Font size
WorksheetsGrammatik Deutsch Mavo/Havo
Total questions: 60
Worksheet time: 30mins
Vertaal: jullie zijn
(a)
Vertaal: jij bent
(a)
Vertaal: u bent
(a)
Vertaal: Max is
(a)
Vertaal: jullie hebben
(a)
Vertaal: jij hebt
(a)
Vertaal: ik heb
(a)
Mannelijke woorden krijgen het lidwoord
der
die
das
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op -e zijn:
vaak mannelijk
vaak vrouwelijk
vaak onzijdig
vaak meervoud
'Het' woorden zijn in het Duits vaak
das
die
der
Woorden die eindigen op -heit, -keit, -schaft, - ung zijn vaak
onzijdig
meervoud
vrouwelijk
mannelijk
Als je het meervoud maakt van mannelijke woorden, doe je dat vaak door:
Umlaut + e
+ (e) + n
+ e
blijven onveranderd
+ s
Welk geheugensteuntje hebben we voor de regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd?
(a)
Wat is het meervoud van Handy?
Handys
Handy's
Handyn
Handyen
Wat is het meervoud van Lehrer?
(a)
Als je het meervoud maakt van onzijdige woorden, doe je dat vaak door:
+ e
+ (e) + n
blijven onveranderd
Umlaut + e
Vertaal: jij koopt (kaufen)
(a)
Vertaal: u speelt
(a)
Vertaal: jij heet
(a)
Wanneer een stam van een regelmatig werkwoord eindigt op een sisklank...
komt er bij du ALLEEN een t achter!
vul je st in
doe je niks
Hoe maak je een voltooid deelwoord van een regelmatig werkwoord?
(a)
Wat is het voltooid deelwoord van fotografieren?
(a)
Vertaal: een vrouw
(a)
Vertaal: geen mensen
(a)
Vertaal: een kind
(a)
Vertaal: jullie vader
(a)
Vertaal: onze moeder
(a)
Vertaal: jullie mensen (Menschen)
(a)
Vertaal: uw hond
(a)
Vertaal: mijn huis
(a)
Wanneer de stam van een werkwoord eindigt op een d/t...
krijg je bij du/er,sie,es,man/ ihr eerst een extra e!
gebeurt er niks
krijg je gewoon de uitgang
Vertaal: jij praat (reden)
(a)
vertaal: jullie antwoorden
(a)
Wat is ik in de vierde naamval?
(a)
Wat is het geheugensteuntje om de voorzetsels van de vierde naamval te onthouden?
(a)
Hast du das für (a) gekauft? (ik)
Ich mache das ohne (a) (jij)
Ich mag meinen neuen Sessel. Durch (a) wird mein Zimmer gemütlich (hij).
Gegen (a) hast du das gesagt? (wie)
Für (a) habe ich das gekauft! (u)
Wat is de vertalen van moeten (kan niet anders)
können
müssen
sollen
dürfen
Wat is de vertaling van mogen?
mögen
müssen
sollen
dürfen
Wat is de vertaling van moeten (opdracht) ?
sollen
müssen
mögen
dürfen
Ich (a) hier nicht spielen (mogen)
Wir (a) leider nicht kommen (kunnen).
Ihr (a) hier parken (moeten, kan niet anders)
Du (a) das Essen nicht? (leuk vinden, lusten)
Sie (a) das Schnitzel bestellen? (zou graag willen)
(a) ihr mit uns nach Italien fahren? (willen)
Wat is het geheugensteuntje voor de voorzetsels van de derde naamval?
ganzvonbams
goedbuf
feesttenten
Wat is een derde naamval eigenlijk?
Onderwerp
Lijdend voorwerp
Meewerkend voorwerp
Wat is de vertaling van naar (bij personen)
nach
zu
bei
von
Hast du bei (a) gewohnt? (hij)
Kommst du mit (a) ins Einkaufszentrum? (wij)
Du kannst mit (a) Kuchen aussuchen. (zij meervoud)
Mit (a) hast du gesprochen? (wie)
Lukas möchte mit (a) zum Supermarkt gehen (jullie)
Wir kommen gerne zu (a) (jij)
Dieses Geschenk hast du von (a) bekommen! (ik)
Mit (a) gehe ich ins Kino (zij enkelvoud)
