Font size
WorksheetsGrammatik atheneum 2
Total questions: 50
Worksheet time: 25mins
Vertaal: jullie zijn
(a)
Vertaal: zij zijn
(a)
Vertaal: jij bent
(a)
Vertaal: het is
(a)
Vertaal: jullie hebben
(a)
Vertaal: ik heb
(a)
Vertaal: wie
(a)
Vertaal: ik word/zal
(a)
Vertaal: jullie worden/zullen
(a)
Vertaal: jij wordt/zal
(a)
Mannelijke zelfstandige naamwoorden krijgen het lidwoord:
der
die
das
Namen van dagen, maanden, jaargetijden en windrichtingen zijn....
vrouwelijk
mannelijk
onzijdig
meervoud
Woorden die eindigen op -e zijn vaak:
vrouwelijk
mannelijk
onzijdig
meervoud
Woorden die eindigen op -chen en -lein zijn vaak:
mannelijk
onzijdig
vrouwelijk
meervoud
Om een meervoudsvorm te maken van mannelijke zelfstandige naamwoorden moet je het volgende doen:
Umlaut + e
+ (e) + n
blijven onveranderd
+ s
Om een meervoudsvorm te maken van onzijdige zelfstandige naamwoorden moet je het volgende doen:
blijven onveranderd
+ (e) + n
+ s
Umlaut + e
+ e
Vertaal: de ballen
(a)
Vertaal: de vrouwen
(a)
Vertaal: de meisjes
(a)
Vertaal: de mobieltjes
(a)
Vertaal: de vriendinnen
(a)
Welk geheugensteuntje heb je om de uitgangen van de regelmatige werkwoorden in de t.t. te onthouden?
(a)
Als de stam van een regelmatig werkwoord eindigt op een sisklank/d/t krijg je bij du/er/sie/es/man/ihr eerst een extra (a)
Vertaal: jullie antwoorden
(a)
Vertaal: jij praat
(a)
Vertaal: zij spelen
(a)
Vertaal: jullie heten
(a)
Hoe maak je een voltooid deelwoord van een regelmatig werkwoord?
(a)
hoe maak je een voltooid deelwoord wanneer een werkwoord eindigt op -ieren?
(a)
Vertaal: gefotografeerd
(a)
Vertaal: bezocht
(a)
Vertaal: geen honden
(a)
Vertaal: een huis
(a)
Vertaal: mijn woning
(a)
Vertaal: jullie zus
(a)
Vertaal: onze vader
(a)
Vertaal: jouw moeder
(a)
Wanneer de stam van een regelmatig werkwoord eindigt op een m of n:
Krijg je ook eerst bij alles een extra e
Krijg je alleen bij du/er/sie/es/man/ihr een extra e
gebeurt er niets
krijg je gewoon de uitgang van feesttenten
Vertaal: jullie ademen
(a)
Vertaal: het regent
(a)
Vertaal: jij rekent
(a)
Vertaal: geopend
(a)
Welk geheugensteuntje heb je om de voorzetsels van de vierde naamval te onthouden?
(a)
Ich kann nicht ohne (a) leben (jij)
Hier ist ein Stuhl für (a) (u)
Ohne (a) gehe ich nicht (jullie)
Für (a) hast du das Buch gekauft? (wie)
Haben Sie gegen (a) gespielt? (wij)
Durch (a) hast du gewonnen! (ik)
Für (a) haben wir ein Haus gekauft. (hij)
