Font size
WorksheetsHoofdstuk 28 BE in balans VWO
Total questions: 11
Worksheet time: 32mins
Bij dalende inkoopprijzen geeft de Fifo methode een lagere winst dan de Lifo methode
juist
onjuist
Als de inkoopprijzen stijgen geeft de Lifo methode een hogere brutowinst dan de Fifo methode
juist
onjuist
Hoeveel bedraagt de voorraad?
€ 1.068,40
€ 1.091,20
€ 1.056
€ 1.078
Bereken de inkoopwaarde van de verkochte artikelen op 18 april volgens de LIFO methode
(a)
Bereken de waarde van de eindvoorraad op 30 april volgens de LIFI methode
(a)
Afval met opbrengst verhoogt de kostprijs
juist
onjuist
Hoeveel bedraagt de brutowinst van de verkoop op 8 maart bij het Fifo systeem?
€ 34.804
€ 33.600
€ 34.310
Bij welke methode zal de brutowinst hoger zijn op 28 maart?
Fifo
Lifo
VVP van € 264,-
Voor de productie van één paar schoenen is het volgende bekend:
netto verbruik 0,6 m2 leer. De kosten van zijn €60,- per m2 Het snijverlies is 20%. Het afval kan worden verkocht voor € 20 per m2.
Gevraagd: bereken de materiaalkosten voor één paar schoenen:
0,72 x € 60 - (0,12 x € 20) = € 40,80
0,75 x € 60 - (0,15 x € 20 ) = € 42
0,48 x € 60 + ( 0,12 x € 20) = € 31,20
0,60 x € 60 - ( 0,12 x € 20) = € 33,60
Het bruto materiaalverbruik is : Netto materiaalverbruik - afval
juist
onjuist
Voor de productie van één paar schoenen is het volgende bekend:
netto verbruik 0,6 m2 leer. De kosten van zijn €60,- per m2 Het snijverlies is 20%. Het afval kan worden gerecyceld. De kosten hiervan bedragen € 5 per m2 De opbrengst hier van bedraag € 22,50 per m2
Vanaf welk bedrag per m2 leer is het nog rendabel op het leer te recyclen?
€ 17,50
€ 27,50
€ 5,01
