15

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Een modificatie is

a)

een verandering van genotype door omgevingsfactoren

b)

een verandering van fenotype door genetische factoren

c)

een verandering van genotype door epigenetische factoren

d)

een verandering van fenotype door omgevingsfactoren

2.

Op een donkere standplaats zijn de witte strepen in de groene, lange lintvormige bladeren van de graslelie weinig ontwikkeld, terwijl op een lichte standplaats de witte strepen overheersen.

Deze verandering is te verklaren door

a)

mutatie

b)

niet-erfelijke modificatie

c)

epigenetische modificatie

d)

genetische variatie

3.

Longkanker kan zich ontwikkelen onder invloed van

a)

nature

b)

nurture

c)

nature of nurture

d)

geen van beide

4.

Duid de juiste uitspraken aan

a)

mutaties zijn steeds erfelijk

b)

epigenetische modificaties zijn erfelijk

c)

niet-erfelijke modificaties zijn omkeerbaar

d)

alleen modificaties en niet mutaties ontstaan onder invloed van omgevingsfactoren

5.

5' -TAGTAGAAACCACAA- 3'

3' -ATCATCTTTGGTGTT- 5'

na mutatie wordt deze DNA-code

5' -TAGTAACCACAA- 3'

3' -ATCATTGGTGTT- 5'

noteer de naam van deze mutatie

(a)  

6.

Selecteer de gegevens die van toepassing zijn op het klinefeltersyndroom

a)

2n < 46

b)

genoommutatie

c)

chromosoommutatie

d)

non-disjunctie tijdens meiose 1

e)

non-disjunctie tijdens meiose 2

7.

Somatische cellen kunnen maar een beperkt aantal delingen ondergaan omdat

a)

de telomeren verkorten en het telomerasegen onderdrukt is

b)

de telomeren niet verkorten en het telomerasegen onderdrukt is

c)

de telomeren verkorten en het telomerasegen niet onderdrukt is

d)

de telomeren niet verkorten en het telomerasegen niet onderdrukt is

8.

In welke genen doen zich mutaties voor bij het ontstaan van een primaire kankertumor?

a)

proto-oncogenen

b)

oncogenen

c)

tumorsupressorgenen

9.

Angiogene factoren zijn groeifactoren die endotheelcellen stimuleren tot celdeling en bloedvatvorming

a)

juist

b)

fout

10.

Uit een normale zygote ontstaat, doordat bepaalde cellen hun Y-chromosoom verliezen een 45,X/46,XY individu. Zulk individu noemen we een …………………-individu

(a)  

11.

Welke fout, die ontstaan is onder invloed van UV-straling, wordt hier hersteld?

(a)  

12.

Welke mutatie is geen chromosoommutatie?

a)

deletie

b)

inversie

c)

insertie

d)

duplicatie

e)

translocatie

13.

Veronderstel dat in een huidcel een mutatie optreedt in het hemoglobinegen. Welke van volgende uitspraken is (zijn ) juist?

a)

De huidcel wordt een kankercel

b)

De mutatie is niet erfelijk

c)

Er ontstaan fouten in sommige hemoglobinemoleculen

d)

De mutatie heeft geen effect op de hemoglobinevorming

e)

De mutatie veroorzaakt cikkelcelanemie

14.

Een mutatie die geen effect heeft op de aminozuursequentie van de proteïne is een ………. mutatie.

(a)  

15.

Schrijf de symbolische voorstelling van de mutatie:

Het genoom van een man is een mozaïek van normale cellen en trisomie 21 cellen (mozaïekdownsyndroom)

(a)