wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Materie 3VMBOt

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het deeltjesmodel van de materie zegt iets over de beweging van de moleculen en atomen in een stof. Geef van onderstaande uitspraken aan of zij waar of onwaar zijn:


A: Moleculen in een vloeistof zijn flexibel en buigzaam. In een vaste stof zijn ze hard en star.

B: Moleculen in een vaste stof trekken elkaar aan. Moleculen in een gas niet.

a)

A en B zijn waar

b)

A is waar, B is onwaar

c)

A is onwaar, B is waar

d)

A en B zijn onwaar

2.

Wat gebeurt er met de moleculen in een stof als je de stof verwarmt?

a)

Ze gaan harder bewegen

b)

Ze gaan verder uit elkaar staan

c)

Er gebeurt niks zichtbaars met de moleculen; ze worden alleen heter

d)

Ze worden langzaam zacht tot ze smelten

3.

Als je een vaste stof verwarmt, zet deze uit. Dat komt omdat

a)

de moleculen harder gaan trillen, waardoor ze verder uit elkaar gaan staan.

b)

de moleculen door de hitte uitzetten, zodat de stof ook uitzet

c)

de moleculen losser van elkaar gaan bewegen, waardoor ze meer ruimte nodig hebben.

d)

de moleculen door de hitte aan elkaar smelten tot grotere moleculen.

4.

Welke faseovergang gaat niet van of naar vaste stof?

a)

Smelten

b)

Sublimeren

c)

Stollen

d)

Condenseren

5.

Als een stof warmer wordt, dan

a)

Gaan de moleculen sneller bewegen

b)

Worden de moleculen lichter

c)

Worden de moleculen vloeibaar

d)

Worden de moleculen zacht

6.

Welke van onderstaande stoffen is géén zuivere stof?

a)

Zuurstof

b)

Tin

c)

Rubber

d)

Kraanwater

7.

Welke twee scheidingsmethoden zie je in de afbeelding?

a)

Extraheren en filtreren

b)

Indampen en extraheren

c)

Sorteren en extraheren

d)

Destilleren en filteren

8.

Hoeveel Kelvin is 273 ℃?

a)

546 K

b)

100 K

c)

0 K

d)

-273 K

9.

Als je bietjes kookt in een pan water, wordt dat water na verloop van tijd rood. Dat is een vorm van:

a)

Indampen

b)

Extraheren

c)

Filteren

d)

Destilleren

10.

Zuiver water kun je niet meer scheiden, maar wel ontbinden. Als je zuiver water ontbindt, krijg je

a)

Waterdamp en zout

b)

Zuurstof en Stikstof

c)

Waterdamp en ijs

d)

Waterstof en Zuurstof

11.

In een waterstofatoom met atoomnummer 1 en massagetal 3 zitten:

a)

3 neutronen en 1 proton

b)

1 neutron en 3 protonen

c)

2 neutronen en 1 proton

d)

1 neutron en 2 protonen

12.

In de kern van elk atoom zitten

a)

Protonen en meestal elektronen

b)

Protonen en meestal neutronen

c)

Neutronen en meestal elektronen

d)

Elektronen en meestal neutronen

e)

Elektronen en meestal protonen

13.

Je kunt de druk in een band verhogen door:

a)

Het volume van de band te vergroten

b)

Het aantal luchtmoleculen in de band te verkleinen

c)

De temperatuur van de luchtmoleculen in de band te verhogen

14.

Hoe noem je de groep in het systeem der elementen met onder andere Helium, Argon, Krypton en Neon?

a)

Alkalimetalen

b)

Aardgassen

c)

Edelgassen

d)

Halogenen

15.

Welke van de onderstaande eigenschap is géén eigenschap van alle metalen?

a)

Metalen glimmen

b)

Metalen geleiden goed stroom

c)

Metalen geleiden goed warmte

d)

Metalen roesten